theater

Opvallend veel theater over Nederlands-Indië dit seizoen. ‘Wij willen weten waar we vandaan komen’

In de Nederlands-Indische gemeenschap is de koloniale geschiedenis een gevoelig onderwerp. Jonge theatermakers breken daar doorheen en vertellen de verhalen van hun (over)grootouders.

De voorstelling Rumah Saya van Elise Doll (rechts) met Lienke Iburg (midden) en Kim Pendjol. 	 Beeld Yasmine Asha
De voorstelling Rumah Saya van Elise Doll (rechts) met Lienke Iburg (midden) en Kim Pendjol.Beeld Yasmine Asha

‘Mijn opa is geboren in Batavia in 1920. Hij was in dienst bij de KNIL, het Nederlandse koloniale leger in Indonesië. Nooit heeft hij zijn kinderen of kleinkinderen iets verteld over deze tijd. Ik wist alleen dat hij in een jappenkamp had gezeten. Dat vertelde ik ook weleens op school bij geschiedenis. Mijn opa zat in een jappenkamp, zei ik dan trots, want ik wist helemaal niet wat dat betekende. Nooit heb ik er uitleg over gekregen.’

Het zit theatermaker Elise Doll (26) dwars dat een niet onbelangrijk deel van de recente Nederlandse geschiedenis, een deel dat samenvalt met haar familiegeschiedenis, uitgewist lijkt te zijn. Daar wil ze verandering in brengen. En daarin staat ze niet alleen.

Elise Doll: ‘Wij willen weten waar we vandaan komen. Wie ben ik? Waarom zie ik er anders uit?’ Beeld Yasmine Asha
Elise Doll: ‘Wij willen weten waar we vandaan komen. Wie ben ik? Waarom zie ik er anders uit?’Beeld Yasmine Asha

Daarom maakt ze nu samen met actrices Lienke Iburg en Kim Pendjol, allen derde generatie uit Nederlands-Indië, de theatervoorstelling Rumah Saya (‘Mijn thuis’). Ze vertellen en zingen over hun zoektocht naar de levens van hun grootouders in de voormalige kolonie Nederlands-Indië. Ze brengen in hun voorstelling de geschiedenis terug naar menselijke emoties. Welke ontberingen moet iemand doorstaan als hij twee jaar in een jappenkamp zit? Of op een ‘helleschip’ dat wordt getorpedeerd?

Doll merkt dat dit soort vragen leven bij veel generatiegenoten van Nederlands-Indische afkomst. ‘Wij willen weten waar we vandaan komen. Wie ben ik? Waarom zie ik er anders uit?’

De Oost

Deze maand zijn er meerdere toneelvoorstellingen te zien van makers met een Nederlands-Indische achtergrond. Een aantal ging graven in een verzwegen familiegeschiedenis en moest daarbij zien te breken met taboes, vooroordelen en een diep verankerde zwijgcultuur. Koen Verheijden (27) probeert in Nina Bobo het verhaal van zijn grootouders te reconstrueren, ondanks een gebrek aan informatie, en legt daarmee een pijnlijk familietrauma bloot.

De voorstelling Nina Bobo van Koen Verheijden in Theater de Generator in Leiden.   Beeld Melanie Lemahieu
De voorstelling Nina Bobo van Koen Verheijden in Theater de Generator in Leiden.Beeld Melanie Lemahieu

Vorige week ging ook Lichter dan ik in première, een toneelbewerking van het boek van Dido Michielsen, die geïnspireerd was door het leven van haar betovergrootmoeder, een Javaanse vrouw die in de 19de eeuw kiest voor een leven als njai, een concubine, bij een Nederlandse militair. Al eerder gemaakt, maar nog als tv-bewerking te zien op NPO Start, is De eeuw van mijn moeder, waarvoor regisseur Eric de Vroedt de migratie van zijn moeder van Nederlands-Indië naar Nederland als uitgangspunt neemt.

Waar komt deze oplaaiende belangstelling vandaan? Nog een voorbeeld is de film De Oost van filmregisseur Jim Taihuttu, zelf van Molukse afkomst. Ook voor hem was het gebrek aan informatie op school over de oorlog in Nederlands-Indië reden om deze nu in al zijn hardheid in beeld te brengen. Dat bleek nog best controversieel. Veel Indische Nederlanders vonden dat de film een te eenzijdig beeld geeft.

Taboe

Het onderwerp ligt gevoelig. Niet alleen op de middelbare scholen is het onderbelicht. Ook in veel families is de heersende opvatting: daar praten we niet over. Dat ondervond Doll toen ze onderzoek ging doen voor haar voorstelling. ‘Mijn vader en andere familieleden zijn erg zwijgzaam als het hierover gaat. Dat Indische zwijgen zit er zeker in.’

