Op naar Hellendoorn!

Het mag misschien niet van het hoogste belang zijn voor de literatuurgeschiedenis, maar in de categorie letterkundige trivia scoort het heel hoog: de Sinterklaas Commissie van Deventer werd ingesteld nadat de 19de-eeuwse letterkundige, historicus, en bemoeial Johannes van Vloten een voorstel had ingediend om de intocht van Sinterklaas in Deventer...

In Sporen van schrijvers en dichters in Overijssel en Gelderland gaan negentien schrijvers op zoek naar de sporen die door 35 min of meer bekende auteurs, van Jacobus Revius tot Kader Abdolah, zijn nagelaten. Daarbij is het idee van spoorvorming ruimhartig gehanteerd. Het kan de vervaagde hoefslag zijn van het paard van Sinterklaas, maar ook de feitelijkheid van het adresboek. Monumenten, straatnaambordjes, begraafplaatsen, ze worden meestal wel genoemd, en waar mogelijk werden foto’s opgenomen van woonhuizen, hotels, of de oprijlaan van boerderij Bergzicht waar Willem de Mérode dagelijks op de postbode stond te wachten – maar de bundel is zeker niet opgezet als een gids voor de literaire pelgrim.

Het hoofdstuk over Anna Maria Moens bijvoorbeeld is hoofdzakelijk een speurtocht door gelegenheidsalbums, ofwel vriendenboeken, met zijsprongen naar de ooit zo illustere Rhijnvis Feith. Het artikel over Feith zelf laat zien hoe in de gedichten van Moens de poëtische vingerafdrukken van Feith te vinden zijn. De meeste andere bijdragen spelen zich af buiten de bibliotheek of de werkkamer. Dan valt de geografie van het schrijversleven samen met de landkaart van het literaire werk. Het dorp Gorssel bijvoorbeeld in het leven en het werk van Peter Andriesse, en de personages uit de verhalen van Nescio, die door Bert van Heste geestdriftig worden ingeburgerd tot Nijmegenaar: ‘Dichtertje is van Nijmegen geworden.’

J.C. Bloem, Paul Rodenko, Hans Andreus, Potgieter, Staring, H.H. ter Balkt, Willem Wilmink, die mochten in deze galerij uiteraard niet ontbreken. Maar voor wie niet in Gelderland of Overijssel staat ingeschreven bij de letterkundige stand, zullen de boeiendste sporen worden nagelaten door streekgebonden schrijvers.

Door Annie Oosterbroek-Dutschun, auteur van streekromans. Zij legde het manuscript van haar eerste roman voor aan een leraar op de hbs, wiens oordeel vernietigend was. Toch werd het boek uitgegeven, en er werden zevenhonderdduizend exemplaren van verkocht. Of door Willem de Jong, een boerendichter, die vergeleken wordt met Raspoetin, terwijl hij eigenlijk een 19de-eeuwse, regionale H.K. Poot was. En Johanna van Buren, die haar verzen schreef in het dialect van de streek rond Hellendoorn, waar haar standbeeld staat. In de plaatselijke Oudheidskamer heeft ze een museale uitstalling. Café-restaurant In de Tonne heeft enige van haar verzen op de menukaart staan. Sporen om te volgen. Op naar Hellendoorn!

Ed Schilders

Meer over