tv-recensiegijs beukers

Ook als de zware jongens een auto stelen, mag de filmmaker erbij zijn

null Beeld

‘Moet ik hem nou slaan?’, vraagt Jantje van Amsterdam – rode tanktop, getatoeëerde armen, blonde mat in de nek – halverwege de jaren negentig op een terras in Amsterdam-Oost over een onbekende. ‘Ik kan hem toch niet slaan?’ Zijn vriend Verbrande Herman: ‘Je kunt hem toch door een kennis laten slaan?’

In een volgend shot zien we Jantje naast een autoweg, in 2021. Van alle branie is weinig over. Hij is 63, maar ziet eruit als 80, met rimpels, rode wallen en een schichtige blik. ‘Hey, Roy, ga je nou weg met je kankercamera’, zegt hij met druipende neus.

Al 25 jaar volgt documentairemaker Roy Dames de penozevrienden Jantje van Amsterdam, Verbrande Herman en Rooie Jos – Dikke Bobbie overleed in 2005. Dat heeft geresulteerd in Ik ben Jantje (1994), Foute vrienden (2010) en nu 25 jaar foute vrienden.

Maandagavond werd de eerste van drie afleveringen door de NTR uitgezonden op NPO 2. De hoofdrolspelers blikken daarin terug op een leven vol ‘hoeren, snoeren, gekkigheid, zuipen, snuiven’, zoals Bob het ooit omschreef. Dankzij de vele archiefbeelden is daarvan genoeg te zien.

Jantje van Amsterdam Beeld
Jantje van Amsterdam

Dames noemt ze ‘gabbers’, zijn leven is met dat van hen verweven geraakt. Toen Jos werd bedreigd, belde hij Dames voor hulp. ‘Ik moet weg, Roy, ik heb hier twee kapotgeslagen flessen staan.’ Dames: ‘Wat bedoel je?’ Jos: ‘Ze trappen zo de deur in. En dan heb ik wat in mijn handen.’

Door die vriendschap mag hij – zo lijkt het althans – overal bij zijn. Als Jos en Bob een auto stelen, zien we dat op oude beelden niet alleen, maar dankzij microfoons van Dames horen we ze ook, zoekend naar ‘het draadje’ om sleutelloos te starten. (Hoe zal de eigenaar naar die scène hebben gekeken?) De kijker zit aan tafel als Jantje dronken tegen zijn vriendin Hermien schreeuwt. ‘Wil je een normaal leven? Dan moet je een of andere bijgoochem zoeken. Maar niet mijn. Kanker nou lekker op.’

Toch blijft ook veel onduidelijk. Waarom Bob, die ooit wekelijks tussen de 30 en 50 duizend gulden netto zou hebben verdiend, in de gevangenis heeft gezeten? ‘Omdat ik mezelf niet goed heb gedragen.’ Jantje zat in de ‘hele grote criminaliteiten’. Maar behalve dat hij ooit 6 kilo coke aan de Hells Angels heeft verkocht en weleens een auto heeft gestolen, blijft het gissen naar zijn kerfstok.

Door de bijnamen, de kleurrijke overhemden en het gepoker en gezuip in cafés dreigt af en toe een romantisering van de oude, Amsterdamse penoze. Maar dan zie je op archiefbeelden Bob, de alcoholistische schlemiel van het stel, over de ‘schulden en narigheid en rottigheid’. Hij concludeert: ‘Eenzaam en verlaten.’

Met Jos lijkt het nu goed te gaan, hij speelt in een band en heeft een coronanummer geschreven. Hij zegt dat hij is ‘weggewaaid’ bij zijn oude maten en nu omgaat met muzikanten. ‘Die jongens liegen niet, bedriegen niet. Daar moest ik echt aan wennen.’

Meer over