Op hoogtepunt Soundscapes stuwen beeld en geluid elkaar op

De National Gallery combineert oude meesterwerken met nieuwe geluidscomposities. Een kunst op zich, die ze in Londen verstaan. Op de hoogtepunten stuwen geluid en beeld elkaar op. Werk van Théo van Rysselberghe lijkt gemaakt voor producer Jamie xx.

Stefan Kuiper
De Ambassadeurs (1533) van Hans Holbein de Jonge. Het is in de tentoonstelling te zien met een soundtrack van geluidskunstenaar Susan Philipsz. Beeld The National Gallery
De Ambassadeurs (1533) van Hans Holbein de Jonge. Het is in de tentoonstelling te zien met een soundtrack van geluidskunstenaar Susan Philipsz.Beeld The National Gallery

Spanning kun je horen. Het zijn vioolklanken, langgerekt en sonoor, dreigend draaien ze om je heen als de raptors in Jurassic Park. Geluidskunstenaar Susan Philipsz componeerde ze voor Soundscapes, een expositie in de Londense National Gallery waarin nieuwe composities aan oude meesterwerken zijn gekoppeld, in Philipsz' geval aan Holbeins De ambassadeurs (1533).

Dat schilderij gaat óók over de spanning tussen seculiere en religieuze macht, spanning die je ziet in de ernstige gezichten van de ambassadeurs en in de luit met gesprongen snaar in het midden, een detail dat mij niet eerder opviel. Philipsz' soundtrack maakt het doek strenger, onwrikbaarder. Het is een van de beste in deze grensverleggende tentoonstelling.

Nu is zo'n soundtrack zeker geen paardenmiddel. Vaak verhoudt het zich tot het kunstwerk als de lachband tot de sitcom: een dramatische vingerwijzing, soms onnodig, vaak irritant. Ik herinner me een tentoonstelling in de Hermitage aan de Amstel waar ze post-impressionistische schilderijen hadden opgeleukt met onder meer vogelzang, en dat kwam noch de post-impressionisten noch dat gezang ten goede. De junglegeluiden die nu klinken onder foto's van Amazonebossen in Huis Marseille: niet leuk. Het combineren van beeldende kunst en geluid is een kunst op zich, die interessanter wordt naarmate ze het illustratieve stadium (vogeltje zien = vogeltje horen) ontstijgt. Bij de National Gallery beseften ze dat.

Spaarzaam

Dat begint al met de inrichting. Die is spaarzaam. Eén werk per verduisterde zaal met speakers op strategische plaatsen. Het heeft iets van een diapresentatie en dat wekt ergernis bij wie allergisch is voor quasi-mystiek en opgelegd pandoer (zo'n beetje de voltallige Britse pers), maar het werkt ontegenzeglijk concentratieverhogend. En, in combinatie met de soundtracks, onthaastend. Het oor, minder dan het oog, bepaalt de kijkduur, en dat oor is geduldiger dan zijn zusterzintuig, minder springerig. Het werk, kortom, krijgt de tijd die het verdient.

De eerste is direct een mooie: Akseli Gallen-Kallela's Lake Keitele (1905). Dit zie je: een meer, een eiland, het spiegelgladde wateroppervlak in een zigzagpatroon opengebroken door de wind. Dit hoor je: vogels (jawel!), een raaf, een koekoek en na een tijdje iets dat het midden houdt tussen roepen en jodelen. Alpinisten, denk je, maar het programmaboekje houdt het op een Sami-krijger, geen idee wat dat is. Het werkt - soort van. De vogels, het gejodel, ze lijken echt uit dat landschap afkomstig, en toch blijft het een still uit een natuurfilm. Je staat te wachten tot David Attenborough begint te praten. Het natuurlijke mysterie van Kallela's doek wordt ondermijnd.

Elders stuwen beeld en geluid elkaar juist op en ontstaat een synthese. Een elliptisch stuk met viola da gamba (Nico Muhly) verleidt je om rond Het Wilton Diptiek te blijven draaien: het repetitieve, haast manische karakter van de muziek gooit pijltjes naar de gekloonde engelen en de even manische detaillering van dit middeleeuwse tweeluik. Een exotische compositie met cello, vervolgens, geeft Cézannes beroemde Baadsters een onvermoed efemere kwaliteit. Wanneer de klanken wegebben, ogen de vrouwen als een vervagende vakantieherinnering.

Lake Keitele (1905) van Akseli Gallen-Kallela is in Londen te zien met geluiden van vogels en gejodel. Beeld The National Gallery
Lake Keitele (1905) van Akseli Gallen-Kallela is in Londen te zien met geluiden van vogels en gejodel.Beeld The National Gallery

Visuele euforie

Dan is er nog Jamie Smith, ofwel Jamie xx. Over hem kan ik weinig slechts zeggen, naar zijn debuut Colours luister ik al weken. Hij maakt rave, meer melancholiek dan opzwepend vaak: dansmuziek die klinkt alsof ze gemaakt is door iemand die vanuit de toekomst terugkijkt. Hier mocht hij aan de slag met een zeegezicht van Théo van Rysselberghe, de Belgische pointillistische schilder, een klein, betoverend ding. Het werk lijkt voor hem gemaakt. In analogie met Van Rysselberghes schilderij, dat is opgebouwd uit duizenden verfpuntjes in wit, mint, ultramarijn et cetera, verdeelde hij zijn productie, een gedempt stuwende track met synthesizerklanken die als warme golven aanrollen, over de zaal. Elke speaker legt andere accenten. Wat je hoort, is waar je staat. Dat werkt. Beeld en geluid worden een nieuw, hallucinant ding. Het is een gemeenplaats om pointillisme met MDMA-roes te vergelijken, en toch: een tijdje in deze zaal geeft een benadering van pillenpret. De visuele euforie, maar ook het gevoel dat besef van tijd en omgeving voor even verdwijnen. Een ervaring die ondanks Smiths hypnotiserende, gloedvolle muziek vreemd verstild aandoet. Daarna maakt de National Gallery's vaste collectie een lawaaiige indruk.

Soundscapes. Beeldende kunst. National Gallery, Londen, t/m 6/9.

Coastal Scene (rond 1892) van Théo van Rysselberghe, wordt getoond met muziek van Jamie xx. Beeld The National Gallery
Coastal Scene (rond 1892) van Théo van Rysselberghe, wordt getoond met muziek van Jamie xx.Beeld The National Gallery
Meer over