Op safari tijdens een dansfestival

Geen wereldpremière van een grote naam als Anne Teresa de Keersmaeker of Lloyd Newson. Het tweejaarlijkse Springdance-dansfestival opende gisteravond in de Stadsschouwburg Utrecht anders dan gebruikelijk....

Volgens curator Simon Dove zet een grote monumentale voorstelling niet meer de juiste toon van het festival. Springdance richt zich volgens hem steeds meer op intensiever en intiemer contact met de toeschouwer. Opvallend is het grote aantal voorstellingen in verpakking: optredens die onderdeel zijn van een bus-, wandel- of boottocht; performances die in een winkel in de Utrechtse binnenstad gekocht kunnen worden of het in een huiskamer onderdeel worden van een ter plaatse te creëren interviewperformance.

Dove: ‘Eigentijdse kunstenaars vinden een theater niet meer de meest passende omgeving. In een schouwburg ligt van alles vast: de ruimte, de prijs, de plek van de toeschouwers, de beperking tot een auditieve en visuele ervaring. Zij zoeken een bredere context om dichter bij hun publiek te komen.’ Het gaat daarbij volgens Dove minder om interactieve mogelijkheden dan wel om intimiteit. ‘Interactie en intimiteit in een theater zijn tamelijk plat.’

Het is een trend: festivals en gezelschappen organiseren extra’s rond hun voorstellingen. Van etentjes, ontbijtjes, soirees en party’s tot inleidingen, nagesprekken, workshops, en kijkjes achter de schermen. Motel Mozaïque, dat zondag sloot, gidste zijn toeschouwers langs lifestylegoeroes, naar de Vrouwenhof of stuurde hen naar het bijzonderste muurtje van Rotterdam. Toneelgroep Amsterdam clustert zijn voorstellingen jaarlijks in een Tam Tam-programma, waarin Hans Kesting een SM-Sinterklaas speelt die toeschouwers over de knie legt.

Frank Peters, auteur van het boek Imagineering (2002) over het vormgeven van belevenissen, verklaart deze uitbreiding naar steeds intensievere ervaringen in de kunst door de moordende concurrentie met de entertainmentindustrie. ‘Musea en theaters gaan de strijd aan met meer mediageoriënteerde initiatieven, zoals video-on-demand, televisie-op-je-mobiel en het immense aanbod via internet. Ze worden gedwongen een intensievere en langduriger ervaring aan te bieden dan anderhalf uur voorstelling. Ze duiden belevenissen steeds meer en zoeken naar cross-overs met collega-instellingen.’

Ook bij Springdance kan een bezoeker zijn eigen dansroute samenstellen via filmprogramma’s in bioscopen, bewegingen van meteorenzwermen bij de Sterrenwacht Sonnenborgh, Utrechters die op video dansen met hun gezicht en de Nederlandse Spoorwegen die het treinverkeer ‘choreografeert’. Een stadssafari kan ook.

‘Natuurlijk gaat het ook om de fun’, zegt Dove. ‘Maar we willen dat mensen meer verbanden leggen tussen de explosie aan voorstellingen en de stad die er altijd al is. Uit onderzoek blijkt bovendien dat we zo de drempel slechten die mensen ervaren als ze lezen dat er ergens eigentijdse dans is te zien.’

Meer over