Oostenrijk

In vergelijking met Duitsland is Oostenrijk na de oorlog net een tikkeltje extremer - of zo men wil 'romantischer' - gebleven dan het land waarmee het zich ten tijde van het Derde Rijk zo innig verbond....

WILLEM KUIPERS

Je hoeft er niet naar te zoeken. In de hoofdstad kost het de reiziger geen enkele moeite allerwegen de sfeer te proeven die indertijd de tentoonstelling over het Weense fin de siècle - dat hoogtij van vernieuwende architectuur, muziek, theater, literatuur en wetenschap - zo indrukwekkend maakte. Maar wie er rondloopt, wordt tevens getroffen door de stijve burgerlijkheid van al die loden mantels (en jagershoedjes met veer), die niet lijkt te rijmen met de allure van de Habsburgse invloed, geliefd thema van een schrijver als Louis Ferron.

Ferron is niet de enige Nederlander die iets heeft met Oostenrijk. Afgezien van de busladingen Hollandse toeristen die jaar in jaar uit naar het operetteland afreizen, vindt er op cultureel niveau gestaag een uitwisseling plaats die een wat andere intentie heeft dan het aanschouwen van opbollende borstjes in een Dirndl of andere mild-erotische blijken van de dienstbodencultuur waarmee de bourgeoisie het land tot de dag van vandaag heeft opgezadeld.

Díe uitwisseling heeft te maken met de spanning tussen de uitersten in de Oostenrijkse cultuur, waardoor je je daar altijd elders waant dan waar ook op het vasteland, in het vergane Mittel-Europa. In het theater en in de literatuur zie je er de gevolgen van, zoals iedereen weet die wel eens een voorstelling van De Trust heeft bijgewoond (met stukken van Gustav Ernst, George Tabori of Werner Schwab), of de boeken van Franz Josef Czernin, Lilian Faschinger, Erich Hackl, Robert Menasse, Christoph Ransmayr en Marlene Streeruwitz heeft gelezen.

In de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag heeft Madeleine Rietra een tentoonstelling ingericht (tot 1 april), die een indruk geeft van het vele dat de eigentijdse Oostenrijkse literatuur te bieden heeft. Wat hier wordt gepresenteerd, is niet alleen een reeks fotoportretten van Sascha Manówicz, maar ook een compleet overzicht van wat er de laatste jaren in het Nederlands is vertaald - en dat is veel.

Uiteraard krijgen De Trust en zijn vaste vertaler Tom Kleijn alle aandacht, want als er ergens sprake is van een intense samenwerking tussen Oostenrijk en Nederland, dan is het wel in de programmering van dit gezelschap, dat - zoals te zien is - door middel van een intens faxverkeer met de schrijver - Gustav Ernsts Faust in 1995 speelklaar maakte voor de première in het Holland Festival, vóórdat het stuk in 1997 in Wenen werd uitgebracht.

Wat nu precies de bijzondere band is die Nederland met Oostenrijk heeft, maakt deze kleine tentoonstelling - door een verbouwing in de KB naar een wat afgelegen zaal verbannen - niet expliciet, maar je komt er wél iets over te weten. Bijvoorbeeld door het boek van Peter Fuchs en Ferdinand Schmatz, Lieber Herr Fuchs, lieber Herr Schmatz, waarvan de ondertitel luidt: Eine Korrespondenz zwischen Dichtung und Systemtheorie. Dát, laat Madeleine Rietra weten, is misschien des Pudels Kern als het gaat om de Oostenrijkse cultuur: aan de ene kant de uitbundigheid van het gemoed, aan de andere kant de strenge discipline van het denken, en zelden met elkaar in balans.

Een cultuur van uitersten. Goed voor de kunst (want laten we wel wezen: er zijn hier de laatste jaren meer interessante Oostenrijkse stukken en boeken onder de aandacht gekomen dan Duitse), maar minder plezierig voor de scheppers zelf. Onder hen is de somberheid, verbonden met suïcidale neigingen, sinds het optreden van de contesterende Wiener Gruppe, onveranderd groot. Daaraan heeft ook de allersomberste van hen, Thomas Bernhard, weinig kunnen veranderen.

Willem Kuipers

Meer over