'Oké dan - fado is een vorm van liefde'

Dulce Pontes is een grote naam in haar geboorteland Portugal, en haar ster rijst daarbuiten. Haar stem klinkt meestal melancholiek of zelfs smartelijk....

DULCE, de ster van Portugal. De nieuwe vertolkster van de fado. De gedoodverfde opvolgster van Amália Rodrigues. 'Ik hield al van haar toen ik een kind was.' Het was Dulce Pontes die als eerste het lef had om Amália-klassiekers naar haar hand te zetten. Een tijdje geleden mocht ze zomaar bij de grote, inmiddels hoogbejaarde, ster op bezoek. 'Ze liet heel veel foto's zien van toen ze nog jong was. Het was een prachtige ervaring. We hebben tot vijf uur in de ochtend zitten praten. Eindeloos thee gedronken.' Geen wijn of whisky? 'Alleen thee.' Wat zei Rodrigues over haar stem? 'Euh...' Toch een enigszins teleurstellende ontmoeting? 'Hou ik voor me. Ik wil die ontmoeting niet exploiteren.'

Dulce Pontes (30) is een grote ster in Portugal, maar ook, in toenemende mate, buiten de grenzen van haar geboorteland. Ze maakte inmiddels vier albums. Trad op in vermaarde concertzalen. Zong de internationaal zeer succesvolle soundtracks Cançâo do Mar (van de film Primal Fear) en A Brisa do Coraçâo (in een film van Ennio Morricone). Nu is ze even in Nederland om een contract te tekenen met Polydor dat wereldwijd haar platen zal gaan uitbrengen. En om de laatste hand te leggen aan haar nieuwe cd O primeiro canto, die maandag 27 september in de winkels ligt. Pontes is overal bij betrokken: bij de selectie van de nummers, bij de keuze van de foto's, bij de opmaak van de cd-hoes. 'Ik wil van jou graag een eerste oordeel over de cd. Maar door een terughoudende reactie laat ik me niet uit het veld slaan.' 'Dulce, Dulce!', roepen Engelse mannen in de wandelgangen van het studio-complex, 'where is Dulce?'

Dulce zit op de bank. Frêle gestalte, hippe gehaakte jurk. Ze doet haar schoenen uit. Do you mind? En klemt de armen om haar knieën. Nog maar eens, dan: 'Fado raakt aan innerlijke trots, en aan ontroering, en melancholie - niet noodzakelijkerwijs droefenis. Tegelijkertijd is het meer dan dat alles bij elkaar.' Vergelijk het, zegt ze, met liefde. 'Liefde is ook niet te definiëren.' Mysterieus lachje. 'Oké dan - fado is een vorm van liefde.'

Hoe vaak zal ze het al niet hebben uitgelegd? Als je je aan de fado waagt, word je ogenblikkelijk tot de traditie veroordeeld. 'Etiketten kunnen me niks schelen. En dat ik steeds weer met Amália Rodrigues vergeleken word vind ik tot op zekere hoogte vleiend.' In Portugal sluimert altijd een strijd over de fado, de melancholieke klaagzang vol mild fatalisme. Hoe is de fado ontstaan? Waar wordt de echte fado gezongen? (In Lissabon of Coimbra?) Is de fado van mannen (Coimbra) of vrouwen (Lissabon)? 'Toen ik bij Amália op bezoek kwam had ze zojuist een gesprek met een journalist beëindigd. Ze was nerveus. Want de journalist had haar gevraagd wat zij ervan vond dat ik niet de echte fado zing. ''Ze neigt inderdaad naar jazz'', had ze gezegd. En daarvoor verontschuldigde ze zich nu. Ik zei haar: ''Maakt u zich niet druk. Vertel wat u vertellen wilt.'' Het is bovendien nog waar ook.'

