ColumnBor Beekman

Ook Coming to America bezit museale waarde

null Beeld

Wekelijks neemt Bor Beekman, Robert van Gijssel, Merlijn Kerkhof, Anna van Leeuwen of Herien Wensink stelling in de wereld van film, ­muziek, theater of beeldende kunst.

In 2018 werd het Black Panther-pak opgenomen in de collectie van het National Museum of African American History & Culture in Washington. Het superheldenkostuum tekende de progressie van zwarte Amerikanen in de filmwereld, verklaarden de curatoren. Het koningsharnas uit de fictieve natie Wakanda werd uitgestald naast de bokshandschoenen van Mohammed Ali, die kersenrode Cadillac van Chuck Berry en de draaitafels van The Cold Crush Brothers.

Ook Eddie Murphy’s acteerwerk wordt cultureel significant geacht: diens Detroit Lions-footballjasje uit Beverly Hills Cop hangt op de vierde verdieping. Maar het museum exposeert geen memorabilia uit die andere kolossale hit van de steracteur, Coming to America.

33 jaar na de uitbreng van het origineel, waarin de Afrikaanse prins Akeem op zoek ging naar een bruid in de New Yorkse wijk Queens, verschijnt nu het vervolgdeel. Wederom met Murphy, die een bastaardzoon blijkt te hebben in diezelfde wijk.

De publiekshit ontving in 1988 geen goede pers. Murphy pleegde ‘verraad’ aan de zwarte cultuur, schreef een vooraanstaand zwart filmcriticus. Dat verzonnen koninkrijkje uit de film, Zamunda, was ingericht naar westers exotisch cliché. Seksistisch ook, met de Afrikaanse baadsters die zich ’s ochtends over de ‘koninklijke penis’ ontfermen.

Maar ja, álle bevolkingsgroepen gingen ’m zien. En de reeks bijrollen van Murphy en Arsenio Hall (ze werden getransformeerd door de special make-uplegende Rick Baker) nestelde zich in het collectieve geheugen; de hitsige priester die de Black Awareness-missverkiezing presenteert, de beroerde soulzanger Randy Watson met z’n band Sexual Chocolate, die mopperende oudjes in het kapperszaakje.

Black Panther geldt als de titel die voorgoed afrekende met de door studiobonzen gebezigde nonsens dat ‘zwarte films’ geen wereldwijd publiek zouden aanspreken. Maar die les kón Hollywood evengoed in 1988 al trekken: Coming to America bracht 350 miljoen dollar op. Revolutionair voor een film met een zo zwarte cast.

Spike Lee, die Murphy ooit verweet dat de ster z’n faam te weinig inzette om zwarte collega's in het zadel te helpen, was milder over Coming to America: deze film bracht wél een arsenaal aan zwarte acteurs onder de aandacht. Ook Nelson Mandela kon erom lachen; die zag Murphy’s films in de laatste jaren van zijn gevangenschap in Zuid-Afrika.

Coming 2 America - vanaf vrijdag te zien bij Amazon Prime - komt met een handreiking aan de critici van toen. Anno 2021 worden vrouwen in Zamunda nog stééds achtergesteld, maar verandering hangt in de lucht. Ook is er een mannelijke bader voor de vrouwelijke heersers en de film slaagt keurig voor de ‘clittest’, waarover de Volkskrant eerder berichtte.

Murphy onthulde deze week dat Paramount Pictures destijds eiste dat er in elk geval één witte rol in moest. Dat werd de serviele employee in het McDowell’s-restaurant in Queens, waar Akeem de dochter van de baas schaakt. Oók een culturele mijlpaal: de eerste kaskraker met een excuusblanke.

Mogelijk maakt het museum in Washington alsnog een vitrine vrij voor Zamunda. Een minder voorbeeldig oord dan filmbuurland Wakanda, maar toch van cultureel historisch belang.

Meer over