Kunstrecensie

Oorlogsfotograaf toont het 'alledaagse' in Beiroet

Jeroen Kramer (1967) fotografeerde jarenlang de verwoestende oorlogen in het Midden-Oosten en raakte erdoor beschadigd. Nu maakt hij autonoom werk, over zijn mysterieuze alter ego in Beiroet.

Arno Haijtema
Decennia oude plantenbakken met moeizaam standhoudende planten. Beeld Jeroen Robert Kramer
Decennia oude plantenbakken met moeizaam standhoudende planten.Beeld Jeroen Robert Kramer

De voormalige oorlogsfotograaf zit in zijn appartement in Beiroet. Hij heeft de troebele, gepijnigde uitdrukking van iemand die zich heeft bedronken om te vergeten. Hij praat over Monsieur Khiar, een oudere Libanees die hij zo te horen mateloos bewondert. Een gedistingeerde man, verdediger van tijdloze waarden en normen, iemand met eerbied voor vrouwen. Een man die verlangt naar het tijdperk van voor de allesverwoestende burgeroorlog, toen Beiroet gold als het Parijs van de Levant, een mondaine, ja, frivole stad. Gesteld op zijn privacy is meneer Khiar ook - zo weigert hij pertinent voor de camera te komen van de voormalige frontfotograaf.

Huilend vertelt de dronken fotograaf dat hij tijdens de oorlog een gewonde man zag, bloedend achter het stuur van zijn auto, de voorruit met kogels doorboord. Hij had foto's van het tafereel gemaakt, hij klikte terwijl de man doodbloedde. Sindsdien achtervolgt hem schuldgevoel: hij had de man moeten troosten, bij de hand moeten pakken, steunen in zijn laatste lijden. Maar nee, hij moest nieuws scoren voor de krant.

Overeenkomsten met De wereld van Monsieur Khiar

De levensloop van oorlogsfotograaf Jeroen Kramer (hij werkte onder meer voor de Volkskrant en The New York Times) vertoont sterke overeenkomsten met die in de gedramatiseerde documentaire De wereld van Monsieur Khiar van Sjors Swierstra, vorige week uitgezonden in Het uur van de wolf bij de NTR, nu te zien op zijn tentoonstelling Une Femme in Huis Marseille in Amsterdam.

Kramer vestigde zich begin van de eeuw in het Midden-Oosten en woonde lang in Damascus. Hij was ooggetuige van de talrijke conflicten daar, won prijzen en deed enkele jaren geleden nog van zich spreken toen hij voor Der Spiegel de verguisde Syrische dictator Assad portretteerde. Toen had hij de rauwe oorlogs- en de documentairefotografie al jaren de rug toegekeerd. Gefrustreerd over het onvermogen van de fotografie als communicatiemiddel en beschadigd door de gruwel voor zijn lens en de tergende morele vragen die hem uit zijn slaap houden.

Katten in Beiroet

Een bijschrift bij foto's van katten in Beiroet toont hoe Jeroen Kramer zijn werk in Huis Marseille presenteert: 'De enige wezens waarvoor Monsieur Khiar (het Libanese alter ego van Kramer, red.) genegenheid voelt, zijn katten. Het zijn minimalisten: ze eten, ze slapen, ze wandelen en ze spelen een beetje. Ze doen alleen waar ze zin in hebben.

Een kat miauwt.
'Ik hou te veel van die katten.'
Heel lange pauze.
'Ik heb te veel gedronken.'
Lange pauze.
'De katten is alles wat ik nog heb.' Pauze.
'Ik ben niet altijd alleen geweest.' Pauze.
'Ze hield van katten.'
Slokje wijn, verslikken, hoesten.
Zwijgen.'

Autonoom fotograaf

Sinds hij afknapte op de frontjournalistiek heeft Kramer zich ontpopt als autonoom fotograaf, die zich nu in Huis Marseille met een fictieve vertelling in foto's, ondersteunende teksten en installaties onderdompelt in het privéleven van de enigmatische Monsieur Khiar. De man die net als hijzelf een nauwelijks benoemd verlies (er wordt verwezen naar een geliefde) heeft geleden tijdens de Libanese burgeroorlog (1975-1990).

