tv-recensieYasmina Aboutaleb

Op Curaçao wordt weer volop over Robert ‘Joy’ Hosé gepraat

null Beeld

Dat ik voor De droevige kampioen nog nooit van de Curaçaose tennistafellegende Robert ‘Joy’ Hosé gehoord had, ligt niet aan mijn gebrek aan sportkennis. Er is in Nederland nog maar weinig aandacht voor zwarte helden in de Nederlandse geschiedenis (Anton de Kom werd pas vorig jaar opgenomen in de geschiedeniscanon), maar in dit geval speelt er meer. Ook op Curaçao heeft de oud-kampioen van Curaçao en Latijns-Amerika geen plek in de eregalerij. Een van de voorwaarden om daarin opgenomen te worden is dat je een voorbeeld bent voor de jeugd. En dat is Hosé niet, vertelt een jeugdvriend in de driedelige VPRO-serie. De inmiddels bejaarde Hosé is namelijk een choller, een zwerver, al veertig jaar verslaafd aan een soort crack. Zijn verslaving bekostigt hij door langs de weg auto’s te wassen.

In de docudramaserie, gebaseerd op de gelijknamige roman van Jan Brokken uit 1997, worden interviews met goede vrienden en een jongere broer afgewisseld met archiefbeelden en nagespeelde scènes. Brokken vertelt in het eerste deel, dat wat langzaam op gang komt, dat hij na een ontmoeting met de rondzwervende Hosé besloot hem te volgen voor een roman: ‘Als romanschrijver vond ik hem een ideaal personage.’ Brokken leest in voice-over ook de soms met een flinke doses pathos aangelengde passages uit het boek, terwijl de scènes worden nagespeeld (door onder anderen Anton de Bies). In deel 1 worden we ook meteen geconfronteerd met het grote trauma van Hosé, die als kind zag hoe zijn vader in een opwelling zijn moeder stak en daarna zichzelf doodde.

De Curaçaose oud-tafelkampioen Robert ‘Joy’ Hosé leidde tientallen jongeren op. Beeld VPRO
De Curaçaose oud-tafelkampioen Robert ‘Joy’ Hosé leidde tientallen jongeren op.Beeld VPRO

In deel 2 wordt de emancipatiegolf van de Cu­ra­çaoë­naars eind jaren zestig gekoppeld aan de opkomst en gloriedagen van Hosé, die niet alleen tafeltenniskampioen maar ook rokkenjager, succesvol zakenman en allround levende legende was. ‘Het was een Mohammed Ali-achtig gebeuren’, aldus een vriend. Hosé leidt talloze jongeren op, speelt tafeltenniskampioenschappen in het buitenland en formeert een team dat in 1973 deelneemt aan de wereldkampioenschappen in China.

Tot zijn diepe val wordt ingezet. Ondanks zijn succes beseft hij dat hij nooit tot de absolute top van de tafeltennissport zal behoren. Hij raakt zwaar verslaafd aan drugs en gokken, krijgt gigantische schulden, wordt veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf en raakt uiteindelijk alles kwijt: zijn vrienden (van wie hij alle hulp weigert), zijn zakenimperium en zijn aanzien.

Maar sinds na het uitkomen van de roman wijlen premier Miguel Pourier zich hardop afvroeg hoe anders het had kunnen lopen met de getalenteerde Hosé, wordt op het eiland wel weer volop over de oud-tafeltenniskampioen gepraat. En hij wordt door zijn vrienden weer gevierd, zien we vrijdag in deel 3. ‘Joy is niet een gewoon persoon (...) hij is een instituut’, spreekt een vriend hem toe op een bijeenkomst die onder meer ter gelegenheid van zijn 70ste verjaardag is georganiseerd. Niet alleen Hosé moet er een beetje van huilen, ik ook.

Meer over