In die zin is het niet gek dat we weinig weten over die tijd. Toch is het zwijgen niet alleen cultureel bepaald. Mensen als Dolls grootouders waren ook getraumatiseerd. Ze hadden afschuwelijke dingen meegemaakt in de oorlog, dat ontdekte Doll toen er eindelijk voorzichtig werd gepraat. ‘Op 5 december 1957, wat ze nu Zwarte Sinterklaas noemen, werden Nederlanders in Nederlands-Indië staatsgevaarlijk verklaard. De opa en oma van mijn medespeler Lienke Iburg werden toen, net als iedereen, gedwongen te kiezen tussen Nederland en Indonesië. Dat was voor hen een enge tijd. Het werd echt gevaarlijk op straat. Een neefje van haar oma werd onthoofd en dat hoofd werd op straat neergelegd.’

Veel Indische Nederlanders vluchtten naar Nederland. Ze werden niet bepaald warm onthaald. Doll: ‘Er was geen ruimte om te praten. Niemand wilde echt weten wat er in Indonesië was gebeurd. De mensen hier hadden toch ook net oorlog gehad en ontberingen gekend? Dat Indië, dat zou wel. Daar was het tenminste nog lekker warm.’

Koen Verheijden: ‘Laatst zei iemand: nu kan ik eindelijk beginnen mijn trauma te verwerken’ Beeld Hessel Haalewijn
Koen Verheijden: ‘Laatst zei iemand: nu kan ik eindelijk beginnen mijn trauma te verwerken’Beeld Hessel Haalewijn

Therapeuten

Ook theatermaker Koen Verheijden ondervond aanvankelijk dat zwijgen. Er werd in zijn familie nooit gepraat over het verleden. Dat was volgens hem geen bewuste keuze, de eerste generatie Indische Nederlanders kon niet anders dan het wegstoppen. ‘Ze hadden te maken met racisme en buitensluiting. Mijn opa en oma waren erg getraumatiseerde figuren, waardoor hun gezin best instabiel was.’

Een paar jaar geleden kwamen bij hem dezelfde vragen op als bij Doll. Waarom was hij eigenlijk Indisch? En wat behelst dat Indisch zijn dan precies? Toen hij vragen ging stellen aan zijn vader, gebeurde er iets wat hij niet had verwacht. Er werd gepraat! ‘Misschien hielp het dat mijn opa en oma al een tijdje niet meer leven, maar hij begon meteen met vertellen.’

Hij merkt dat de band met zijn vader beter is geworden, sinds ze zijn gaan praten. ‘Hij is opener en er is meer contact dan vroeger.’ Dezelfde opluchting en bevrijding ziet hij ook bij zijn publiek, onder wie veel Indische mensen. ‘Er is na afloop veel ontroering. De acteurs moeten vaak als een soort therapeuten met het publiek gaan praten. Laatst zei iemand: nu kan ik eindelijk beginnen mijn trauma te verwerken.’

Ontdekkingen

Toen ze eenmaal aan het praten waren, hoorden beide theatermakers zoveel verhalen, dat ze lang niet alles kwijt konden in één theatervoorstelling. Doll maakte ook de podcast Postcast. Hierin praat ze met gasten over brieven uit die tijd. ‘Tijdens mijn onderzoek kwam ik erachter dat die hele geschiedenis nog veel complexer is dan ik dacht. Ik wilde graag de persoonlijke verhalen van toen naar voren brengen en laten zien wat de impact hiervan is op de volgende generaties.’

Koen Verheijden besloot een drieluik te maken. Nina Bobo is het eerste deel. Het stuk is gebaseerd op zijn Indische oma, die op een dag besloot nooit meer te spreken. Deel twee wordt verteld vanuit het perspectief van zijn opa, die KNIL-soldaat was. En het laatste deel gaat over zijn Javaanse betovergrootmoeder, die njai was, en hoe zij als onderdrukte de kolonisatie heeft ervaren.

Verheijden wil zoveel mogelijk kanten belichten. ‘Het is gebruikelijk, zeker ook voor de derde generatie, om je uit te spreken tegen de kolonisatie en partij te kiezen voor de Indonesische bevolking. Maar de realiteit is niet zo zwart-wit. Ja, je hebt de Nederlander, die slechte dingen heeft gedaan, maar ook hij werd waarschijnlijk gemanipuleerd om dat te doen.’

Een van de opmerkelijkste ontdekkingen die Verheijden deed, was dat zijn opa en oma op 70-jarige leeftijd waren gaan scheiden. ‘Dat was vlak voor mijn geboorte. Niemand had me dat ooit verteld. Pas in het onderzoek kwam ik daarachter. Ze zagen elkaar nog iedere dag, dus het was me nooit opgevallen.’