Hij zou Kramers alter ego kunnen zijn - een beschadigde en toch geïdealiseerde versie, die zich nooit gek zou laten maken. Zoals die getraumatiseerde oorlogsfotograaf in het docudrama de nauwelijks gedramatiseerde versie zou kunnen zijn van Kramer. Die in de documentaire ineenkrimpt als hij in zijn appartement hoort hoe - Levantijns vreugdevuur - feestgangers verderop hun mitrailleurs in de lucht leegschieten. Woest maakt het ritueel hem, want what goes up, must come down, en dus raken onschuldige burgers geregeld nodeloos gewond door vallende kogels.

Zo zichtbaar als de bijkomende schade van de burgeroorlog is in scènes als deze, zo verholen is hij op de expositie. Kramer heeft zich op bijna obsessieve wijze verdiept in het personage van de mysterieuze Monsieur Khiar en diens leefomgeving. Zo ondoorgrondelijk als zijn verleden is, zo aanschouwelijk zijn de straten en de binnenplaatsen in zijn stad, de winkeltjes en cafés, als ook de persoonlijke spulletjes waarmee Khiar zich omringt. De fotograaf heeft een fijn oog voor de poëzie die daarin schuilt. Een berg karmijnrode aarde op straat, decennia oude plantenbakken met moeizaam stand houdend flora, een door een stoplicht beschenen groen-oranje-rood kleurende struik langs de weg: manifestaties van pure schoonheid voor wie het kan onderscheiden.

Winkelinterieur in Libanon. Beeld Jeroen Robert Kramer
Winkelinterieur in Libanon.Beeld Jeroen Robert Kramer

Een laagje stof uit de regio

In kleine ruimtes voert Kramer de bezoeker mee naar Libanon. In eentje staat zo'n plastic kuipstoeltje waarvan de Arabische wereld (en niet alleen die) is vergeven, onder een laagje stof uit de regio. Wie erop gaat zitten, kijkt uit op een foto van een winkelinterieur met archaïsche telefoon en een televisie die, zo valt te vermoeden, eeuwig aan staat. In een ander zaaltje kun je plaatsnemen op een bankje en de (geïmiteerde) zonnestralen over je heen laten glijden waarvan Khiar in Beiroet zo geniet. In een verduisterde kamer komen de geluiden van een appartement (dat van Khiar?) tot leven: het aansteken van een sigaret, het inhaleren en uitblazen, het klokkend inschenken van drank in het glas, straatgeluiden in de verte - de suggestie van een doorwaakte nacht.

In een andere, benauwend kleine ruimte hangen honderden foto's van de huisraad van Khiar. Boeken, keukengerei, scheerspulletjes, een bril, een gestreken overhemd, een koffiepot, een platenspeler, een flesje olijfolie - een eindeloze parade van alles waarmee de oudere heer zich zoal omringt. Hier komt de fascinatie voor Monsieur Khiar in al haar dwangmatigheid tot uitdrukking, alsof je onder Kramers hersenpan kruipt. Eenduidig is de oorzaak van de obsessie niet, maar het laat zich raden dat de oorlog, verlies, melancholie, poging tot ordening in chaos, de hunkering naar grip op het leven en troost zoeken ermee van doen hebben.

Kramer heeft een fijn oog voor de poëzie in straatbeelden, zoals een berg karmijnrode aarde. Beeld Jeroen Robert Kramer
Kramer heeft een fijn oog voor de poëzie in straatbeelden, zoals een berg karmijnrode aarde.Beeld Jeroen Robert Kramer

Bloeitijd

Zo weeft Kramer een web van herinneringen, oriëntaalse sferen en melancholie waarin de bezoeker gevangen en bedwelmd raakt. In enkele zalen wordt die verre van onaangename gesteldheid verstoord. Daar hangen zwart-witfoto's uit het Nationaal Archief uit de bloeitijd van Libanon - de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw. Straatbeelden van het moderne Beiroet, het ogenschijnlijk harmonieuze grotestadsgewoel, nachtclubs met sensuele danseressen, weelderige restaurants. Prachtige foto's, maar hun documentaire stijl detoneert - ze tonen glimpen van een voorbije werkelijkheid waaraan Kramers poëtische werk juist ontstijgt.

De wijze waarop Kramer zijn kijk op het schijnbaar alledaagse - schijnbaar, want in een oorlogssituatie is niets gewoon - met ons deelt is indringend, soms luchtig, soms aangrijpend. Blijkbaar had hij de lange omweg langs de oorlogsfronten nodig om met nieuwe ogen en een pure blik de wereld te aanschouwen. Dat is wrang, je zou hem het trauma graag besparen.

Meer over