Documentaire

Onibus 174

Rio's rafelrand

Alex Burghoorn

De favelas bestaan! De sloppenwijken van Rio lijken in het Brazilië van president Lula niet langer te worden ontkend. De bevolking trok massaal naar de bioscoop voor de speelfilm 'Cidade de Deus' en de documentaire 'Ônibus 174', beide over 'de hel vlak achter Ipanema'. Ook de gangsters zijn nu mensen.

Het aloude Braziliaanse gezegde over Rio de Janeiro: 'God heeft de wereld in zes dagen geschapen. De zevende dag wijdde hij geheel aan Rio.' Geen copywriter zou het vandaag de dag beter doen.


Goddelijk zijn zeker - het spreekt voor zich - de wandelende bikini's langs de vloedlijn van Ipanema en het schier eindeloze samba-défilé tijdens het carnaval, en de gozers die wonderen verrichten met een voetbal.


Maar de city brand Rio de Janeiro, zeg maar het stadsmerk RJ, wordt in de 21ste eeuw evengoed bepaald door de favelas, de krottenwijken van de stad. De ruwweg zeshonderd getto's, waar drugsbendes voortdurend in staat van oorlog verkeren, zijn onlosmakelijk verbonden met de miljoenenstad aan de Atlantische Oceaan.


Voor dertig euro leidt Exotic Tours (0055-21-24222031) de buitenstaander tweeënhalf uur rond door de favela Rocinha, zo belooft het Brazil Handbook. De boodschap van de reisleiders-annex-opbouwwerkers: in de sloppenwijken wonen ook gewone mensen. Slechts 1 procent van de 1,2 miljoen favelados laat zich in met drugshandel, blijkt uit onderzoek. De anderen verkopen zonnebrillen op het strand, hebben een fabuleuze passeerbeweging in huis of dansen de samba. Kortom, voor de favela zou niemand zich hoeven schamen. Ook niet de 4,6 miljoen 'gewone' inwoners van Rio.


Toch worstelen de Braziliaanse stedelingen al decennia met de sloppen - in de metropool São Paulo is het niet anders dan in Rio de Janeiro. 'Maak ze allemaal maar af', is het veelgehoorde commentaar. Een favela is net de pest: vermijden was het devies.


Tot 2002. Er lijkt een einde gekomen aan wat de felste activisten gerust apartheid durven te noemen. Een doorbraak, tenminste, zo laten de uitslag van de presidentsverkiezingen én het bioscoopbezoek zich interpreteren.


In het stemhokje kozen de Brazilianen Luiz Inácio Lula da Silva tot president, de oud-schoenpoetser die nooit de lagere school heeft afgemaakt. Hij is de stem van de sloppenwijk aan de macht. Een eerste voorstel uit het presidentieel paleis: erken de favelas als stadsdelen, erken de lukraak gebouwde krotten; geef de straten er een naam, de huizen een nummer.


In de bioscopen bezochten de Brazilianen massaal twee favela-films van eigen bodem. Ônibus 174 (Bus 174), een documentaire over de straatjongen Sandro die zijn leven in Rio eindigt als buskaper - winnaar van het Filmfestival van Rio de Janeiro. Én Cidade de Deus (Stad van God), de grote kanshebber voor de Oscar voor beste buitenlandse film 2003 en de best bezochte film in Brazilië in dertig jaar. Het is een epos over de rafelrand van Rio, het verhaal van de opmars van de drugsbendes in de sloppenwijk Cidade de Deus - ook goddelijk, inderdaad.


Jawel, zo beaamt Brazilië volmondig, de favela bestaat! 'Voor de eerste keer', schreef de gerespecteerde krant Folha da São Paulo over Cidade de Deus, 'krijgen de drugshandelaars diepgang en worden ze afgebeeld als mensen, terwijl ze normaal alleen als doden of gevangenen verschijnen in politierapporten.'


'Cidade de Deus', zei de Braziliaanse veteraan-regisseur Arnaldo Jabor, 'heeft het nationale geweten geopend.' De film 'vertelt dat de hel hier vlak achter Ipanema ligt' en 'dwingt ons te kijken naar alles wat we niet willen zien'. Regisseur Fernando Meirelles (1955) heeft het op een snelle, geraffineerde, bijna trendy wijze in beeld gebracht, vergelijkbaar met de toonzetting van Amores Perros, die twee jaar geleden op het Filmfestival Rotterdam een portret gaf van het bitse leven in Mexico-Stad.


Zé Pequeno, de puberteit nauwelijks ontgroeid, is de baas van

ade de Deus. Hij bestiert de drugshandel en waakt over de orde in de straten. Wanneer een kinderbende te vaak de bakker en de cocaïne-cliëntèle lastigvalt, stelt hij orde op zaken. Het is een cruciale scène in de film: Zé geeft zijn eigen kindkoerier Filé com Fritas een pistool in handen en draagt hem op een leeftijdgenootje uit de bende dood te schieten. 'Kies er maar een uit.'