Pontes beperkt zich niet tot de fado. Ze put uit de Portugese folklore. Bewerkt traditionals. Schuwt eigentijdse arrangementen niet. Voor haar nieuwe album O primeiro canto was ze op zoek naar de internationale wortels van de Portugese muziek. Vleugje Braziliaans, vleugje Afrikaans, vleugje Keltisch - de wereldmuziek binnen handbereik, dankzij de Atlantische Oceaan. 'Ik ben echt blij dat ik een Portugese ben. Maar ik ben ook een citizen of the world.'

Ze schreef meer nummers dan ooit tevoren. 'Wat ik vroeger schreef was niet goed genoeg. Er was niemand die me dat influisterde, dat kon ik zelf wel bedenken. Nu heb ik genoeg zelfvertrouwen opgebouwd. Het werd onderhand tijd dat ik mezelf prijs zou geven.' Voor haar ligt de nieuwe cd. Een promotie-exemplaar nog, in de credits op de hoes ontbreken de namen van tekstdichters en componisten. Pontes is niet de diva die het hoofd in de schouders gooit. Ze krabbelt, met engelengeduld, de namen achter de titels van de liedjes. Geïrriteerd gemompel in het Portugees als woorden verkeerd gespeld blijken te zijn. Ze corrigeert. En schrijft: Adapt Popular. Joao Mendonça. En, het vaakst, D.P. - Dulce Pontes.

Ze was, zegt ze, op zoek naar eenvoud. Ingetogen arrangementen. Soms alleen een gitaar of een viool. Bijna akoestisch. Gemakkelijk was het niet. 'No game without pain.' In haar teksten schurkt ze zich aan de Vier Elementen. Veel water, vuur, lucht en aarde - die thema's wil ze ook nog even op de cd-hoes schrijven. In Fado Mae, opgedragen aan haar moeder, bezingt ze de zee die de rivier in slaap wiegt. 'Maar lucht is het element dat het dichtst bij ons staat. Dat is wat liefde zou moeten zijn. Vrij. Transparant.'

Die Vier Elementen. Dat is, zegt ze: Metamorfosen. Dat is: Verbonden zijn met de aarde. Dat is: Deel zijn van het Geheel. 'Als ze in balans zijn brengen ze harmonie en maken ze ons tot betere personen.' En: 'Alles verandert zo snel dat we geen oog meer hebben voor de meest simpele dingen.' Ze steekt een sigaretje op. 'Je hoeft geen expert te zijn om dát te begrijpen.'

Ze ziet het onbegrip in de ogen van de vragensteller. 'Go back! Terug naar je vraag! Ik wil er nog iets over kwijt.' Dit is geen mystiek, waarschuwt ze, dit is geen religie. Maar het is wél een uitputtende queeste van twee jaar geweest, op zoek naar de balans. 'Nogal confronterend ook. Ik heb gemerkt dat ik soms nog weinig volwassen ben. Lang niet altijd in staat om mezelf onder controle te houden.' Zegt dan: 'Eén manier om iets van het leven te leren is dat we toegeven dat we lang niet altijd goed handelen. En dat we veel beter kunnen.' Pontes als boodschapper? Ze wil niemand iets opleggen. 'Het wezen van kunst is nou juist dat het op voorhand geen enkele interpretatie uitsluit.'

Ze neuriet even voor zich uit. Had ze alles zo mooi in muziek en poëzie gevangen, moet ze het opeens in wóórden zeggen. En dan ook nog in het Engels. 'Het liefst zou ik een kabel in mijn hoofd pluggen. Daar klinkt altijd muziek. Hier, luister maar - dit laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Godzijdank heb ik mijn stem. Taal is beperkt. Ik druk me het best uit als ik zing.'

Die stem gaat door merg en been. Uiterst wendbaar, en met een groot bereik. 'Ik hang de filosofie van het orkest aan: om te kunnen spelen moet je luisteren. Ik kan het altijd horen als een zanger of zangeres niet oprecht is.' Op haar nieuwe cd schuwt Pontes de frivoliteit niet. Maar meestal klinkt haar stem melancholiek of zelfs smartelijk. 'Als ik niet gelukkig ben, presenteer ik dat niet plompverloren, maar sublimeer ik dat gevoel. Ik wil geen zelfmedelijden. En mensen mogen dat niet voor me voelen. Ik heb er een hekel aan. Het verpest de boel.'

