Onbeantwoorde vragen

Historicus Peter Klein dook in de archieven van instanties die betrokken waren bij het rechtsherstel voor joden wier bezittingen tijdens de oorlog waren geroofd....

EEN STREEP onder het verleden zetten? Dan moet je niet bij een historicus aankloppen. De geschiedenis is een discussie zonder eind, weet elke geschiedvorser. Een definitief oordeel bestaat niet, ook al zou dat in politiek Den Haag goed uitkomen. Peter Klein geeft dat oordeel dan ook niet, dat kán hij eenvoudig niet. Hooguit is door het onderzoek naar het naoorlogse rechtsherstel zijn verlangen aangewakkerd er méér van te weten, de hiaten in de kennis op te vullen, antwoorden te zoeken op raadsels en vragen.

Klein gaf leiding aan tien onderzoekers die ten behoeve van de commissie-Scholten archieven van banken, overheid, verzekeraars en talloze andere instellingen naplozen op tegoeden die hadden toebehoord aan joden die in de Tweede Wereldoorlog waren beroofd.

Peter Wolfgang Klein werd in 1931 in Wenen geboren. Zijn vader was een joodse zakenman die zich tijdens de Eerste Wereldoorlog had onderscheiden in het Oostenrijkse leger. Het gezin Klein week uit naar Nederland en overleefde in Gouda de oorlog. Peter Klein studeerde economie in Rotterdam. Hij ontwikkelde zich tot economisch historicus en vestigde in 1963 zijn naam met een proefschrift over de zeventiende-eeuwse koopmansfamilie Trip. Later, als hoogleraar algemene geschiedenis in Leiden, heeft Klein zich met een veelvoud van onderwerpen beziggehouden ('Ik verveel me gauw') - ook intensief met de Tweede Wereldoorlog. Voor de commissie-Van Kemenade, die donderdag haar eindrapport presenteerde, analyseerde en beschreef hij de gang van zaken bij het rechtsherstel door de Nederlandse overheid.

Klein is het meest geschrokken van de manier waarop minister van Financiën P. Lieftinck in de eerste jaren na de oorlog de wederopbouw voorrang gaf boven rechtsherstel. Het was 'onnodig' wat Lieftinck deed, sterker: het was 'een bedreiging van de rechtsstaat', het was 'onbarmhartig jegens de slachtoffers'. En hij lag wakker van Isaac Roet, uitvinder van het zakdoekvouwsysteem.

We praten in zijn huiskamer in Leiden die een rustgevend uitzicht biedt op het water van de gracht. De presentatie van het eindrapport van de commissie-Van Kemenade staat voor de deur, de publiciteit, de opwinding en het debat moeten nog losbarsten en in afwachting daarvan, in die pauze, denkt Klein hardop na over de betekenis van de rapporten over het rechtsherstel. Klein weigert zich uit te spreken over wat er volgen hém nu dient te gebeuren, welke compensatie, genoegdoening, teruggave of reparatie van fouten passend zou zijn. 'Dat is het werk van politici. Niet van een historicus.'

Klein: 'We moesten nagaan: zijn er nog tegoeden bij banken? Dan kan je met een loep gaan kijken in de archieven. Maar zo werkt een historicus niet. Die wil wikken en wegen. Ik ben er als historicus niet om te zeggen: zo was het. Ik ben er om het verleden levend te houden, om kritische vragen te stellen aan de geschiedenis. Dat was niet waar de opdrachtgever in geïnteresseerd was. Die was veel praktischer.'

- Waren ze bij u aan het verkeerde adres?

'Ja. Maar dat wisten zij niet en ik niet toen we begonnen. Ik wilde weten hoe de rechtsherstel-wetgeving in elkaar zat. En waarom zo. Dat heb je nodig om te kunnen beoordelen of er überhaupt rechtsherstel heeft plaatsgehad. Ik zei bij de eerste bijeenkomst van de commissie-Van Kemenade: we hebben drie tot vijf jaar nodig om dit goed te doen. Ik werd weggelachen. Inmiddels heeft het toch drie jaar geduurd, hoor. Maar goed, dan kan je het krijgen zoals je het hebben wilt. Dan zitten daar...

