Oorlog wordt bloediger, het Westen onmachtiger

De 19de eeuw was na Napoleons nederlaag betrekkelijk vreedzaam. Oorlogen duurden kort en werden meestal buiten Europa uitgevochten. De 20ste eeuw werd vervolgens de gewelddadigste tot dusver....

Jos de Beus

Wat gaat de huidige eeuw ons brengen, nog los van terreuraanslagen en stedelijke onlusten? Het Canadese Human Security Centre relativeert de verhitting van de publieke opinie die sinds 2001 kan worden waargenomen en telt een daling van het aantal gewapende conflicten, staatsgrepen en vluchtelingen in onze tijd. Maar in de recente Libanese oorlog waren degenen die wilden vechten, beter vertegenwoordigd dan degenen die vrede zochten (de Libanese regering, Fatah, de EU, de VN). Bovendien is er de zogeheten oorlog tegen terreur en de invloedrijke aanmoediging daarvan door neoconservatieven.

Volgens neoconservatieven was er na de democratiseringsgolf van 1989 helemaal geen vredesdividend te verzilveren. De Koude Oorlog liep over in een nieuwe wanorde en confrontatie op wereldschaal. Neoconservatieven beweren dat het Westen eigenlijk al sinds 1979 (Khomeini’s revolutie) in oorlog is met het islamofascisme, een internationale van autoritaire staten in handen van moslimgeestelijken en moslimjongens. Het bewijs voor deze stelling zoeken ze niet bij de bloedige instorting van de Sovjet-Unie (Joegoslavië, Tsjetsjenië) en ook niet bij de Grote Afrikaanse Oorlog die in Sudan nog altijd voortduurt, maar bij de oorlog tussen Israëli's en Palestijnen. Dat geschil zou zich verhouden tot de volgende wereldoorlog als de Balkan-oorlogen tot de Eerste Wereldoorlog en de Spaanse burgeroorlog tot de Tweede Wereldoorlog. De Amerikaanse regie over een militair antwoord van het Westen wordt in deze visie gedwarsboomd door een verzoeningspolitiek die vooral door Europese landen en de Assemblee van de VN wordt uitgedragen.

Niall Ferguson is het rechtse wonderkind van de Britse geschiedschrijving. Hij heeft in een mum van tijd de hoogste plek van de linkse Eric Hobsbawm overgenomen. Hij schreef schitterende studies over de Rothschild-familie, het bedrijfsleven in de Duitse politiek, kapitalisme en virtuele geschiedenis (‘Wat zou er gebeurd zijn als de Britten neutraal waren gebleven in augustus 1914 of als de Duitsers Groot-Brittannië waren binnengevallen in mei 1940?’). Hij werd Harvard-hoogleraar en miljonair met televisieseries en bijbehorende boeken over het Engelse en Amerikaanse imperialisme.

Maar Ferguson is ook neoconservatief. In The Cash Nexus (2001) concludeerde hij dat het Amerikaanse imperium aan ‘understretch’ leed. In Colossus (2004) concludeerde hij dat Washington stukloopt op een tekort aan geld, menskracht en vasthoudende betrokkenheid van binnenlandse elites en achterbannen. Wat heeft Ferguson in zijn nieuwste televisieserie annex boek, The War of the World, te zeggen over het krijgshaftige toekomstbeeld van Gingrich, Hirsi Ali, Krauthammer, Kristol, of bij ons, Afshin Ellian, Leon de Winter en Bart Spruyt?

De historicus begint met een stoutmoedige verwerping van allerlei gangbare verklaringen van grof geweld in de vorige eeuw. Zijn verklaring ligt niet in de technologie, de economische crisis, de staatsideologie, de klassenstrijd of de natiestaat. Het ontsporende oorlogsgeweld moet worden verklaard uit etnische conflicten tegen de achtergrond van afbraak van assimilatie en verbreiding van racistische gedachten, uit de wisselvalligheid van de economische ontwikkeling (waaronder ook sociale ontwrichting door snelle economische groei) en uit de ineenstorting van imperia en de vervanging daarvan door keizerlijke eenheidsstaten als Turkije, Rusland, Japan en Duitsland. Ook democratische landen in het Westen begonnen in dergelijke omstandigheden met het ondermijnen van oorlogsrecht. Ferguson staat geregeld stil bij bewust bloedig oorlogsgeweld van hun kant: koloniale onderdrukking, bombardementen op Duitse steden, kernbommen op twee Japanse steden, de vuile bestrijding van communisme in Zuid-Amerika en Afrika.

