Operapersiflages en lyriek van Mikado zijn tijdloos

Mensen met piercings door hun tong, Britten en Fransen, Bush en zijn poedel Blair, de Parmalatdirectie, de gefacelifte Berlusconi, falende toplieden met hun bonussen....

Zijn inventaris doet eerder denken aan de jongste bundel ergernissen van Youp van 't Hek dan aan Londen anno 1885, de tijd en omgeving waarin Arthur Sullivan en zijn tekstschrijver William S. Gilbert hun 'comic opera' The Mikado in première zagen gaan.

Maar het is niet Youp die hier Ko-Ko souffleert, maar Gijs de Lange. Die maakt zijn regiedebuut bij de Nationale Reisopera met een klassiek geënsceneerde, operetteachtig-Japans vormgegeven, met beestjes en bloemetjes gedecoreerde, en door de bank genomen eigenlijk heel tekstgetrouwe Mikado. Bijna eerbiedig in z'n benadering van het puntdakje en de nonsenskimono, respectvol in z'n vertolking van Brits-bizarre satire, maar ook succesvol in de uittekening van kwekkende bekjes en schuivende voetjes.

En daar gaat het om. Want hilarisch zijn ze, de door doodstraffen geobsedeerde keizer; de immer omkoopbare minister-maarschalk-aartsbisschop Pooh-Bah; het holhoofdige meisje Yum-Yum; haar als 'troubadour' vermomde kroonpins Nanki-Poo; diens oude rivaal Ko-Ko, die met algemene stemmen tot hoofdafhakker is verkozen omdat hij, als eerste overtreder van een verbod op flirten, dan tenminste met zijn eigen hoofd moet beginnen.

Maar het is Sullivan die de schertsfiguren van de geniale Gilbert ziel en leven inblaast, met geraffineerde zingzang, met onbetamelijke feestkoren en immer provocerende, huppelende baslijntjes - geheimzinnige krachten die 'Japanse' benen tegen wil en dank doen bewegen, al zijn het de benen van een zelfmoordenaar die net een stervenscontract heeft ondertekend. 'Gilbert and Sullivan': het is het Britse erfdeel van Rossini en Offenbach, het is Victoriaans en onnoemelijk negentiende-eeuws. Maar het vecht een permanent conflict uit met gezag en goede zeden. Operapersiflages en eerlijke lyriek krijg je er op de koop toe bij, en het is jammer dat de tijdloosheid daarvan hier zelden wordt onderkend.

In Engeland zijn ze daar zorgvuldiger in, en de Reisopera is dan ook zo schrander geweest de voornaamste rollen te bezetten met Britten. Voorop Richard Suart, een van Sullivans voornaamste profeten op aarde, in de rol van Ko-Ko. In die rol was hij ooit in Limburg al te zien, in een Engelse reisproductie. Op zijn staat van dienst staan intussen ook optredens bij het Ensemble Intercontemporain, Covent Garden en Pierre Audi's Nederlandse Opera. Hij is thuis in repertoire van Purcell tot Boesmans en Ligeti, en behalve een oerintegere notenvlooier is Suart een entertainer van de eerste orde.

Scherp van tong en vlug van voet, op de hoogte van alle gags die er in een klarinettoontje of rammelrijm kunnen zitten, en indrukwekkend in het weg-acteren van zijn eigen ikje, is Suart het toonbeeld van de ideale operetteperformer. Als aartsintrigant Ko-Ko vrijwel permanent aanwezig, lijkt hij al confererend en sturend ook te fungeren als flying captain van het regie-team. Het is niet ondenkbaar dat dat team graag wat minder last van hem had gehad, maar het welslagen van De Lange, Paul Gallis (decor) en Arno Bremers (kostuums) is voor een goed deel het succes van Suart - en van de man van de klakkende hakjes, de choreograaf John Yost. Alison Rae Jones (Yum-Yum), Nuala Willis (als de overweldigende hofdame Katisha) en het Reisopera-koor mogen er ook zijn, en wie de onderkoelde Roger Smeets heeft gezien in de bijrol van Pish-Tush, zal hem nooit meer vergeten.

Dat de Britten niet alleen maar geluk brengen, bewijst de dirigent Mark Shanahan. Die toont, niet ten onrechte, graag aan dat Sullivan een meester was in het arrangeren van koren, solovocalisten, strijkers en soloblazers, maar houdt daarbij het tempo vaak aan de bezadigde kant. Muzikale brutaliteiten als bij de opkomst van de gebloemde bakvissen en in het papperlepap van drie hakkelende heren - die kunnen scherper.

Daar kan de Reisopera eventueel nog werk van maken in tien andere Gilbert en Sullivans. Repertoire genoeg, en bij het Fonds Podiumkunsten ligt altijd nog een pot 'operette' te wachten op een eerlijke vinder.

Meer over