Reportage

Op zoek naar goede gesprekken in de nieuwe app Clubhouse

null Beeld Femme ter Haar
Beeld Femme ter Haar

Met de app Clubhouse kun je in kamers gesprekken voeren en volgen. Ja, eigenlijk zoals in een café dus. Doortje Smithuijsen nam voor de Volkskrant de proef op de som en struinde een paar kamers af.

Acteur Achmed Akkabi is net een van zijn favoriete keepers van Jong Ajax tegengekomen in een gesprek over homoseksualiteit onder Marokkaanse jongeren. ‘Leuk je te ontmoeten, man’, zegt hij vrolijk. ‘Insgelijks, man.’

Even verderop praten schrijver Ronald Giphart, dichter Nico Dijkshoorn en zanger Tim Knol over de vraag wat hun favoriete balletvoorstelling is. Weer verderop adviseert cabaretier Johan Fretz jonge mediamakers over de weg naar Hilversum. Daarnaast hebben een paar vrienden van mij een gesprek over vampiers - maar dat lijkt me niet zo interessant. Liever luister ik mee over het favoriete chocoladetaartrecept van chef Joris Bijdendijk. Of naar wat influencer Kaj Gorgels te zeggen heeft over de coronamaatregelen.

In media- en ondernemersland gonst het de afgelopen weken van Clubhouse, een app die je het best kunt omschrijven als een platform voor interactieve radio. Gebruikers kunnen een kamer beginnen waarin een specifiek onderwerp wordt besproken, anderen kunnen meeluisteren of hun hand opsteken om aan te geven dat ze zelf willen praten.

Clubhouse werd afgelopen voorjaar gelanceerd door twee voormalige medewerkers van Google, als digitale omgeving waar Silicon Valley-types met elkaar kunnen babbelen nu dat door corona wordt bemoeilijkt. De app is alleen toegankelijk op uitnodiging, en doordat genodigden – van Elon Musk tot MC Hammer – er geregeld over spraken op Twitter, ontstond er een buzz. Die resulteerde in een kapitaalinjectie van 10 miljoen dollar (ruim 8 miljoen euro) en een geschatte waarde op 100 miljoen – binnen een maand of twee.

Deel van de aantrekkingskracht van Clubhouse zit hem vermoedelijk in de vermeende exclusiviteit. Iedereen kan de app weliswaar downloaden, maar om hem daadwerkelijk te gebruiken moet je worden binnengelaten door een gebruiker, elke gebruiker kan twee mensen uitnodigen.

‘Binnenkomen’ in Clubhouse kan op twee manieren. Je kunt wachten tot iemand je een uitnodiging stuurt, elke nieuwe gebruiker krijgt twee keer de mogelijkheid iemand uit te nodigen. Of je kunt zelf de app downloaden, zoals ik, en afwachten tot iemand je ‘binnenlaat’. Gebruikers die mij in hun contactenlijst hebben zullen de melding krijgen dat ik de app heb gedownload, en de optie om een van hun ‘invites’ aan mij aan te bieden. Heel moeilijk is het kortom niet om de app in te komen. Sowieso is de exclusiviteit en Clubhouse ogenschijnlijk meer marketingtruc dan langdurige strategie: de oprichters hebben in een recente blogpost al laten weten van plan te zijn ‘de hele wereld’ via de app te verbinden.

Flinke kritiek op Clubhouse

De nieuwe hit in socialemedialand krijgt meteen flinke ­kritiek. ­Afgelopen weekend stond in de Britse krant The Guardian een stuk met de kop ‘Waarom de nieuwe app Clubhouse niets dan zorgen baart’ van internethistoricus en hoogleraar John Naughton.

Het voornaamste bezwaar is dat Clubhouse toegang eist tot alle contacten van de ­genodigde.

Een schrijver op techsite Vox formuleerde het zo: ‘Ik was uitgenodigd om me aan te sluiten bij Clubhouse, maar mijn privacy was niet welkom.’ Dus ook contacten die zelf geen aansluiting zoeken bij de app komen op deze manier, ongevraagd, toch in beeld.

Een ander punt van aandacht, volgens Naughton, is dat de gesprekken worden opgeslagen waarna ze gemonitord worden door Agora, een ­bedrijf dat in Shanghai is ­gevestigd. Voor Naughton ­genoeg om de vergelijking met een jonge Facebook te trekken: een exclusieve club die op een gegeven moment de massa binnentrekt en als gigantische datastofzuiger een bedreiging voor de democratie vormt.