- Hiaten in?

'Voor een historicus, ja.'

- Met welke ideeën, veronderstellingen bent u aan het werk gegaan?

'Ik kan niet zeggen dat ik eigen ideeën had. We zijn blanco begonnen. Tijdens het vooronderzoek kreeg ik de overtuiging dat het allemaal wel meeviel met dat rechtsherstel. Pas deze zomer heeft deze overtuiging enige schokken moeten ondergaan, door het onderzoek naar het rechtsherstel met betrekking tot effecten. Ik ben ervan overtuigd dat de regering ernstige steken heeft laten vallen, ten koste van de Nederlandse rechtsstaat. En dat had ik niet verwacht. Het was de politiek van Lieftinck, om precies te zijn.'

- Deugde het uitgangspunt van het rechtsherstel niet?

'Het algemeen belang van de samenleving stond voorop, niet het bijzonder belang van de joden. Een groep vooraanstaande joden heeft in 1946 de redenering opgebouwd: ''Geef ons voorrang zodat de regering ons in dezelfde positie brengt als de overige Nederlanders.'' Dat is een juiste zaak. En dat is niet gebeurd.

'Alle antisemitische maatregelen werden ingetrokken. Daarmee was het rechtsherstel gedaan. Maar aan de materiële consequenties daarvan werd geen gevolg gegeven, want dat werd zeer schadelijk geacht voor de Nederlandse economie, omdat er nieuwe bezitters te goeder trouw waren onstaan en dan botst recht tegen recht.

'Het beginsel was: hij die de schade veroorzaakt heeft, is aansprakelijk, dus niet de Staat der Nederlanden. In Londen, 1944, werd overwogen of er iets aparts voor joden moest worden gedaan. Het antwoord was: nee.'

- Zou de dan wederopbouw vertraagd zijn?

'Persoonlijk denk ik van niet, maar Lieftinck dacht dat het wel wat zou uitmaken.'

Het rechtsherstel moest worden uitgevoerd in een tijd van chaos en wederopbouw. Dat waren verzachtende omstandigheden voor de trage wijze waarop het herstel in oude rechten en de teruggave van bezit op gang kwamen. Maar omstreeks 1950, zo ziet Klein het, is de wederopbouw achter de rug. Economisch loopt het. 'Dan zou je verwachten dat het tijd wordt voor materiële uitkeringen aan slachtoffers. Maar dat gaat dan zeer nauwgezet.'

- Het had royaler gekund.

'Indien we niet met Nederlanders te maken zouden hebben gehad. Indien de ambtelijke bureaucratie anders was geweest. Ik eindig met de conclusie dat oordelen over rechtsherstel oordelen is over de Nederlandse natie. We moeten schoon schip maken.'

- Is dat schip nu schoon?

'Nee, dat is niet zo eenvoudig. En soms word ik kwaad.'

- Op wie?

'Op Lieftinck. Hij maakte nodeloos vuile handen. Ik denk dat Lieftinck niet uit noodzaak handelde. Hier had hij een zekere marge, hier had hij de vrijheid het anders te doen. Minder gevaarlijk tegenover de rechtsstaat, barmhartiger tegenover de slachtoffers. Deze van huis uit christelijk-historische man. Het is toch van de gekke dat je die administratie van de effectenhandel toevertrouwt aan de beurs. Je maakt de dader tot rechter en ook nog eens tot beul. Dat hoort in Nederland niet. Onder welke omstandigheden dan ook. Een fundamentele basisfout.'

- Geeft de commissie-Van Kemenade een sluitend, goed beeld van het rechtsherstel?

