Onderscheid tussen viool en Lakatos verdwijnt

Ook in Nederland is de roem zigeunerviolist Roby Lakatos vooruitgesneld. Hij speelt geen viool, hij ís viool, zo bleek in het Utrechtse Vredenburg....

Roby Lakatos kan zich er niet druk om maken als het onvermijdelijke gebeurt. 'Was ú dat?', vraagt een dol-enthousiaste bezoeker vrijdagavond na afloop van het concert in de kleedkamer van Muziekcentrum Vredenburg. Ooit, toen, daar-en-daar, zo'n vijftien jaar geleden had hij een Lakatos horen spelen. 'Nee, dat was mijn oom', antwoordt Roby Lakatos (geboren 1965) beleefd en de gedecideerdheid in zijn toon verraadt dat dit niet de eerste keer is dat zo'n vraag hem wordt gesteld.

Hoeveel violisten de Hongaarse familie Lakatos telt, weet hij zelf niet. Dat is nou eenmaal zo in de zigeunertraditie. Als een instrument ergens wortel heeft geschoten blijft het daar van generatie op generatie. Ernest Bangó bijvoorbeeld, en Lakatos knikt even naar de gitarist en cymbalom-speler in zijn orkest, komt uit een familie met niet minder dan twintig cymbalom-virtuozen.

Eigenlijk wilde hij veel liever drummer worden, maar als rasechte Lakatos en directe afstammeling van de vioollegende János Bihari (de 'Hongaarse Orpheus' aan wie Brahms zijn Hongaarse melodieën zou hebben ontleend), ontkwam hij niet aan zijn lot. En op een goed moment moet de viool toch ook zijn hart of andere erfelijk belaste lichaamsdelen hebben geraakt. Roby Lakatos speelt geen viool, hij ís viool.

Als hij vrijdag aan het begin van de avond samen met zijn vier orkestleden het podium opkomt, is er nog verschil tussen de man en zijn viool - een Guarneri del Gesù die grootvader Lakatos vlak na de Tweede Wereldoorlog met een list uit handen van de Russen had weten te houden.

Maar gaandeweg is er geen onderscheid meer. Man is viool en viool is muziek. Dubbelgrepen in Katsjatoerians Sabeldans veranderen in soepele glissandi, loepzuivere hoge noten dartelen als leeuweriken op een lentedag en met een adembenemend pizzicato (twee vingers van de rechterhand in plaats van één) tokkelt Lakatos als een volbloed-gitarist.

Pas sinds een jaar of vier bestormt hij de klassieke podia, maar al veel langer - halverwege de jaren tachtig - was hij dé Geheimtip van de Brusselse klassieke muziekelite. Juryleden van het prestigieuze Elisabeth-concours, oude vedettes en rijzende sterren in de vioolwereld verlieten Brussel niet zonder een bezoek aan het restaurant Les ateliers da la Grande Ile, om naar 'Roby' te luisteren.

De onlangs overleden Yehudi Menuhin kwam altijd. De jazzviolist Stephane Grappelli evenals de jongere viooltijgers Maxim Vengerov en Vadim Repin kwamen er, en speelden en dronken samen met Lakatos tot in de vroege ochtend. Kortgeleden nog maakte hij met Repin een tournee naar Duitsland en Finland en binnenkort verschijnt bij Deutsche Grammophon hun cd met een arrangement voor twee violen van Paganini's Capricci.

De sfeer in een restaurant is anders dan in een concertzaal. Het publiek in Vredenburg is voorbeeldig stil en durft alleen bij de toegift voorzichtig mee te klappen. Maar het is ook een kwestie van stijl. Lakatos speelt bepaald niet alleen traditionele zigeunermuziek, maar vermengt diverse traditionele stijlen met klassiek, bebop en free-jazz. En als Lakatos één van zijn eigen composities inzette, waagde amper iemand met z'n bestek te kletteren.

Ook in Nederland is z'n roem Lakatos vooruitgesneld. Hoewel het pas z'n eerste officiële tournee hier is waren de twee concerten in het Concertgebouw zo snel uitverkocht dat er op 9 april om half twaalf een extra concert is ingelast. Voor een 'Nacht van de zigeunerviolen' de enige juiste aanvangstijd.

Meer over