In het lied O I Canto steekt ze de in 1987 overleden fado-zanger José Afonso een hart onder de riem. Giechelend: 'Dat zal wel moederlijk instinct zijn.' Ze bezingt de Lusitano shepherd, de grote dichter - zijn thema's figureren in de tekst. 'Zijn stem heeft me, sinds ik hem voor het eerst hoorde, nooit meer losgelaten.' Nu noemt ze hem liefkozend Zeca. Zijn lot is alle Portugezen bekend. Strijdbare idealist die in opstand kwam tegen het regime en steeds weer in de gevangenis belandde. 'Ik wil dat ook jonge mensen weten wie hij is. Wat hem overkwam. Hoe hij door het politieke systeem gemangeld werd.' Toen militairen in april 1974 de Anjerrevolutie aankondigden klonk zijn stem op de radio. 'Ik was toen vijf jaar oud. Ik herinner me hoe de ramen werden gesloten. Hoe buren huilden. En hoe de luiken vervolgens weer geopend werden. Mensen de straat op, zielsgelukkig, bloemen in de hand. Alsof er een oorlog beëindigd was.'

Dictator António Salazar had jarenlang kans gezien de fado te bezoedelen. Pontes haalt de schouders op. 'De fado was er al lang vóór Salazar.' Maar hij propageerde het als de 'ultieme uitdrukking van de Portugese volksziel', en maakte er zo een politiek instrument van. 'Het fascistische regime misbruikte de drie F's: Fado, Folklore en Football. Daardoor ontstond een breuk met wat van nature bij het volk hoort. Maar die breuk is niet onherstelbaar. Fado is van het volk en komt voort uit het volk. Geen mens kan dat de Portugezen ontnemen.' Dat besef drong, zegt ze, in de moeizame democratiseringsjaren na de dictatuur, misschien wat langzaam door. 'Maar de fado is nu weer vrij. De fado is het leven zélf.'

Ze denkt een suikerzakje leeg te zuigen maar het blijkt koffiecreamer te zijn. Gehoest. Gefronste wenkbrauwen. Ze is bereidwillig, maar achter de bereidwilligheid schuilt soms de moeheid. En de lichte ergernis om de taalbarrière. Portugese trots is vast geen Nederlandse trots.

Ze vertelt over Montijo, het dorp vlakbij Lissabon, waar ze opgroeide. Daar speelden trots en waardigheid een grote rol. Daar lag de fado verankerd in de alledaagse cultuur. Haar oom was zanger. Haar grootvader speelde accordeon. 'De straat was de woonkamer. Familie, buren, iedereen buiten. Ik was vervuld van dans en muziek. In de plaatselijke dansschool voerde ik mijn eigen choreografieën uit. In zelfgemaakte kostuums.' Ze werd puber en de onbevangenheid verdween. Het verlangen begon te knagen. Een opleiding aan het conservatorium in Lissabon was, gezien de kosten, uitgesloten. Wél volgde ze er af en toe danslessen. Ze werd kleuterleidster. En zong, in haar vrije tijd, in een band die zich bekwaamde in Portugese rockliedjes. Tót ze in een krant die advertentie las. De beroemde zangeres Dora stapte, van de ene dag op de andere, uit een succesvolle musical. Er werden audities georganiseerd. 'Tien dagen lang hield ik de advertentie op zak. Moest ik het doen of niet? En welke consequenties zou het misschien hebben? Tot ik het tenslotte aan mijn moeder vertelde en zij de doorslag gaf: pak de telefoon, ga je gang.' Ze versloeg, tot haar grote verbazing, alle andere kandidaten. Haar leven kwam in een stroomversnelling. Triomfantelijk: 'Als Dora niet spoorslags naar Brazilië was vertrokken zou ik deze carrière nooit hebben gemaakt.'

