OLIVER TWIST, BEDELAAR EN LIJMSNUIVER

Een zwangere, donkere vrouw wordt uit een rijdende auto gegooid. Ze vlucht weg, vindt onderdak bij een omaatje en haar kleinzoon, bevalt van een zoon en sterft....

JPE

Kort na de geboorte wordt de baby achtergelaten op de stoep van het weeshuis Weltevreden, waar de strenge, blanke directrice hem een naam geeft. Oliver, beslist ze, staand voor haar boekenkast met haar vinger bij de roman van Charles Dickens. Maar we hebben al een Ollie, riposteert een verpleegster. Dan wordt het Twist, zegt de directrice gedecideerd.

In 1837 en 1838 schreef Charles Dickens zijn wezenroman Oliver Twist, over een jongen die wordt misbruikt door de Londense onderwereld. Het boek, een protest tegen de wantoestanden in de ‘work houses’, werd talloze malen verfilmd. Frank Lloyd maakte in 1922 een zwijgende zwart-wit film; David Lean verfilmde het in 1948 met Alec Guinness als Fagin, de leider van een bende straatboefjes. Carol Reed maakte in 1968 een fijne musical (Oliver!); Disney produceerde de animatiefilm Oliver & Co (1988), over een weeskatje dat een stoere straathond ontmoet; en in 2005 ontfermde Roman Polanski zich nog over het verhaal.

In zijn heftige, maar onevenwichtige speelfilmdebuut A Boy Called Twist verplaatst de Zuid-Afrikaan Tim Greene de handeling van het negentiende-eeuwse Londen naar de townships van Kaapstad. Daar knispert geen knus haardvuur, maar een vuurtje in een olievat.

Twist (Jarrid Geduld) groeit op tussen bedelaars, lijmsnuivers en straatrovers, die juwelen en mobieltjes stelen. Hij krijgt te maken met meedogenloze mensenhandelaren en prostitutie, met moord en doodslag.

Greene plukte de meeste acteurs van straat, wat bijdraagt aan de authenticiteit. Ook het geld voor zijn film ‘vond’ Greene op straat. De regisseur posteerde zich langs een drukke weg met een sandwichbord, waarop hij 1000 aandelen van 1000 Rand te koop aanbood. Het heeft gevolgen voor de aftiteling; die lijkt een eeuwigheid te duren omdat alle investeerders erop staan vermeld. JPE

Meer over