Onder de bijensteken, maar 'alleen zo kon dit verhaal worden verteld'

Achtergrond..

Van onze medewerkster Floortje Smit

Amsterdam Nooit gedacht dat dat aangrijpend zou kunnen zijn. Een landschap vol lege bijenkasten, lukraak opgestapeld. Een soort Macchu Picchu voor insecten – overhaast verlaten, restanten van een verloren beschaving.

Of, nog droeviger: één bij in een verlaten honingraat, die bijna als de overlevende van een ramp zich op zijn laatste kracht voortsleept, het ene trillende pootje voor de andere.

Daar moeten Carter Gunn en Ross McDonnell om grinniken. ‘Er zal geen imker zijn die emotioneel wordt van een enkele bij’, vertelt McDonnell. ‘Ze verschepen die insecten altijd van hot naar her en de bijen leven sowieso maar drie tot vijf weken, dus die gaan voortdurend dood. Maar om te tonen dat bijen verdwijnen, moesten we dit soort dingen laten zien.’

Het is een van de sterkste punten van Colony: debutanten Gunn en McDonnell zorgen ervoor dat kijkers emotioneel betrokken raken bij een insect. In hun documentaire onderzoeken ze het raadselachtige Colony Collapse Disorder – de aandoening waardoor bijen massaal sterven of verdwijnen, maar waarvan de oorzaak onbekend is.

Het duo toont de bijenmaatschappij – schitterend gefotografeerd door McDonnell, liefdevol gemonteerd door Gunn –, zet daar die van mensen tegenover en laat zien hoe ze een fragiele afhankelijkheidsrelatie delen.

Ze dompelden zich veertien maanden onder in de maatschappij van de bijenhouders, die inmiddels de wanhoop nabij zijn. De familie Seppi bijvoorbeeld, een religieuze familie die gestructureerd lijkt naar een bijenkolonie. En ook hun samenwerking wordt ondermijnd – door de bijensterfte maar ook door de economische crisis die plotseling toeslaat. ‘We waren voortdurend op zoek naar dat soort metaforen.’

Wie de symbiotische samenwerking van de bijen van zo dichtbij bekijkt, wenst dat de bijenhouders – die over elkaar buitelen in discussies over oorzaken en oplossingen – daar eens een voorbeeld aan zouden nemen. ‘Ze hoeven nog niet eens een politiek front te vormen’, vertelt McDonnell. ‘Maar iedereen heeft zijn eigen receptjes en magische formules om hun bijen sterk te houden. Om uit te vinden wat echt het probleem is, moeten ze ook werkmethoden gaan vergelijken.’

Zo groeit Colony, dat bol staat van David en Goliath-problematiek, uit tot een verhandeling over belang van samenwerking. En dat alles met die dappere, maar kwetsbare bijen op de achtergrond die niet meer kunnen dan het goede voorbeeld geven. Het verhaal had niet anders verteld kunnen worden, zegt Gunn bescheiden. ‘Er zijn traditionelere manieren om wetenschappelijke of natuurdocumentaires te maken. Maar daar hadden we gewoon niet de apparatuur of middelen voor. We hadden geen dure camera’s waarmee we in de bijenkorf konden filmen. Dus moesten we andere, creatievere manieren zoeken om ons verhaal te vertellen. En zo werd onze beperking ons grootste voordeel.’

Slowmotion, close-ups: daarvoor moesten ze er natuurlijk wel met hun neus bovenop staan. Het duurde even voordat ze erachter kwamen hoe een zwerm werkt. Nooit tussen water en de kolonie gaan staan, doceert McDonnell. En als bijen hard aan het werk zijn, zijn ze wat opgefokter. Een allergietest? Niet aan gedacht, aldus Gunn, die op een dag 35 bijensteken incasseerde. McDonnell merkte dat hij in de veertien maanden dat het duo aan de film werkte steeds slechter op de bijensteken reageerde – het hele project bleek niet ongevaarlijk. ‘Ik zwel echt behoorlijk op. De bijenhouders hebben me zelfs aangeraden een adrenalinekit bij me te dragen.’

Meer over