Aard van het beestje

Op zoek naar waterrijke gebieden ontdekten de Oost-Europese krakeenden het paradijselijke Nederland

Caspar Janssen gaat wekelijks op zoek naar een dier in zijn habitat. Wat typeert het dier? En waarom doet het juist nu van zich spreken?

De krakeend in vlucht. Beeld Margot Holtman
De krakeend in vlucht.Beeld Margot Holtman

Een ochtend met eenden, aan een waterplas in de Hooge Boezem achter Haastrecht, inclusief waterig weertje. Ze dobberen soort bij soort: de wintertalingen, de slobeenden, de smienten, de wilde eenden en de krakeenden, waarvoor ik hier ben, samen met Erik Kleyheeg, die zich namens Sovon Vogelonderzoek heeft verdiept in deze en andere eendensoorten.

De krakeend is een wat onopvallend, maar op het tweede gezicht beeldschoon eendje, sierlijk, net iets kleiner dan de wilde eend, subtiel getekend, een wit vlakje op de vleugels, de zogeheten spiegel. Het mannetje heeft een opvallende zwarte kont, het vrouwtje heeft veel weg van dat van de wilde eend.

De krakeend was ooit zeldzaam. In de jaren zeventig waren er misschien 500 broedparen. Nu zijn het er meer dan 30 duizend. Vanaf eind jaren tachtig begonnen de aantallen exponentieel te stijgen. Krakeenden koloniseerden Nederland toen vermoedelijk vanuit Oost-Europa, waar ze algemeen voorkomen. Kleyheeg denkt dat het te maken had met een paar extreem droge jaren aldaar. Op zoek naar waterrijke gebieden ontdekten de Oost-Europese krakeenden het paradijselijke Nederland. Net op het moment dat hier meer van dit soort terreintjes werden aangelegd. Nieuwe, natte natuur.

De krakeenden, enkele tientallen vaste bewoners, liggen aan de andere kant van de plas. Met de telescoop van Kleyheeg zijn ze goed te bewonderen. ‘Kijk ook naar de begroeiing rondom’, zegt Kleyheeg. ‘Die ruigte, die niet wordt gemaaid, is ideaal broedgebied voor krakeenden.’

Een verhaal over de krakeend gaat al snel ook over de wilde eend, onze huis-tuin-en-keukeneend. Waar de krakeend floreert gaat het met de verwante wilde eend al decennia gestaag slechter. Logische vraag: waarom? Er zijn wel vermoedens. Waar de krakeend bij voorkeur in wat ruigere gebieden broedt, broedt de wilde eend overal in de buurt van water, dus ook in weilanden, die vroeg gemaaid worden. Nog een verschil: de wilde eend broedt veel vroeger dan de krakeend. Kleyheeg: ‘De kuikens van de wilde eend komen uit in de periode die bekendstaat als de hungry gap, als alle dieren honger hebben. De kuikens zijn dan een geschenk uit de hemel voor reigers, roofvogels en andere hongerige dieren. Als de kuikens van de krakeend uitkomen, bruist de natuur juist van het leven. Er is voedsel genoeg voor de kuikens zelf, en ook predatoren zijn niet meer alleen afhankelijk van eendenkuikens.’

Nog een voordeel voor de krakeend: hij is overwegend vegetariër, in tegenstelling tot de wilde eend. Kleyheeg: ‘De wilde eend heeft mogelijk last van de afname van insecten op het platteland. De krakeend profiteert juist van het voedselrijker worden van het water door de landbouw. Door de eutrofiëring van het oppervlaktewater door meststoffen, groeien er meer algen. Er is direct bij de geboorte al genoeg voedsel. En buiten het broedseizoen zijn krakeenden net kleine gansjes, ze eten ook het eiwitrijke gras dat ruim voorhanden is.’

Kleyheeg gelooft niet dat de krakeend en de wilde eend elkaar in de weg zitten, juist vanwege die verschillen. De krakeend heeft de wilde eend ook nog lang niet verdrongen als huis-tuin-en-keukeneend. Kleyheeg: ‘Er zijn nog altijd veel meer wilde eenden. Aan de andere kant: de groei bij de krakeenden lijkt er nog niet uit. Ze leven ook steeds dichter in de buurt van mensen, ze passen zich aan. Je ziet ze nu ook steeds meer in de stad.’

Dat laatste kan ik bevestigen, als inwoner van Amsterdam. De krakeend is al jaren gewoon te bewonderen in het Vondelpark en in andere parken. Niet alles wordt minder.

Meer over