'Als definitief antwoord stellen de onderzoeken niets voor. We hebben intuïtief gezocht, lang niet alles bekeken. Er zijn honderden instanties bij betrokken, kilometers papier. Maar het is niet zeer plausibel dat verder archiefonderzoek echt nieuwe dingen aan het licht brengt, wat de grote lijn betreft.'

Het historisch onderzoek zal doorgaan, daar is Klein van overtuigd. 'Geen twijfel aan. Dit is niet het eind van het verhaal, dit is het begin. Een voorbeeld: het is voor mij onvoorstelbaar dat de Duitsers de systematische roof alléén konden uitvoeren. Hier móeten Nederlanders aan het werk zijn geweest die wisten hoe de regelingen in elkaar zaten. Wie kwam op het idee die octrooirechten bij de roof te betrekken? Er is een ambtelijke machinerie en die draait, die draait, die draait.'

- Bij de presentatie van het eerste deelrapport-Scholten leek het of u voor het eerst geconfronteerd was met de werkelijkheid van de jodenvernietiging

'Dat is zo, dat is zo, dat leek niet zo, dat was zo.'

- Hoe kan dat?

Stilte. Haalt de schouders op, kijkt enigszins verloren.

'Weet ik veel...'

- U bent van 1931, u hebt een joodse vader, u bent gevlucht uit Oostenrijk, u hebt in Nederland de oorlog meegemaakt, u hebt in de begeleidingscommissie van Loe de Jong gezeten - en toen pas, door dat onderzoek, werd u geraakt. Wat is er in die vijftig jaar, tussen 1945 en 1997, gebeurd?

'Je wordt ouder, je gaat nadenken, ik zeg niet dat ik niet heb nagedacht.'

Hij staat abrupt op, zegt dat hij koffie gaat halen en vervolgt dan, aarzelend, zijn zinnen half afmakend, zijn gedachtegang. 'Ik werd voor het eerst..., vandaar dat ik zo beroerd werd, ik kon niet meer slapen! Ik heb het toen voor het eerst in lijf en ziel ervaren. Maar als je nou vraagt waarom...'

In het Octrooibureau aan de Patentlaan in Rijswijk kwam Klein de naam van Isaac Roet voor het eerst tegen. De enige naam in het register met 'een joods luchtje', zoals hij zegt. De taak van de commissies-Van Kemenade en Scholten was 'de systematiek' van de roof en het rechtsherstel in kaart te brengen, en vooral geen individuele gevallen uitzoeken. Maar Klein raakte gefascineerd door Isaac Roet en dook steeds dieper in diens levensgeschiedenis. Roet bleek een diamantwerker te zijn, opgeklommen tot accountant, deed 'baanbrekende uitvindingen' als de vouwmachine voor papieren zakdoeken en stelde in 1927 een prijs in voor jonge economen die zich inzetten voor de vrede.

- Wat trof u in Isaac Roet?

'Net als mijn vader heeft Roet in Westerbork gezeten. Ze zijn beiden losgelaten, beiden opnieuw gearresteerd. Isaac op straat, hij liep met een jodenster, hij dacht: ik ben veilig. Vijf dagen later was hij vergast. Mijn vader is ook gegrepen, is naar Havelte gebracht, waar hij als dwangarbeider het vliegveld moest gaan aanleggen. Op Dolle Dinsdag ontsnapte hij, maar hij werd weer gegrepen. Hij stond op het punt gefusilleerd te worden, maar een bunkerbouwer zei: ik heb die man nodig, want ik moet dat vliegveld aanleggen. Een maand later is hij weer ontsnapt, met een roeibootje over het IJsselmeer.

Hetzelfde milieu, dezelfde omstandigheden. Zowel Isaac als mijn vader heeft gemanoeuvreerd, geprobeerd aan het noodlot te ontsnappen, de een zus, de ander zo. Hoe komt het dat de een de dans ontspringt en de ander niet? Hoe is het godsterwereld mogelijk dat miljoenen joden zijn vergast!'

- Wat wisten we nog niet en na Van Kemenade wel?

