RecensieAida

Originele en eigentijdse Aida laat je achter met knagende vragen ★★★★☆

Ondanks dat ze vaak achter de Aida-marionet moet zingen, straalt sopraan Sondra Radvanovski in de titelrol een sterke présence uit.

Sondra Radvanovski (rechts) zingt de titelrol in ‘Aida’. De marionetten zijn gebaseerd op het werk van de Zimbabwaanse kunstenaar Virginia Chihota. Beeld Vincent Pontet
Sondra Radvanovski (rechts) zingt de titelrol in ‘Aida’. De marionetten zijn gebaseerd op het werk van de Zimbabwaanse kunstenaar Virginia Chihota.Beeld Vincent Pontet

Musea en marionetten komen vaker voor op het operatoneel. De Nederlandse regisseur Lotte de Beer gebruikt beide in haar debuut, donderdag, bij de Opéra national de Paris, voorlopig alleen online vanwege de pandemie. Ze plaatst de handeling van Verdi’s Aida in een museum en laat enkele personages schaduwen door levensgrote marionetten, maar haar concept is origineel en eigentijds.

De Beer gebruikt de oorlog tussen de Egyptenaren en de Ethiopiërs in het oude Egypte als metafoor voor onderdrukking door kolonisatie. De culturen van de heersers en de veroverden botsen in een Westers 19de-eeuws museum waar gestolen erfgoed wordt tentoongesteld als kunst, maar ook als machtsvertoon. Als kunstwerk is de opera Aida zelf door haar Egyptische geboorte verbonden aan een gebied bevochten door de Fransen, de Ottomanen en de Britten.

Met haar herinterpretatie haakt De Beer in op de huidige discussie over het teruggeven van geroofde (museum)voorwerpen aan hun herkomstlanden. Want door het tentoonstellen van deze uitheemse artefacten wordt vaak niet alleen de cultuur van andere volkeren uitgebuit, maar ook hun geschiedenis wordt vanuit het oogpunt van de veroveraar herverteld.

De Beer beeldt deze stelling uit door een Afrikaans standbeeld te casten als Aida, de Ethiopische prinses die als slavin de dochter van de farao dient. Sterker nog, alle Ethiopiërs krijgen een marionetdubbel, want hun lot is in handen van de Egyptenaren en van de legeraanvoerder Radames, die zijn liefde voor Aida moet bekopen met een doodsvonnis als landverrader. Aida, verscheurd tussen vaderlandsliefde en haar liefde voor Radames, kiest ervoor om met hem levend begraven te worden.

Maar is dit haar keuze of een exotische fantasie van Radames zelf? Met dit soort knagende vragen laat deze boeiende voorstelling je achter. Muzikaal is het van een hoog niveau. Samen met het fraai klinkende orkest en koor van de Opéra levert dirigent Michele Mariotti een psychologisch scherpe uitvoering af. Luister bijvoorbeeld naar de doodsangst in het zacht zingende koor van Ethiopische krijgsgevangenen.

null Beeld Vincent Pontet
Beeld Vincent Pontet

Ondanks dat ze vaak achter de Aida-marionet moet zingen, straalt sopraan Sondra Radvanovski in de titelrol een sterke présence uit. Ze duidt alle facetten van deze fascinerende vrouw: leed, verleidelijkheid, trots. Jammer dat de fluisterzachte hoge c in O patria mia mislukt, want voor de rest is dit een geweldige zangprestatie. Ook mezzosopraan Ksenia Doednikova zet een heldere Amneris neer. Haar intonatie is niet altijd vast, maar je zou live haar grote stem de zaal willen horen vullen.

Visueel heeft deze productie ook veel te bieden. De uniformen, ruches en kantjes van kostuumontwerper Jorine van Beek zijn, zoals vaak bij het Parijse atelier, vakkundig verwaardigd in hoogwaardige stoffen. Het geheel is mooi verlicht en dynamisch gefilmd.

Indrukwekkend zijn de snel achtereenvolgende tableaux vivants tijdens de balletmuziek. Figuranten slijten een berg kledij om een aantal schilderijen tot leven te brengen, inclusief het portret van Napoleon op een steigerend paard door Jacques-Louis David. De show eindigt met Amneris die als de gevleugelde Nikè, godin van de overwinning, Radames kroont met een gouden lauwerkrans. Met opzet potsierlijk, maar rechtstreeks uit de westerse kunst gegrepen.

Het inzetten van marionetten is niet zonder nadelen. Tenor Jonas Kaufmann als Radames is stemtechnisch in vorm, maar vat pas vlam tijdens zijn aanvaring met Amneris. Zijn interactie met de wulpse Aida-pop blijft afstandelijk, maar misschien is dat juist de bedoeling. En vijf poppenspelers zijn iets te veel van het goede tijdens het conflict tussen Aida en haar vader Amonasro. Zelfs Radvanovski en de formidabele bariton Ludovic Tézier kunnen hun vervreemdende effect niet uitschakelen.

Ondanks deze kanttekeningen is deze Aida indringend mooi. Aan het slot in de graftombe, bijvoorbeeld, als het Aida-standbeeld boven de versteende lijken van haar landgenoten zweeft, tijdens het sublieme, wegebbende sterfduet.

Een opera voor Egypte

Verdi schreef Aida in opdracht van de Ottomaanse kedive van Egypte voor de inauguratie van het operahuis in Caïro. Ismail Pasja wilde met dit eerste operagebouw op het Afrikaanse continent de opening van het Suezkanaal in 1869 vieren. Vanwege de Frans-Pruisische oorlog strandden de decorstukken en kostuums voor Aida in Parijs en in plaats daarvan werd Verdi’s Rigoletto uitgevoerd.

Zowel de wereldpremière in Caïro, op kerstavond 1871 als de uitvoering in Milaan ongeveer zes weken later waren een daverend succes. Aida veroverde meteen een rotsvaste plaats in het repertoire. Toch was niet iedereen overtuigd. Een bezoeker genaamd Prospero Bertani zag Aida twee keer in Parma en vond het niets. Hij schreef een brief aan Verdi en eiste zijn uitgaven voor de toegangskaartjes, de reiskosten en twee ‘walgelijke’ diners terug. Verdi betaalde hem 27,80 lire, op de voorwaarde dat Bertani nooit meer een nieuwe opera van hem zou bijwonen.

Aida

Opera

★★★★☆

Van Giuseppe Verdi, door Opéra national de Paris in de regie van Lotte de Beer. Met o.a. Sondra Radvanovski en Jonas Kaufmann.

18/2, online vanuit de Opéra Bastille, Parijs. Terugkijken t/m 25 februari op arte.tv.

Lees verder

Lotte de Beer was onze gids van de week in Volkskrant Magazine. Ze tipt kunstenaar Virginia Chihota en deelt haar fascinatie voor de zandbak.

Meer over