'Opera, opera, brrrr, daar vraag je me wat'

Jules van Hessen wilde natuurlijk meteen Nessun dorma. Stond hij, Danny de Munk (29, tenor), daar een beetje in de huiskamer die hoge 'b' eruit te poepen....

Maar zo slecht had Van Hessen, dirigent uit het klassieke vak, het toch niet gehoord. Hij dirigeerde De tijdaffaire, een muziekspektakel met zangers uit de musical- en de operawereld. En daar was ook Danny de Munk. Ooit, begin jaren tachtig, het lefgozertje uit de film Ciske de rat, later ster in musicals als Les Misérables en Cyrano de Bergerac.

'Hij zong met verschillende stemmen', merkte Van Hessen, 'bij bepaalde noten hoorde je een typische musicalzanger en bij andere noten had hij echt een operastem.' En hij heeft, wat je noemt, 'een makkelijke hoogte'. De Munk had daar z'n leven lang nog nooit bij stil gestaan. 'Opera, opera, opera, brrrr, daar vraag je me wat', dacht hij, toen Van Hessen eens voorzichtig een balletje opgooide. Maar ja, dat balletje werd toch zo enthousiast opgevangen dat ze het zijn gaan proberen.

Dat was ergens in februari dit jaar. En nu zitten ze in de repetitieruimte van het Muziektheater. Anderhalve dag voordat De Munk, begeleid door het Nederlands Theater Orkest onder leiding van Jules van Hessen, z'n debuut maakt als serieuze operazanger in het Amsterdamse Concertgebouw met een benefietconcert voor War Child. Dat wil zeggen, hij doet een duet uit Carmen met sopraan Gail Gilmore, een aria uit La Traviata en L'Arlesiana, en een Napolitaans lied. Daarna begint het musicalgedeelte van het concert, met songs uit Miss Saigon, Les Misérables en West Side Story.

Geen Nessun dorma, dus. Van Hessen vermoedde dan wel een gouden tenorenkeeltje, maar dat wil nog niet zeggen dat het er ook meteen is. Philip Curtis, zanger en docent drama aan de conservatoria in Den Haag en Amsterdam werd erbij gehaald als zangcoach voor De Munk om hem de klassieke zangtechniek bij te brengen. Hij had nog nooit een opera gehoord, hooguit eventjes Pavarotti op tv gezien, vertelt De Munk na de repetitie, in de artiestenfoyer. Noten lezen was iets wat hij 'altijd had geambieerd', maar daar was het nooit van gekomen. En Italiaans spreekt hij nou ook niet van huis uit. Maar, had Curtis hem verteld, zo was het vroeger ( 'Wel voor de Eerste Wereldoorlog, of zo.') ook geweest. Dan leerden die zangers het ook allemaal op gehoor en De Munk heeft, weet hij, een paar gouden oren.

Voorspelen, nazingen. Zo ging het. Alfredo's aria De' miei bollenti uit La Traviata leerde hij in een maand, terwijl hij ondertussen in de musical Blood Brothers stond. 'En dan kan kan je het wel zingen, maar dan is het nog niet mooi', constateerde De Munk en daarvoor moet je dus ook eerst weten waarover je zingt: 'Dan zong ik ''dell'amor'' en dan ging ik eerst van hard naar zacht, maar dat klopt niet, want ik zing over liefde en dan moet ik dus blij zijn en hetzelfde volume houden.'

'Bij pop zing je op je stem, je zet veel meer kracht op je stembanden', leerde De Munk al gauw. Omschrijven hoe het er bij klassiek aan toe gaat, is lastiger, want hoe zeg je dat nou? Hij wijst naar z'n neus en z'n ogen: 'Het komt meer hieruit. Uit je holtes, ja. Alsof je een masker hebt. Je belast je stembanden veel minder en je ademsteun is meer gericht.' Zingt een stukje: 'Zie je, dan maak ik al van die grote gebaren.'

Naar andere tenoren heeft hij bewust niet geluisterd. Bang dat hij hun manieren en hun geluid zou gaan imiteren. Dus heeft hij alles naast zich neergelegd en zijn 'eigen sound en ziel en zaligheid' gecreëerd. Maar een nieuwe wereld is er 'absoluut' voor hem opengegaan. Ja, stel dat het vanavond aanslaat bij het publiek - en waarom niet, de mensen uit het orkest reageerden toch ook verrast? - dan zou het 'stom zijn om geen noten te leren lezen en je niet te verdiepen in de opera'.

En het gekke is, met z'n operastem in Cilea's E la solita storia, haalt hij die hoge 'b' hartstikke makkelijk. Of nou ja, als ze gezegd hadden dat het een hoge 'z' was, had hij het ook geloofd. Gewoon vanaf het begin in die holte gaan zingen en er ook niet meer uitkomen, want dan ben je weg. Dan word je een popzanger die opera gaat zingen.

'Nee', zegt De Munk, 'ik doe echt wat de groten der aarde ook doen. Geen microfoon. Ik dacht altijd: opera is hard, hard, hard, Maar dat is niet zo. Philip zei dan: Danny, zachter, dat moet, eh, heet dat legato? Van hard naar zacht? Diminuendo?' Hij grijnst de jongensachtige lach waarmee hij als jochie van twaalf Nederland veroverde. 'Dat heeft hij me geleerd. Het klinkt allemaal zo ongeloofwaardig, maar zo is het gegaan.'

Meer over