'Ten eerste is de effectenkwestie veel beter uitgezocht. Ten tweede heeft het rapport van Van Galen over de Indische slachtoffers opgeleverd dat de Japanners wat betreft beroving lelieblank zijn. Voorzover deze groep schade heeft ondervonden, is dit te wijten aan de Nederlandse overheid, de Indische en Indonesische regering.

'Nog iets: dezelfde verzekeringsmaatschappijen die alleen over de brug wilden komen als er een overlijdensverklaring van vermoorde joden kon worden overlegd - en dat kon pas vanaf 1949 - betaalden aan Indische nabestaanden uit zonder een acte te hoeven zien. Dat is vreemd.'

- Het eindrapport is nu verschenen. Maar op de deelonderzoeken is al veel kritiek geuit. Op de kille toon, bijvoorbeeld, van het eerste rapport-Scholten, waaraan ook u heeft meegewerkt.

'De toon van het rapport-Scholten (W. Scholten was vice-voorzitter van de Raad van State) is heel anders dan dat van Kordes (oud-voorzitter van de Rekenkamer die ook een deelonderzoek verrichtte), dat klopt. Het zijn twee verschillende mensen. Daar had ik niet zo'n moeite mee. Ik wil een zakelijke overheid, niet een overheid die zich door emoties wil laten leiden. Als ik het rapport van Scholten, als ik Scholten als kil ervaren had, dan waren onze moeilijkheden veel groter geweest. Nee, niet kil, wel rechtlijnig, formeel en juridisch.'

Na de presentatie van het eerste rapport-Scholten legde Klein zijn functie als secretaris neer. Dat had niets te maken met de kritiek op het rapport, zegt hij, maar met zijn gezondheid. Hij somt zijn lichamelijke kwalen op en concludeert met lichte ironie: 'Ik ben in staat van ontbinding.' En dan de slapeloze nachten om Isaac Roet. 'Het werd mij te veel.'

- Als u kijkt naar die commissies, die vijftig jaar na dato bekijken of er recht is gedaan, is dat een uniek historisch proces.

'Ik ken er geen voorbeelden van. Niet zo indringend. Ik heb me dat ook afgevraagd, ja, waarom dat proces plaatsvindt en waarom nu. Heeft het Nederlandse volk zo'n historisch bewustzijn? Ik geloof het niet.

'Maar je kunt niet zeggen dat Nederland zichzelf niet onderzoekt. Dat doet het wel. Met het koloniale verleden is Nederland constant bezig, vanaf de jaren zestig. Er is een debat en dat vernieuwt zich voortdurend. Men spreekt over het koloniale verleden, niet altijd zoals je zou wilen, niet altijd even eerlijk. Maar men zwijgt niet.'

- Maar dit zelfonderzoek naar het rechtsherstel had toch nooit plaatsgevonden zonder het tromgeroffel van de Amerikanen?

'Inderdaad. Nederland staat niet los van de wereld. Maar de manier waarop het is opgepakt is serieus, scrupuleus, indringend. Frankrijk doet dat niet op die manier.'

- Wat zou het effect van dit proces kunnen zijn? Kunt u zich ook een negatief scenario voorstellen?

'Ja... helaas... Er dreigt toch het gevaar van antisemitisme. Hetgeen overigens geen reden is om te stoppen hoor. Nederland is het verplicht aan zichzelf. Zou ik het als Nederlandse belastingbetaler leuk vinden, de affaire niet kennende, vijftig jaar na dato anderhalf miljard te moeten betalen, een bedrag dat in Israël wel is genoemd?

'Je krijgt de dwangarbeiders, de Indischgangers, de zigeuners. Iedereen die zich tekort gedaan voelt. Dit zijn natuurlijk geen rationele processen meer. De commissie-Van Kemenade heeft daar wel over nagedacht, en doet wat ze meent te moeten doen. Ik ben wel blij dat ik geen minister van Financiën ben.'

Meer over