Op een eiland holderdebolder door de eeuw van Rieks Swarte

'Deze kant op! De eerste deur links voor het Onderduikcabaret.' Het gefluister is dwingend, gehoorzaam schuiven we naar binnen. Daar klinkt de piano, nostalgisch wiegend zingen de twee cabaretiers over lichtjes op het Leidseplein die weer gaan branden....

Marian Buijs

We klappen hard, maar wel met de klaargelegde handschoenen aan, anders horen de Duitsers ons. Daarnaast vallen we stil bij Jo Spiers tekeningen uit Theresiënstadt en we bladeren in een onvergetelijk Vergeetboek waarin 'herinneringen aan thuis' zijn uitgeknipt. Zo holderdebolderen we door de oorlogsjaren in Het Panorama van de Eeuw van theatermaker Rieks Swarte.

Swarte maakte een 'levende tentoonstelling' over de afgelopen honderd jaar. Geen geschiedenisles, maar een persoonlijke verzameling herinneringen, sketches, vergeten liedjes en anekdotes. In een kamertje zien we nagespeelde Freudiaanse dromen, we horen een toespraak van architect Wijdeveld en we vergapen ons aan de nylonkous van de armen: een potloodlijntje op een bloot been.

De afwisseling tussen uitgestalde voorwerpen en gespeelde, korte scènes zorgt voor levendigheid, maar bijzonder wordt deze onderneming vooral door de locatie: het meer dan een eeuw oude forteiland in IJmuiden.

Met zijn onderaardse gangen, fraaie uitzichten en adembenemende ruimtes, is dat fort de reis al meer dan waard. Na een boottochtje en wandeling dalen we af in de vesting. Langs Who's Afraid of Red, Yellow and Blue, waar een enorm mes als een metronoom overheen scheert. Wat is kunst?, vraagt explicateur Swarte, het kwetsbare doek of de vernietigingsdaad zelf?

Vanuit dat heden wandelen we terug in de tijd. Nissen in de dikke muren dienen als vitrines waarin gebeurtenissen zijn vertaald in een beeld. Een minivoetbalveldje omringd door gereedschap als hamers, beitels en scheppen, met op een bordje de naam van Picornie.

De merkwaardige gangen en holtes van het bouwwerk voegen soms een betekenis toe: in een diepe nauwe gang is een enorme verzameling afgetrapte schoenen neergezet. Met de neuzen naar ons toe lijkt het een menigte mensen die op je afkomt: Vluchtelingen. Swarte en zijn medemakers zien kans zelfs sentimentele en beladen onderwerpen zo te verbeelden dat je er met een verse blik naar kijkt.

Dat lukt niet altijd, zoals bij de melige act rond De Bom of het museum van John Cage. Ook het tempo waarin de rondgang verloopt, klopt nog niet. Wie de teksten bij de vitrines rustig wil lezen, veroorzaakt meteen een flinke file. Tegelijkertijd is juist dat wankele evenwicht tussen gestuurd worden en zelf je weg zoeken de kracht van deze onderneming.

In de pauze echoën de jaren zestig nog na: plateauzolen, stencils uit het Maagdenhuis, mooie meerstemmig gezongen nummers van Don Quishocking. Dan hebben we Hallo Bandung van Willy Derby nog te goed en de brief van Arrabal aan Franco. Het is een gedenkwaardige rondgang door de tijd, maar ook een aanzet om te speuren naar verloren momenten in je eigen grijze vergeetboek.

Meer over