Opera weigert subsidiekorting

De artistiek en zakelijk directeur van De Nederlandse Opera zien de dreigende subsidiekorting als een straf voor succes. Pierre Audi: 'Ik peins er niet over om nu een paar jaar crisismanagement te gaan doen.'

Juichend was de Raad voor Cultuur (RvC) in het subsidie-advies over de 'boeiende artistieke koers' van De Nederlandse Opera (DNO). Die demonstreert DNO dezer dagen met twee premières en een herneming. Een opera uit het 'ijzeren' repertoire in een nieuwe regie, Verdi's Don Carlo, een nieuwe opera van een jonge Nederlandse componist, Raaff van Robin de Raaff, en de reprise van een ander modern werk, Rêves d'un Marco Polo van de Canadees Claude Vivier.

Toch adviseert de Raad voor Cultuur staatssecretaris Medy van der Laan om de DNO-subsidie voor de nieuwe Cultuurnota-periode 2005-2008 met bijna een miljoen te verlagen tot 21,2 miljoen euro per jaar. De Nederlandse Opera is een van de grootste individuele ontvangers van rijkskunstsubsidie.

Pierre Audi en Truze Lodder, respectievelijk artistiek en zakelijk directeur van DNO, zijn boos - héél boos. Audi is sinds 1988 in functie, Lodder nog een jaar langer. 'In die periode hebben wij samen iets opgebouwd dat uniek is in de wereld', zegt de artistiek leider. 'Geen enkel ander operagezelschap biedt naast het grote repertoire zoveel experiment en vernieuwing als DNO. Niemand kan van ons vragen om dat nu weer af te breken.' Ruim een jaar geleden bedankte de Brits-Nederlandse Libanees nog na lang twijfelen voor een aanbod van de English National Opera. Het RvC-advies is voor hem onacceptabel. 'Ik peins er niet over om nu een paar jaar crisismanagement te gaan doen. We won't do it, we just won't do it.'

Lodder valt hem bij. 'Als Van der Laan het RvC-advies overneemt, zal dat sowieso pas effect hebben ná de nieuwe Cultuurnota. De operawereld plant nu eenmaal extreem lang vooruit. Wij leggen momenteel de laatste hand aan het jaar 2008. Ik weiger om reeds gesloten contracten te annuleren, zelfs als dat meer zou opleveren dan wat wij mislopen aan kaartverkoop.' Zo staat het ook letterlijk in haar bezwaarschrift tegen het RvC-advies aan Van der Laan.

Het duo ziet het advies als een straf voor succes. In 2003 waren alle DNO-voorstellingen in het Muziektheater uitverkocht - ook Die Soldaten van Bernd Alois Zimmermann, een 'onspeelbaar' geachte twintigste-eeuwse opera die bijna nooit wordt uitgevoerd. 'Wij krijgen subsidie om avontuur en vernieuwing te brengen', zegt Lodder. 'Dat doen wij niet alleen, wij trekken daar ook heel veel bezoekers mee.'

Dat publiek komt uit heel Nederland en is veel minder elitair dan het cliché wil, zo laat DNO in het jaarverslag zien. De toegangsprijzen liggen relatief laag: van twintig euro (zevende rang) tot 85 euro (eerste rang bij een première).

Ter vergelijking: zitplaatsen in Covent Garden in Londen kosten tussen de twintig en 245 euro, de Parijse opera biedt stoelen aan voor 79 tot 114 euro.

Toch is de DNO-exploitatie financieel gezond. Lodder hield in 2003 rekening met een tekort van 215 duizend euro; het werd een overschot van 275 duizend, ofschoon het Muziektheater een maand dicht was voor een verbouwing. Vooral door de kaartverkoop haalt DNO inmiddels een kwart van zijn budget uit eigen inkomsten, in plaats van de 15 procent die het rijk eist.

Maar opera is nu eenmaal de kostbaarste vorm van podiumkunst, en zal dus altijd zwaar afhankelijk blijven van subsidies. De complexe structuur waarin DNO opereert, maakt die kwetsbaarheid nog groter. DNO voert de directie over het Muziektheater samen met Het Nationale Ballet (HNB). Alledrie deze instellingen leven overwegend van subsidie, alledrie hangt een korting boven het hoofd - Muziektheater en HNB krijgen wellicht tonnen minder van de gemeente Amsterdam. Bovendien wil de RvC ook korten op de begeleidingsorkesten van DNO en HNB.

Al die kortingen tesamen leiden tot verspilling van gemeenschapsgeld, stelt Lodder. 'Als ze doorgaan, moeten wij beknibbelen op onze producties. Dan wordt het Muziektheater minder efficiënt benut, en daardoor ook relatief duurder.' Eigenlijk kan het zo niet langer, vindt Lodder. 'Het probleem zit in het systeem. De Raad voor Cultuur veegt ons op één hoop met kamerensembles en regionale orkesten.' Zij pleit voor een internationaal gezelschap van beoordelaars, die DNO kunnen afzetten tegen andere grote operagezelschappen in de wereld. 'Van der Laan moet zich opstellen als een ambassadeur, die het gehele kabinet doordringt van het publieke belang van de kunsten.'

Meer over