ODE AAN HET BOONTJE

Vrolijk maakt de muziek op de compilatie-cd Good For What Ails You. De liedjes waren bedoeld om luisteraars aan te zetten tot kopen van remedies tegen allerlei kwalen....

Van zanger/gitarist James Albert is weinig meer bekend dan dat hij op23 mei 1931 in Charlotte, North Carolina voor het Victor-label een plaatjeopnam. Voor de gelegenheid noemde hij zich 'Beans Hambone' en het liedjedat op 78-toerenplaat zou verschijnen heette Beans. Het moet een van demerkwaardigste plaatopnamen in de geschiedenis zijn geweest. Albert had hetnummer niet zelf geschreven, het betrof een compositie uit 1912 van ChrisSmiths en Elmer Bowman, maar hij maakte er een eigen tekst op, met eenkrankzinnige ode aan bonen, vol bijbelse referenties als resultaat. Nietalleen de tekst valt op, ook de primitieve begeleiding. Het spaarzamegetokkel op een snaar die aan een speelgoedgitaar lijkt te zitten, en opde achtergrond een al even krakkemikkig klinkende slaggitaar vormen metAlberts praatzingende donkere stem een combinatie die even bevreemdend alsverslavend werkt.

Daar dacht het platenkopend publiek in 1931 overigens anders over. Erwerden slechts 385 exemplaren van Beans verkocht. Een ervan is in elk gevalbewaard gebleven, en vormt een bron voor de dubbel-cd Good For What AilsYou, een compilatie met 48 liedjes afkomstig van de zogeheten MedicineShows, bijeenkomsten waarbij pillen en poeders, drankjes en zalfjes aan deman werden gebracht, geschikt tegen alle mogelijke kwalen.

De liedjes werden opgenomen tussen 1926 en 1937. Goedbeschouwd lag deglorietijd van deze rondreizende gezelschappen al aan het eind van de 19deeeuw, maar toen bestond de grammofoonplaat nog niet. Die was er eigenlijkmaar net op tijd om nog een fractie van die muzikale rijkdom vast te leggendie hoort bij de Medicine Shows.

De ode aan het boontje is slechts een enkel curiosum tussen de 48 hierverzamelde popliedjes - dat het popmuziek avant la lettre betreft staatbuiten kijf - er wordt ook gezongen over poezen met de mazelen, pratendekarbonaadjes en, minder onschuldig, The bald- headed end of a broom of nogexplicieter: Mama keep your yes ma'am clean. En dat allemaal op een toonzo vrolijk, en melodieën zo aanstekelijk dat je er onmiddellijk van in eenonverwoestbaar goed humeur raakt.

Dat was ook precies de bedoeling, want hoewel de meeste hier verzameldeliedjes al na de glorietijd van de Medicine Shows zijn opgenomen, vondenze daar wel hun oorsprong. En muziek die tijdens die shows werd gespeeldhad als voornaamste doel het publiek in een goed humeur te brengen.

Alleen dan waren ze immers bereid in de buidel te tasten voorkruidendrankjes, zalfjes en andere elixers die als geneesmiddelen aan deman gebracht werden. Wie geen kwaaltje had, kreeg er wel een aangepraat.De wondermiddelen werden na de verstrooiende muziek verkocht door dezelfdeblanke en zwarte mannen en vrouwen die even te voor nog haddengeëxcellereerd in zang en dans, onder het motto Good For What Ails You.

Je reinste kwakzalverij waar in de Verenigde Staten pas in 1906 wetmatigtegen werd opgetreden. Vanaf toen raakten de shows steeds meer uit degratie, ook omdat vaudeville-theater, en later film, steeds populairderwerden.

Maar de Medicine Shows waren gratis en voor iedereen toegankelijk. Hetgeld werd verdiend met de 'medicijnen'.

Hoe beperkt de geneeskracht van de door de Medicine Shows verstrekteelixers ook was, ze kwamen altijd gewoon weer terug op dezelfde plekken ophet platteland en bij de kleine dorpjes. Ander amusement was er nauwelijks,laat staan gratis. Voor ambitieuze muzikanten was aansluiting vinden bijzo'n gezelschap de manier om met muziek in hun levensonderhoud te voorzien.

Van latere countryfenomenen als Jimmie Rodgers en Bob Wills en HankWilliams tot bluesmannen als Sleepy John Estes en Big John Williams: zebegonnen allemaal in zo'n rondreizend circusachtig gezelschap.

Historisch belangrijk dus, de hier verzamelde muziek, ook omdat deliedjes ontstaan zijn in een periode dat populaire muziek nog niet wasondergebracht in genres als blues, jazz en country. Alles werd nog gewoondoor elkaar gespeeld, er bestond hooguit goede en slechte popmuziek. Enjuist de eis waaraan de muzikanten moesten voldoen (publiek in eenkoopgraag humeur brengen), maakt de hier verzamelde oer-Americana zoveelleuker, en gemakkelijker te behappen dan eerdere collecties.

Dankzij de in 1997 heruitgegeven legendarische Anthology Of AmericanFolk Music van Harry Smith, of de talloze heruitgaven van de veldopnamenvan Alan Lomax, en de religieuze liedkunst zoals die een paar jaar geledenvoor de box Goodbye Babylon is verzameld, is een enorme schat aanAmerikaanse oermuziek beschikbaar. Maar nergens wordt zo onbezonnen pleziergemaakt als op Good For What Ails You.

We mogen lachen om bonen, en ons verbazen over The Gypsy van EmmettMiller And His Gerorgia Crackers. Het betreft de zwanenzang uit 1936, vande man die als een van de laatste blackface minstrels naam zou maken. DeAmerikaanse journalist/biograaf Nick Tosches liet een jarenlangefascinatie voor Miller in 2001 al uitmonden in een veelgeprezengeschiedenis, Where Dead Voices Gather, over de nadagen van deMinstrelshows, waar de met verkoold kurk zwartgemaakte Miller deel vanuitmaakte. En wie luistert naar Miller en de andere zevenenveertiguitvoerende artiesten, begrijpt Tosches' obsessie, en gaat ook zijnfascinatie voor de muziek die de shows voortbracht delen.

Deze muziek is, om Nick Tosches te parafraseren, niks minder dan hetpopmuzikale equivalent van de Steen Van Rosette.

Meer over