Oorspronkelijk

Toen in mei 1977 Tussen de lakens van Ian McEwan verscheen, liet zijn uitgever, De Harmonie in Amsterdam, achter in het boek de mededeling opnemen dat 'de eerste Engelstalige editie van dit boek' najaar 1977 onder de titel In Between the Sheets bij Jonathan Cape in Londen zou verschijnen....

Ian McEwan, tegenwoordig een beroemd Engels auteur, debuteerde dus in Nederland, maar dat is niet de reden waarom hij hier wordt opgevoerd. Met de publicatie van McEwans boek deed zich iets merkwaardigs voor: lezers en critici kregen met Tussen de lakens een vertaling (en misschien een bewerking) in handen, zonder dat de oorspronkelijke tekst van de schrijver beschikbaar was.

Het was niet nieuw. Ook de boeken van de Amerikaanse Ethel Portnoy verschenen in het Nederlands, zonder dat de lezer kennis kon nemen van de Engelse tekst. Uitgeverij Meulenhoff repte zelfs niet van een vertaling of vertaler, zodat de goegemeente maar aannam dat Portnoy's toenmalige echtgenoot Rudy Kousbroek het Nederlands van zijn gade voor zijn rekening nam.

Wat hier gebeurde, was ook op een andere manier niet nieuw. Eeuwenlang is Nederland een vrijhaven geweest voor boeken die elders schipbreuk dreigden te lijden. Het zal daarom vaker voorgekomen zijn dat men in Nederland, maar verder nergens, een buitenlands geschrift in z'n eigen taal kon lezen.

Wie niet heel goed in de geschiedenis van het boek is ingevoerd, zal er niet zo gemakkelijk voorbeelden van kunnen noemen. Wel, uiteraard, van buitenlandse boeken die niet werden vertaald, maar in de oorspronkelijke taal werden gepubliceerd, zoals in de jaren dertig, toen een deel van de in nazi-Duitsland verboden lectuur (onder meer door Querido) in het Duits werd uitgegeven (wat veel Nederlanders toen nog konden lezen).

Sinds kort heeft het hier gesignaleerde verschijnsel aan actualiteit gewonnen, doordat nu regelmatig vertaalde boeken in het licht worden gegeven, terwijl de oorspronkelijke tekst ons onthouden wordt. Voorbeelden zijn de boeken van de Ugandese schrijver Moses Isegawa (Abessijnse kronieken; Slangenkuil) en Adelheid van Beuningen (Terentia), die weliswaar Nederlandse is, maar al zo lang in Engeland verblijft dat ze haar boek in het Engels schreef.

Het is mooi dat zulke dingen in Nederland kunnen. Het is zelfs niet denkbeeldig dat bij de toenemende grensoverschrijding en de verdere ontwikkeling van een multiculturele samenleving steeds meer buitenlanders die hier hun toevlucht hebben gezocht (en gevonden) gaan schrijven. Dat zullen ze doen in de taal die ze het meest machtig zijn, en dat is niet het Nederlands, tenzij ze zich dat eigenmaken (zoals Kader Abdolah), maar vaker zullen ze aangewezen zijn op een vertaler. In het laatste geval rijst het probleem dat we niet weten wat we lezen. De tekst van de schrijver, van de vertaler, van de bewerker, of een mengsel van alledrie?

Van Isegawa is al gezegd dat zijn tweede boek beter is dan het eerste, omdat hij een betere vertaler had (Rien Verhoeff) dan bij zijn eerste boek. Zo is - enigszins vilein - van Cees Nooteboom wel gezegd dat men hem in Nederland een mindere schrijver vindt dan in Duitsland, omdat z'n werk er in vertaling zoveel beter op wordt.

Zulke dingen krijg je als je bij de beoordeling van een vertaald boek de twee versies niet met elkaar kunt vergelijken en je geen toegang hebt tot de eigen taal, de stijl, de toon van de auteur. Is het niet alsof ze je een Van Gogh presenteren, door een al of niet bekwaam persoon nageschilderd, terwijl het origineel in het museumdepot verborgen blijft? Uitgevers kan het niet bommen. En de kritiek? Geen recensent schijnt er zich om te bekreunen.

Als alles meezit, verschijnen de boeken van Isegawa en Van Beuningen te zijner tijd in het Engels. Kunnen kritische geesten dan alsnog de vinger leggen op de literaire kwaliteit?

Nee, want de Britten publiceren niet de oorspronkelijke manuscripten, maar laten de vertaalde en bewerkte Nederlandse edities vertalen!

Meer over