BEELDVORMERS

Op de bewerkte foto’s van kunstenaar Matt Loughrey kijken de slachtoffers van de Rode Khmer ineens blij

In het Tuol Sleng Genocide Museum in Phnom Penh zijn foto’s te zien van slachtoffers van het Rode Khmer-regime.  Beeld Getty
In het Tuol Sleng Genocide Museum in Phnom Penh zijn foto’s te zien van slachtoffers van het Rode Khmer-regime.Beeld Getty

De rubriek Beeldvormers onderzoekt hoe een foto onze kijk op de werkelijkheid bepaalt. Deze week: beeldmanipulatie.

Tegenwoordig kun je mensen laten lachen op de foto nádat de foto is gemaakt. Met speciale software kun je mondhoeken omhooghijsen, ogen smaller maken en neuzen breder. Een frons valt niet te repareren, las ik op de website van familiefotograaf Mat Coker, maar een ‘neutraal’ kijkende persoon kun je vrij makkelijk een glimlach geven. Waarschuwing: ‘Het menselijke gezicht is ingewikkeld en betekenisvol, een intense gelaatsuitdrukking pas je niet zomaar even aan.’ Het is natuurlijk beter, schrijft Coker, om te leren hoe je mensen tíjdens het fotograferen kunt laten lachen.

Maar ja. Dat laatste kreeg de Ierse kunstenaar Matt Loughrey niet meer voor elkaar met mensen die ruim veertig jaar geleden op de foto gingen. En had hij een teletijdmachine, dan nog was het lastig geweest om de Cambodjaanse slachtoffers van het gewelddadige Rode Khmer-regime, dat tussen 1975 en 1979 duizenden mensen martelde en vermoordde, te laten glimlachen terwijl ze werden vereeuwigd in de beruchte gevangenis S-21 in Phnom Penh. Inmiddels is de gevangenis een museum ter nagedachtenis aan deze periode. Het bezoek loopt er langs rijen en rijen zwart-wit-mugshots van mannen en vrouwen, jong en oud, nummer op de borst, toekomst onbestemd.

Een aantal van deze foto’s werd onlangs door Matt Loughrey in een (inmiddels verwijderde) publicatie voor het journalistieke onlineplatform Vice gemanipuleerd. De kunstenaar kleurde de beelden in (dat doen meer mensen en het kán, mits zorgvuldig en respectvol gedaan, de geschiedenis een beetje dichterbij brengen). Maar Loughrey deed meer. In een ultieme poging de Cambodjaanse slachtoffers te ‘humaniseren’, toverde hij bij sommigen van hen – waarschijnlijk dus de neutraal kijkende mensen – een glimlach op het gezicht. Het artikel toonde alleen die ‘nieuwe’ foto’s, en de vermelding dat van sommige gezichten de uitdrukking was aangepast bleef achterwege.

Voor iemand die zijn leven niet zeker is, ziet deze jongeman er op de bewerking van Matt Loughrey (rechts) ineens stralend uit.  Beeld Twitter / Matt Loughrey
Voor iemand die zijn leven niet zeker is, ziet deze jongeman er op de bewerking van Matt Loughrey (rechts) ineens stralend uit.Beeld Twitter / Matt Loughrey

Hashtag ophef. De manipulatie gebeurde volgens nabestaanden van de slachtoffers zonder hun toestemming (terwijl Loughrey in verschillende openbaar gemaakte conversaties beweert dat sommige familieleden hem expliciet vroegen om die glimlach). Het Tuol Sleng Genocide Museum, dat de foto’s beheert, dreigde met gerechtelijke stappen als Vice het artikel niet zou weghalen. Op sociale media roerden zich historici en fotografen.

Er circuleerden twee foto’s van een Cambodjaanse man, destijds gefotografeerd in S-21. Op de oorspronkelijke zwart-witfoto blikt hij ernstig en schijnbaar onbewogen de camera in, op het door Loughrey bewerkte beeld lijkt hij ineens een hedendaagse ‘glow-up’ te hebben ondergaan. Hij glimlacht, oogt minder vermoeid en heeft glanzende roze lippen gekregen. Voor iemand die zijn leven niet zeker is, ziet hij er werkelijk stralend uit.

Natuurlijk: grenzen verschuiven voortdurend en beeldmanipulatie is zo oud als de ‘lens-based’ media zelf. In 2018 bracht de Nieuw-Zeelandse filmmaker Peter Jackson in They Shall Not Grow Old (gepresenteerd als ‘documentaire’) de Eerste Wereldoorlog tot leven door onder meer oude zwart-witfilms in te kleuren en er geluid onder te zetten. De Tsjech Pavel Maria Smejkal ontdeed in zijn serie Fatescapes iconische foto’s, zoals de vallende soldaat van Robert Capa uit 1936, van hun belangrijkste onderwerp, dus: die foto zónder vallende soldaat, zodat alleen de hellende grasvlakte en de lucht overbleven (verrassend: je herkent de foto alsnog). Artistieke vrijheid is doorgaans groot.

Maar hier ging iets mis. Nog afgezien van de geschiedvervalsing is het vooral op communicatief niveau dat Vice en Loughrey miskleunden. Dingen verzwijgen, niet doorhebben dat je ervandoor gaat met het traumatische erfgoed van een heel land (wat in dit geval en in deze tijd ook nog eens wordt gezien als anti-Aziatisch). En als klap op de vuurpijl: Loughrey die het tevoorschijn toveren van de glimlachjes in een interview nogal klunzig verantwoordt door te beweren dat mensen die zenuwachtig zijn, vaak lachen.

Nou. Zelfs met de beste bedoelingen krijgt hij nu de mondhoeken van de Cambodjanen niet meer omhoog.

Meer over