Aard van het beestje

Ook de grote keizerlibel is aanwezig bij de feestelijke opening van het vliegseizoen

Iedere week schrijft Caspar Janssen over een dier in zijn habitat. Wat typeert het dier en waarom doet het juist nu van zich spreken?

Libelle Beeld Margot Holtman
LibelleBeeld Margot Holtman

Het was nog even de vraag of het zou lukken, maar de grote keizerlibel duikt al direct op, boven een wetering bij het Varsenerveld, een klein natuurgebied in de buurt van Ommen. Helderblauw, licht afbuigend achterlijf, groen borststuk, groene ogen, en groot dus. Het mannetje (het vrouwtje heeft een groen achterlijf) patrouilleert boven het water, pest her en der een vroege glazenmaker weg en is, zegt Evert Ruiter, als hij zijn fiets heeft geparkeerd, gewoon ‘heer en meester over zo’n sloot’.

Niet bepaald een probleemsoort, dat zou ook lullig zijn met zo’n naam, Anax imperator, en dat is ook weleens prettig, een soort waarover de boekjes melden: zeer algemeen. Ik had hem ook op vele andere plekken in Nederland kunnen opzoeken, bij zowat alle soorten wateren en watertjes komt hij voor, van rivier tot tuinvijver. Maar dit is een plek die sowieso libellenrijk is, heel geschikt om de feestelijke opening van het vliegseizoen te vieren.

Evert Ruiter, een van de schrijvers en samenstellers van het boek Libellen in Overijssel, staat ervan te kijken hoe snel alles opeens gaat: in een paar dagen zonnig en warm weer na een maand regen. Nog voordat we naar het Varsenerveld zelf gaan, hebben we zeker tien soorten genoteerd, variërend van bruine korenbout en bruine winterjuffer tot grote roodoogjuffer en smaragdlibel. Hier komen een paar dingen samen: redelijk veel schoon kwelwater, verbeterde waterzuivering, een vrij voedselrijk gebied met lisdoddes en andere waterplanten.

Even later, op het Varsenerveld. Vrijwilligers herstelden jaren geleden het kleine stukje vergraste natte heide. De slenk die hier meer dan tienduizend jaar doorheen liep is, op basis van hoogtekaarten, opnieuw gegraven. Sindsdien beheren diezelfde vrijwilligers het gebiedje intensief – Ruiter: ‘Ja, dat is een vorm van tuinieren’ – waarvan vooral veel zeldzame planten- en insectensoorten profiteerden. ‘Maar je moet hier eens in de nazomer komen, als de heide in bloei staat’, zegt Ruiter. ‘Iedereen vindt het dan prachtig.’

Intussen plukt hij een vers larvenhuidje van de grote keizerlibel van een waterplant. Een gemiddeld libellenleven speelt zich vooral af onder water, als larve, dat kan in het geval van de grote keizerlibel wel anderhalf jaar zijn. Dan, na het uitsluipen, worden ze zichtbaar voor het grote publiek, ze paren, de vrouwtjes zetten hun eitjes af en sterven meestal binnen een paar weken. Veel libellensoorten zetten hun eitjes ‘in tandem’ af; het vrouwtje heeft het mannetje vast als ze haar eitjes afzet op waterplanten. Maar het vrouwtje van de grote keizerlibel legt haar eitjes ‘solitair’. Ruiter: ‘Ze gaat op een drijvende waterplant zitten, buigt haar achterlijf onder water, en dan prikt ze met haar legboor haar eitjes in de stengel.’

Libelle  Beeld Margot Holtman
LibelleBeeld Margot Holtman

Het is drassig, de poeltjes staan vol met water, dat was in de afgelopen jaren wel anders. Nog veel meer libellensoorten schieten ons links en rechts voorbij. Een grote keizerlibel plukt andere insecten uit de lucht – hij eet soms ook vlinders en andere libellen. Dit soort gebiedjes, met snel opwarmend water en hier en daar wat kwelinvloed, zijn een prima leefgebied voor veel libellensoorten, zegt Ruiter. De grote keizerlibel heeft daarnaast nog een voordeel: als een biotoop onverhoopt niet meer geschikt is, dan is hij goed in staat om een nieuw leefgebied te vinden. Want hij kan behoorlijke afstanden afleggen. Wel zo praktisch in een land met versnipperde natuur.

Bij de slenk volgen we een grote keizerlibel die boven het water patrouilleert. Een groot, blauw en groen projectiel. Twee reeën steken het veld over, een kikker kwaakt en achter ons zingt een tuinfluiter in een eik. Geen dag om te somberen.

Meer over