Entreehal

Na mijn toezegging om dit stuk te schrijven sloeg een lichte paniek toe: zou ik wel toegelaten worden? Niet nodig, zo bleek. Ongeveer een minuut nadat ik de app had gedownload, werd ik al toegelaten door iemand van wie de naam me niets zei. Na even googelen kwam ik erachter dat we één keer samen in een meeting hadden gezeten, over een project dat nooit van de grond is gekomen. Tot zover de exclusiviteit van Clubhouse, dus.

Eerst beland je in de welcome room, een kamer waar je als nieuwe gebruiker door bestaande gebruikers wordt rondgeleid door Clubhouse. In mijn welcome room zat één persoon, Volkskrant-collega Julien Althuisius. Het was er helemaal stil: Julien zweeg, ik ook. Uit ongemak drukte ik op de leave quietly-knop – waar ik me nog veel vaker van zou bedienen. (Toen ik Julien later berichtte over onze ongemakkelijk stilte, vroeg hij: ‘Wat is een welcome room?’)

Wij waren niet de enigen die verward waren. In mijn omgeving was de vraag ‘hoe kom ik op Clubhouse?’ de afgelopen weken overgegaan in ‘Ik zit op Clubhouse, wat nu?’ Ik navigeerde doelloos tussen slappe gesprekken van vage kennissen over wat de lekkerste snack is, naar kamers met honderden Texanen die praatten over de extreme kou in hun staat. Een vriendin vertelde dat ze de eerste paar uur Clubhouse geen enkel geluid had gemaakt; ze dacht dat iedereen constant te horen was, in plaats van alleen de sprekers.

Ondertussen overheerste bij mij de angst dat ik iets moest zeggen, want in elke kamer is precies te zien wie er meeluistert. Je kunt dus op elk moment worden uitgenodigd deel te nemen aan het gesprek.

Minder eng dan gedacht

Bij de mensen die Clubhouse een beetje doorhadden, was de app een verademing, met name bij gebruikers die al naam hadden gemaakt op apps als Twitter en Instagram. Fervent Twitteraar Johan Fretz liet op Instagram weten op Clubhouse zulke heerlijke, ongedwongen gesprekken te hebben over politiek. Een bevriende actrice vond de mensen op Clubhouse zo ontzettend lief – ‘Iedereen laat elkaar uitpraten!’

Gebruikers buitelen inderdaad over elkaar heen met hun wederzijds respect. ‘Ten eerste wil ik zeggen dat ik respect heb voor iedereen hier en voor elke cultuur en achtergrond.’ ‘Thanks man, ik heb ook superveel respect voor jou en je cultuur.’ Toen ik eindelijk voor het eerst iets zei in een kamer, werd er door de overige deelnemers uitgebreid geapplaudisseerd.

null Beeld Femme ter Haar
Beeld Femme ter Haar

Meeluisteren met gesprekken van mensen die je maar half of helemaal niet kent, met de mogelijkheid wanneer je maar wilt door te lopen naar een ander groepje – de vergelijking tussen Clubhouse en de kroeg is al meermaals gemaakt. Met als verschil, uiteraard, dat dat meeluisteren nu thuis plaatsvindt, vanaf de bank, met je telefoon in je hand.

Meepraten was uiteindelijk een stuk minder eng dan ik had gedacht. Ik belandde in een kamer waarin ik werd uitgenodigd mee te praten over een onderwerp waarover ik een column heb geschreven. Na een paar houterige zinnetjes gleed ik zo een gesprek in over de aandachtsspanne tijdens het kijken naar series, wat al snel zo’n typisch kabbelend gesprek met tips werd.

Toen ik na een paar minuten ‘op het podium’ toch maar op de leave quietly-knop drukte, bleef het aangename gevoel hangen dat je kan krijgen van een vriendelijk gesprek zonder duidelijk doel. Dat ongedwongen gevoel van ‘leuk om die en die weer eens te spreken’. Een gevoel dat in tijden van zakelijke Zoom-marathons en zelfisolatie nog maar zelden de kop opsteekt.

Te veel coke

Maar met de terugkeer van de (online) kroeg in het dagelijkse leven, kwamen ook de bijbehorende ergernissen terug. Het gevoel van fear of missing out (fomo), bijvoorbeeld. Een vriend zat steeds maar één minuut in een kamer, omdat hij steeds dacht dat het gesprek elders leuker was, met als gevolg dat hij nooit iets meekreeg. Helemaal fomo hadden de mensen met Android-telefoons; Clubhouse is voorlopig alleen voor iPhones beschikbaar.

