Onderzoekers gaan acteren

De vele maanden die ze nodig had om het taaie jargon van Europese ambtenaren onder de knie te krijgen en daarmee een subsidieverzoek te kneden, zijn geen verloren tijd geweest voor zakelijk directeur Lea Witmondt van Pandemonia Science Theater....

De theatergroep in Amsterdam, die werkt met een vaste staf van 5 personen en 25 freelance-acteurs, was tot nu toe vooral bekend van projecten in het Nederlands Spoorwegmuseum, Museum Boerhaave, het Teylersmuseum, en bijvoorbeeld van het chemiesprookje Koningszeep.

Bij dergelijke activiteiten zou het misschien zijn gebleven als er niet vorig jaar een fax was binnengekomen van het Klara Soppteater in Stockholm: 'Do you want to be our partner?'. Hoezo partner? En van wie? Soppteater? En vanwaar de uitnodiging aan Pandemonia?

Dat zat zo. Een Zweedse europarlementariër had het Soppteater flink onder druk gezet. Europese ambtenaren hadden geld voor wetenschapstheater. Konden ze daar niet iets mee? Op een servetje werd een begroting in elkaar gezet en op grond daarvan stelde de EU een flinke subsidie in het vooruitzicht. Maar dan moest er wel een degelijk voorstel komen, én op korte termijn enkele Europese partners.

Was er, zo herinnerde men zich in Stockholm, niet net een Zweedse wetenschapstheatergroep teruggekeerd van een festival in Engeland? En zouden die niet een lijst hebben van de overige deelnemers? Jawel, maar alleen Pandemonia en Spectrum, Drama and Theatre Productions uit Londen stonden daarop met hun faxnummer vermeld. En zo werd een theatertrio geboren.

Bij een bezoek aan Stockholm raakte Witmondt onder de indruk van het werk en de voorzieningen van het Klara Soppteater, maar ze twijfelde aan de Zweedse animo en vastberadenheid om de slag met de Europese subsidiegevers in te gaan. En de initiatiefnemers zelf waren er allerminst rouwig om het projectmanagement aan haar over te dragen.

Het voorbereidende werk van Pandemonia heeft geresulteerd in een in wollige taal vervatte verhandeling over wetenschapsvoorlichting aan een breed publiek. Persoonlijk contact tussen toehoorder en 'verteller' en fascinerende presentaties, staan daarin centraal.

In de praktijk schort het nogal eens aan die presentatie. Allerhande interessante zaken worden aangesneden, maar toch is het publiek al na korte tijd balorig of juist door slaap overmand. Om daar wat aan te doen, hebben de drie groepen een theatertraining ontwikkeld voor wetenschappers, mensen uit het bedrijfleven, museummedewerkers maar ook voor geïnteresseerde acteurs.

Het programma bestaat uit meerdaagse workshops in het Engels (desnoods met tolk) voor dertig à veertig personen. 'In Nederland is daar veel belangstelling voor; het is geen enkele moeite om hier vijf workshops vol te krijgen', aldus Witmondt.

Voorlopig zal - mits aanvullende subsidie wordt verworven - vanaf komend voorjaar worden begonnen met één workshop per land. Uiteraard in Engeland, Zweden en Nederland en waarschijnlijk komen daar, omdat Witmondt daar al contacten heeft, Spanje, Frankrijk, Italië en misschien Oostenrijk bij. De opgedane ervaringen zullen moeten leiden tot een handboek waarin de training wordt vastgelegd.

Begin december 1998 volgt dan de apotheose met een symposium annex wetenschapstheaterfestival voor tienduizend bezoekers in de dan culturele hoofdstad Stockholm. Als de Nobelprijswinnaars van dat jaar een paar dagen voor de uitreiking komen, kunnen ze nog heel wat opsteken.

Rik Nijland

Meer over