In Nina Bobo gaat het over die scheiding en alle mogelijke aanleidingen daarvoor. Zowel zijn opa als oma hebben in kampen gezeten. Daar werden ze tewerkgesteld, zagen ze vrienden levend begraven worden en mensen omkomen van de honger. Deze ontberingen hebben geleid tot een huwelijk dat gedomineerd werd door ruzies en trauma’s, en uiteindelijk tot een scheiding. ‘Dat vind ik tekenend voor de heftigheid van deze geschiedenis. De trauma’s die ze hadden, werkten een leven lang door.’

Immersief theater

Het is nu ook mogelijk om aan den lijve te ervaren wat een dienstplichtige soldaat beleefde die in Nederlands-Indië het gezag over de voormalige kolonie moest helpen herstellen. Op klompen door de dessa is ‘immersief theater’ van producent Danny van Zuylen en regisseur Koen Verheijden. Dat houdt in: een 360-graden beleving, je zit niet op een stoel maar loopt door de voorstelling heen, door decors en langs acteurs. Ook een manier om de traumatische nasleep van een wrede oorlog te voelen.

De voorstelling Operasi Batavia van theatergroep Delta Dua van Anis de Jong.  	 Beeld
De voorstelling Operasi Batavia van theatergroep Delta Dua van Anis de Jong.

Tweede generatie

Hoewel er nu veel belangstelling is onder jonge theatermakers voor dit onderwerp, heeft ook de tweede generatie de afgelopen decennia niet stilgezeten. Zo hebben Anis de Jong en Nel Lekatompessy met hun groep Delta Dua een lange reeks voorstellingen op hun naam staan, waarin ze traditionele, Molukse verhalen vertellen, maar ook taboedoorbrekende, pijnlijke onderwerpen uit de koloniale geschiedenis van Nederland behandelen. Onlangs speelde de groep Operasi Batavia, een broederstrijd, een muziektheatrale ‘herinnering’ aan de dekolonisatieperiode. Hierin komen onder anderen een Molukse ex-KNIL-veteraan en zijn broer, een Indonesische nationalist, lijnrecht tegenover elkaar te staan.

De Jong is al 38 jaar bezig met het vertellen van verhalen die ‘uit bubbels breken’, zegt hij. ‘Wij waren er vroeg bij als het gaat om theater dat bewustwording wil bevorderen. Dat was in het begin niet makkelijk. Zeker in de Indische samenleving was het not done om alles overhoop te halen. Dat maakte het voor mij juist interessant. Nog steeds. Dat een Molukker ook een Indonesische nationalist kon zijn, dat hoor je zelden. Dat verhaal wil ik vertellen.’

Er is natuurlijk wel een hoop veranderd in de loop der tijd. ‘Ik ben in de jaren tachtig begonnen uit nieuwsgierigheid. Ik heb geen theateropleiding gevolgd.’ Rufus Collins, de grondlegger van het multiculturele theater in Nederland, was zijn voorbeeld. ‘Wat hij deed, wilde ik ook, maar dan met Molukse verhalen. Migrantentheater werd dat destijds genoemd. Nu klinkt dat denigrerend, maar toen was dat geen belediging. Het had een belangrijke functie. Het heeft verandering voortgebracht.’

Anis de Jong: ‘Als je het erover wilt hebben, moet je wel het gesprek aangaan met mensen. Theater kan helpen dat gesprek op gang te krijgen’ Beeld Anis de Jong
Anis de Jong: ‘Als je het erover wilt hebben, moet je wel het gesprek aangaan met mensen. Theater kan helpen dat gesprek op gang te krijgen’Beeld Anis de Jong

Die verandering bestaat eruit dat het voor makers nu volkomen normaal is om dit soort verhalen te ensceneren op toneel. De Jong wil niet, zoals de jongere makers, spreken over een taboe. ‘Dat is er helemaal niet. Als je het erover wilt hebben, moet je alleen wel het gesprek aangaan met mensen. Theater kan helpen dat gesprek op gang te krijgen. Dat wil ik nog vele jaren blijven doen.’

Voor de jongere generatie zijn deze voorstellingen ook een manier om hun identiteit te onderzoeken. Verheijden: ‘Werken aan Nina Bobo heeft me sterker gemaakt. Ik ben een Indische Nederlander, ik begrijp nu beter wat dat is. Dat voelt goed.’

Rumah Saya speelt t/m 3/11. Lichter dan ik t/m 13/1. Nina Bobo t/m 28/11.

Meer over