Ook terug is het slappe geouwehoer, de cafégangers die eindeloos over zichzelf praten. Een vriendin zat in een kamer voor mensen uit de filmindustrie, waarin een man na zeven minuten monoloog over het bioscoopsysteem moest toegeven dat hij helemaal niet in de filmwereld werkte, maar ‘wel iets deed met marketing’. Haar conclusie: de mannen die vroeger te veel coke snoven op de vrijmibo, zitten nu op Clubhouse.

Ondertussen gebeurde er nog iets anders: in de korte tijd dat ik op Clubhouse zat, ging de initiële kroegervaring al snel over in het gevoel van verplichte zelfpromotie dat hoort bij een netwerkborrel. Grote influencers van andere platforms maakten hun opwachting met cursussen over personal branding. Presentator Renze Klamer organiseerde nabesprekingen van zijn eigen talkshow De vooravond. Ondernemer en influencer Bas Smit begon kamers over hoe je het meest uit je LinkedIn-account kunt halen. Reclamejongens gingen dagelijkse gesprekken organiseren waarin werd besproken hoe je sociale media kunt inzetten voor marketingdoeleinden. D66-lijsttrekker Sigrid Kaag kondigde haar eerste gesprek aan op Clubhouse. Ook Jesse Klaver en Rob Jetten hadden zich inmiddels aangemeld. Nog wat later zag ik dat Constantijn van Oranje een account had.

Grote geld

En met de politici en de Oranjes kwam het grote geld. Deze maand ontving Clubhouse nog eens 100 miljoen dollar aan investeringen, en de geschatte waarde vertienvoudigde binnen een jaar richting een slordige 1 miljard dollar. En zoals dat wel vaker gaat met succesvolle apps: Facebook en Twitter bouwt ondertussen iets soortgelijks. In China is Clubhouse onlangs verboden.

null Beeld Femme ter Haar
Beeld Femme ter Haar

Hoe kon Clubhouse zo snel mainstream worden? Belangrijke reden is vermoedelijk dat iedereen er de tijd voor heeft. Het moment dat de avondklok wordt afgeschaft, zou weleens het einde kunnen betekenen voor de populariteit van de app, want vooral na negenen is het er druk. Bovendien heeft iedereen de afgelopen maanden veel kunnen oefenen met online communicatie. Dankzij Zoom en Teams weten steeds meer mensen hoe je je digitale hand moet opsteken als je iets wilt zeggen, en dat je jezelf moet muten als je niet aan het woord bent.

Wat ook zal meespelen is dat we al bij verschillende apps hebben kunnen zien hoe ze van nieuw naar mainstream gingen. Iedereen wil Clubhouse koloniseren en zich manifesteren als gebruiker van het eerste uur.

Het valt op hoe podcasterig de gemiddelde Clubhouse-gebruiker zich gedraagt, veel gebruikers lijken hun timing en woordkeuze te hebben afgekeken van een show als Man man man of De Zelfspodcast. De genante anekdoten en verhalen ‘die ik nog nooit eerder aan iemand heb verteld’ vliegen je om de oren, op het geacteerde af. Ook niet heel gek: na maanden wandelen met podcasts als enige gezelschap, heeft vermoedelijk zo’n beetje iedereen zich wel eens afgevraagd waarom hij zelf eigenlijk nooit een podcast is begonnen. Ronald Giphart merkte naderhand op Twitter over zijn balletkamer op dat het toch wel heel jammer was dat het gesprek niet was opgenomen, dat was namelijk epic.

En hoewel Clubhouse nog altijd gratis en advertentievrij is, wordt er in kamers wel volop gesproken over manieren waarop je er geld mee zou kunnen verdienen. Er wordt vooral gedacht aan afgeschermde kamers, waarbij de deelnemers betalen voor gesprekken, vergelijkbaar met betaalde nieuwsbrieven. Heel lang zal het vermoedelijk niet duren voordat Clubhouse van nieuw, speels medium verandert in een app die net zo commercieel gedreven is als Facebook of Instagram. Het is te hopen dat gebruikers dan nog altijd die ene vertrouwde knop tot hun beschikking hebben: leave quietly.

Growthacking

Hoewel Clubhouse een algoritmevrije app is, wordt er inmiddels toch al aan ‘growthhacking’ gedaan, het kunstmatig verzamelen van volgers. Gebruikers beginnen daarvoor een kamer en moedigen alle deelnemers aan een grote Clubhouse-gebruiker als profielfoto te nemen, in de hoop dat die gebruiker daadwerkelijk zal binnenkomen en al zijn volgers meeneemt. Zo zat er al eens een kamer vol Bas Smits te wachten tot influencer Bas Smit binnenkwam met zijn volgers. En uiteraard, hij kwam.

Meer over