Zonder die buitenkans was er niks gebeurd. 'Het is heel moeilijk om in Portugal een carrière op te bouwen. Processen voltrekken zich uiterst langzaam. De opleidingen zijn gebrekkig. Het conservatorium in Lissabon is ouderwets. Te veel theorie. Te weinig toegesneden op de praktijk. Nauwelijks aansluiting bij platenmaatschappijen of theaters.' Handen naast haar hoofd: oogkleppen op. Ze wil er nog niet veel over zeggen, maar ze heeft concrete plannen voor het opzetten van een goede opleiding. Straks zal ze de juiste mensen om zich heen verzamelen. Te vaak krijgt ze brieven van jonge mensen die zich geen raad weten. 'Wat moet ik doen?, schrijven ze, waar moet ik heen? Ik heb nauwelijks een antwoord. Neem zanglessen, zeg ik dan, zorg dat je precies weet wat je wilt.'

Die rare tv-soundmixshows bieden nog uitkomst. 'Ik weet niet hoe dat bij jullie is, maar bij ons is het soms de enige kans op ontdekking.' Aan haar oog trok inmiddels een hele schare kleine Dulce's voorbij. 'De nieuwe generatie waardeert me kennelijk. Daar ben ik trots op.'

Ze woont tegenwoordig vlakbij Sintra. Niet meer in haar geboortedorp dat, dankzij de vorig jaar geopende Vasco da Gama-brug, in snel tempo verstedelijkt. Haar ouders wonen er nog wel. 'Ik doe mijn uiterste best om ze zo vaak mogelijk op te zoeken.'

Haar vader komt uit Alantejo, de zonovergoten streek tussen de Taag en de Algarve. Op haar cd bezingt Pontes het landschap en de noeste arbeid van de harde werkers. Ze prevelen, zachtjes hoorbaar, een gebed. Gekras van het weefgetouw klinkt op. In de traditional E to grande o Alentejo speelt Pontes slechts een bijrol. Het zijn de mannen van het land die, met rauwe stemmen, de longen uit het lijf zingen. De zangeres voerde lange gesprekken met hen. 'De mensen van Alantejo zijn open en zachtaardig. Ze zijn trots op hun taal. Ze leven voor hun land. Hebben zich aangepast aan de droogte en hebben geleerd ermee om te gaan. Het zijn sterke karakters.'

De landarbeiders zingen over Alantejo als het veronachtzaamde land. Diep onder de indruk was Dulce, tijdens de cd-opname, van hun blikken. 'Glooiend als het landschap. Maar ook, en vooral: een mengeling van vreugde, waardigheid - en pijn.'

Ze zijn getekend door hun land, door de droogte, door de zee, door het politieke verleden. Portugezen schikken zich in hun lot. Zoals Amália Rodrigues ooit zei: 'Wij zijn gelaten, droef. We accepteren onze lotsbestemming.' Pontes: 'Als je aan een Portugees vraagt of het het goed met hem gaat zal hij nooit ja of nee zeggen. Hij zal altijd antwoorden: min of meer.' Korte stilte. 'Maar als het hem te heet onder de voeten wordt zal hij vechten.' Strijd voor het land, strijd met de Elementen. 'Ik baseer mijn conclusies niet op eerste indrukken.' Kunnen mensen het nooit, in één klap, bij haar verpesten? 'Als ze me in het gezicht slaan, misschien.' Dan, serieus weer: 'Ik ben niet een agressief persoon. Ik probeer altijd water op het vuur te gooien.'

Haar gedachten dwalen af naar het feest van San Pedro. Dat zette, tijdens haar kinderjaren, het dorp op zijn kop. Overal papieren bloemen. Houten barricaden in de straat. Zand werd op de straatstenen gestort. En daar verscheen de stier. 'Hij werd door de straat geleid, en steeds met een spies gestoken. Dat was de lol. Arme stier.' Dulce stond dan voor het open raam op de eerste verdieping van het ouderlijk huis. 'En elke keer als iemand 'm stak, kieperde ik een emmer water naar beneden.'

Meer over