Taalgebruik!Lezerspost

Of je op de eindredactie aan kunt, hangt ervan af

Volkskrantlezers vinden veel. En misschien wel het meest vinden ze iets van ons taalgebruik. Terecht? Als het om voornaamwoordelijke bijwoorden gaat wel.

Rogier Goetze

Derk HilleRisLambers wijst ons op een zelfs voor doorgewinterde eindredacteuren lastige kwestie: het al dan niet los schrijven van woorden als ‘van’ en ‘af’ bij samengestelde werkwoorden. Met regelmaat leest hij foutieve constructies als ‘onze toekomst hangt er vanaf’. ‘Die fout zit er bij de Volkskrant stevig ingeramd’, meent hij. Tijd dus om die er weer uit te rammen.

In de gewraakte constructies komen twee parels uit de Nederlandse grammatica samen:

1) ‘er’ + voorzetsel. Het woord ‘het’ verandert, zodra een voorzetsel zich ertegen aanbemoeit, in ‘er’ en hecht zich aan dat voorzetsel: ‘ik denk aan het’ wordt ‘ik denk eraan’.

2) ingewikkelde werkwoordconstructies. Zo heb je scheidbare werkwoorden (optellen: ik tel op), werkwoorden met een vast voorzetsel (denken aan: ik denk aan...) en scheidbare werkwoorden met een vast voorzetsel (afwijken van: ik wijk af van...).

Combineer 1 met 2 en de ellende begint al snel. Zo gaat het mis als je niet ‘er’, maar het scheidbare deel van het werkwoord (zoals ‘af’ in ‘afhangen’) aan het voorzetsel plakt. Dat was het geval in ‘onze toekomst hangt er vanaf’. Het werkwoord is ‘afhangen van’, dus er had moeten staan: ‘...hangt ervan af’.

Voor wie dacht dat-ie er was: de échte ellende begint nu pas, want voornaamwoordelijke bijwoorden (zoals ‘ervan’) kunnen nogal variëren, en niet elke ‘af’ of ‘aan’ is een scheidbaar deel van een werkwoord. Zo schrijf je ‘ervan afhangen’, maar ‘ervan af zijn’ (‘afzijn’ bestaat niet) en ‘erop aankomen’, maar ‘erop aan kunnen’. Ook schrijf je ‘eropuit trekken’ en niet ‘erop uittrekken’ (je trekt immers niets uit).

Lezers die nu nog steeds niet zijn afgehaakt, zullen zich afvragen: is er dan helemaal geen goed nieuws? Jawel: het Groene Boekje heeft online, op woordenlijst.org, veel van dit soort constructies uitgeschreven (en heel fijn: gewoon alfabetisch onder elkaar, spatie of geen spatie). Hoef je lekker niet na te denken. Hadden we misschien eerder moeten zeggen.

Maar wie grammatica en zelfstandig nadenken tot zijn of haar hobby’s rekent, wil misschien zelf kunnen beredeneren of en waar er een spatie moet komen, want het Boekje vermeldt ook weer niet álle opties. Neem nu ‘zich ertegen aanbemoeit’, van eerder in dit artikel. Om na te gaan of dit correct is, stel je de vraag: is het werkwoord ‘zich bemoeien’ of ‘zich aanbemoeien’? Dat laatste is in geen woordenboek te vinden (lees: het bestaat niet), dus is de conclusie dat ‘aan’ in dit geval niet bij het werkwoord maar bij het voornaamwoordelijk bijwoord hoort en er dus ‘zich ertegenaan bemoeit’ had moeten staan.

Vindt u ook iets van ons taalgebruik? taal@volkskrant.nl

Lees hier alle afleveringen van alle rubrieken van de pagina Taalgebruik! uit de Volkskrant.