Fergusons theorie blijkt een raamwerk voor een adembenemende vertelling over pogroms, etnische zuiveringen, loopgraafoorlogen, burgeroorlogen, concentratiekampen, volkenmoorden, regimes voor totale mobilisatie, snelle campagnes (Blitzkrieg), euthanasie, verkrachting (de Japanners in Nanking), liquidatie van krijgsgevangenen, dwangarbeid, en vernietiging van infrastructuur en volksgezondheid.

Maar Fergusons klemtoon en kracht liggen elders. Hij is goed in een zowel literaire als cijfermatige reconstructie van de opkomst van de haat en de overgang daarvan in geweld. Hij is zeer goed in de consequente uitwerking van afwijkende gezichtspunten. Om er een paar te noemen: de Duitsers bootsten het oosterse antisemitisme en de communistische terreur na; en de twee kwetsbaarste groepen na het Verdrag van Versailles waren joden én Duitsers.

In een epiloog plus een recent artikel in Foreign Affairs behandelt de auteur de voortgang van oorlogen sinds de dood van Stalin: de rivaliteit tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie bleef beheerst, het geweld werd verplaatst naar arme landen. De dreiging van een Derde Wereldoorlog komt thans uit het Midden-Oosten. Daar vlamt het etnisch conflict op, zij het met religieuze in plaats van racistische drijfveren. Daar wordt de economie getroffen door de schok van globalisering. Daar stuit het Amerikaanse imperium op zijn grens in zijn vereenzelviging met Israël, de onhandige bevordering van Irans expansie en de onsamenhangende hulp aan autocratische regimes (Egypte, Saudi-Arabië) en democratiseringsbewegingen (Irak, Libanon).

Neoconservatieven bepleiten dat de opvolger van president Bush stopt met diplomatie en ‘soft power’ om leiding te geven aan een westerse coalitie tegenover islamofascistische staten (waaronder ook Pakistan) en tegenover het opkomende China in kwesties rondom Japan, Noord-Korea, Taiwan en Tibet. Ferguson voorspelt echter dat dit enkel de neergang van Amerika en het Westen zou versnellen. Ondanks de ogenschijnlijke voorsprong van de Amerikaanse en Europese economieën en bondgenootschappen, is er al langer een machtsverschuiving gaande in termen van bevolkingsomvang en productie van goederen ten gunste van Aziatische landen die hun eigen cultuur vasthouden. Het jaar 1900, van absolute westerse wereldheerschappij, keert nooit meer terug.

Ferguson spreekt zich niet uit over de analogie tussen verzoeningspolitiek tegenover nationaal-socialisme toen en diplomatiek verkeer met islamisme (Iran) nu, zeg maar: tussen de Britse premier Chamberlain en de Europese quasi-minister voor Buitenlandse Zaken Solana. Evenmin vergelijkt hij de indamming van de Sovjet-Unie in de periode 1945-1989 met een eventuele indamming van een potentieel agressief China vandaag. Hij stelt echter wel dat er geen geloofwaardige veiligheid en eenheid besloten liggen in de boodschap van neoconservatieven. Een voortgezet interventionisme na Afghanistan en Irak zal onvermijdelijk samengaan met een breuk in de Europese Unie en de NAVO tegen de achtergrond van een scheuring binnen Europese migratielanden als Nederland: ‘Honderd jaar geleden was de grens tussen West en Oost ergens gelegen in de buurt van Bosnië-Herzegovina. Nu lijkt deze grens door elke Europese stad te lopen.’

Wanneer haviken moslims buiten de het project van burgerlijke integratie plaatsen, dan vergroot dit de oorlogsdreiging op korte termijn en versnelt dat weer de westerse neergang op lange termijn. Zo beschouwd ligt een uitstel van die neergang in iets wat conservatieve wensdenkers verfoeien maar wat realisten en internationalisten verwelkomen. Een nieuwe combinatie in de binnen- en buitenlandse politiek: deelname van niet-westerse immigranten aan de gemeenschap binnen democratische samenlevingen en deelname van islamistische regimes aan een schikking tussen vreedzame staten.

Jos de Beus

Niall Ferguson: The War of the World – History’s Age of HatredAllan Lane, import Penguin Benelux746 pagina’seuro 42,80ISBN 014 101 3826Allan Lane, import Penguin Benelux746 pagina’seuro 42,80ISBN 014 101 3826

Meer over