Later zegt Filé com Fritas, als hij voor kind wordt uitgemaakt: 'Ik? Ik rook, ik snuif, ik heb gedood en heb beroofd. Ik ben een man.' Het laat zich raden dat hij de puberteit niet haalt.


Aanvankelijk was regisseur Fernando Meirelles vast van plan de film in Cidade de Deus op te nemen. Zo zou het meest recht worden gedaan aan de vuistdikke roman Cidade de Deus (1997) van Paulo Lins, die aan de film ten grondslag ligt. Lins is opgegroeid in de sloppenwijk en zijn boek is gebaseerd op ware gebeurtenissen. Maar de baas van de wijk stond filmopnamen niet toe, omdat het script 'te gewelddadig' was. Er is uitgeweken naar een andere sloppenwijk, waarvan de baas vanuit de extra-beveiligde-gevangenis Bangu liet weten in te stemmen met de opnamen, zolang maar lokale krachten werden ingehuurd.


Verreweg de meeste acteurs zijn amateurs, jongens - en een enkel meisje - van de straat. Met lange lesmiddagen zijn ze klaargestoomd voor hun rollen. Zé Pequeno (Leandro Firmino da Hora) is een bloeddorstige verschoppeling, hunkerend naar coke en een vriendinnetje. Zijn tegenpool Buscapé (Alexandre Rodrigues) is te introvert voor gezwaai met pistolen, maar ook te filosofisch om het lot van de buurt zomaar naast zich neer te leggen.


De stelling van Buscapé: 'Als je wegvlucht van Cidade de Deus, krijgen ze je te pakken. En als je blijft, krijgen ze je ook te pakken.'


Geboren in de valstrik, het is zo van toepassing op Sandro Rosa do Nascimento, de jongen die op 12 juni 2000 een stadsbus op de lijn 174 kaapt bij de Jardim Botânico van Rio de Janeiro. In Brazilië is de kaping beroemd: de grote tv-stations waren binnen de kortste keren ter plaatse en hebben het vierenhalf uur durende drama rechtstreeks uitgezonden. Ônibus 174 put uit die beelden. De aanpak van de politie is ontluisterend. 'Hé, kunnen jullie niet ophouden, het leidt ons af', roepen drie agenten tegen de flitsende fotografen.


Meer dan alleen een adembenemende reconstructie van de kaping - met gijzelaars, agenten en familie van Sandro - biedt de film inzicht in het leven van zomaar een straatjongen in Rio. Voor zijn ogen zag de 6-jarige Sandro hoe drie mannen met een mes zijn moeder Clarice, vijf maanden zwanger van een tweeling, vermoordden. 'De babies trappelden hard, alsof ze langzaam stikten', vertelt tante Julieta, die was gealarmeerd. Sandro had geen vader, hij stond op straat in de sloppenwijk Boa Vista.


Een klassieke favela-loopbaan ontrolt zich. Lid van een straatbende. Overvallen bij stoplichten. Lijm en cocaïne snuiven. Opgesloten in een opvoedingsgesticht. Ontsnapt. Overvallen plegen met een pistool. Meer cocaïne snuiven. Opgesloten in de gevangenis, met veertig man in een cel voor tien. Weer ontsnapt. Verlangen naar een normaal leven. En dan bevindt hij zich met een pistool aan boord van de bus.


'Dit is geen actiefilm!', schreeuwt Sandro de camera's toe, terwijl hij uit het raam leunt en een pistool tegen het hoofd van een gijzelaar zet. 'Film me maar. Ik heb niets te verliezen. Brazilië, kijk maar goed.'


'Ik ken jullie van Candelária', roept hij tegen de agenten. Op 23 juli 1993 hebben politieagenten een bloedbad aangericht onder de straatkinderen die dagelijks overnachtten bij de Candelária-kerk in het centrum van Rio. Sandro is overlevende. Er vallen zeven doden.


De menigte scandeert, als Sandro de bus verlaat: 'Lynch hem, lynch hem!' In een politieauto knijpen ze hem even later de keel dicht.


De moraal: 'S

andro heeft gestreden om zichtbaar te zijn. Met een pistool kan zo'n jongen ons angst inboezemen en zijn bestaan terugwinnen. Hij heeft zijn leven, zijn toekomst, zijn ziel ingeruild voor een moment van glorie, voor de erkenning van zijn wezen. Het belang van dat moment is doorslaggevend om te begrijpen wat er in de hoofden van die jongens omgaat. En om er iets aan te kunnen doen.'


De redenering is van Luiz Eduardo Soares, socioloog, politicoloog en filosoof te Rio de Janeiro. Maar ook, sinds enkele dagen, verantwoordelijk voor de Nationale Openbare Veiligheid onder president Lula.


Meer over