Nu te lezen: hoe Maarten Spanjer Pelèèè poortte

Titel: Hard Gras 50. Feestnummer over Pelé...

Auteurs: David Hirshey, August Willemsen, Michel van Egmond, Arthur van den Boogaard.

Technische details: euro7,95, 108 pagina’s, Uitgeverij Nieuw Amsterdam, ISBN 9046801411

Wie zijn die Willemsen, Van Egmond en Van den Boogaard? August Willemsen is Pessoa-vertaler en de schrijver van De Goddelijke Kanarie, een heel goed boek over het Braziliaanse voetbal. Van Egmond en Van den Boogaard zijn gewone journalisten, zonder meesterwerken op hun naam. Hirshey was voetbaljournalist in New York, een zinloze bezigheid totdat Pelé in 1975 kwam voetballen bij de New York Cosmos.

Toen was het dus niet meer zinloos? Inderdaad. Heel even beheerste het sterrenteam van de Cosmos, met Beckenbauer, Carlos Alberto en Johan Cruijff het sport- en uitgaansleven van New York. Het stuk van Hirshey komt erop neer dat hij graag Pelé had willen zijn, toen en altijd, en daar valt wat voor te zeggen. Het moet bijzonder aangenaam zijn (geweest) om Pelé te zijn. Dat vindt Pelé zelf trouwens ook.

Hoe dat zo? Dat vertelt August Willemsen. Hij schrijft een portret van de man, die over zichzelf praat in de derde persoon. Dat portret baseert hij grotendeels op de Portugese tekst van de onlangs verschenen autobiografie van Pelé. Vertalingen doen volgens Willemsen onterechte pogingen hem sympathieker te maken.

Maar dat is Pelé niet. Volgens Willemsen niet, nee. Hij valt er met name over dat Pelé voortdurend onderstreept dat Pelé een streepje voor heeft bij God. Dat kan dan wel zo zijn, maar man, zwijg er toch eens over, zegt Willemsen, die echter ruimhartig toegeeft dat Pelé goed was in voetballen. Al ergert het hem hoe Pelé dat zelf blijft onderstrepen. Conclusie: ‘Mensen die als kind al tot godheid worden verheven, kunnen niet relativerend over zichzelf denken.’

En verder? Legt Willemsen voor eens en altijd uit hoe ’s mans naam uitgesproken dient te worden.

Nou? ‘Niet ‘Peele’, maar met de klemtoon op de tweede e, die wordt uitgesproken met de èèè van een blatend schaap.’

Over schapen gesproken. Ja, Pelèèè was ook in Nederland. Daarover schrijft Michel van Egmond, die helemaal niet zo’n gewone journalist blijkt te zijn, een bijzonder geestig stuk – allemaal waar gebeurd – waarin Hugo Hovenkamp tafeltennist met Pelé (uitslag 6-6), en waarin Maarten Spanjer Pelé poort.

Maarten Sp...? Tsja. En wie nu Maarten Spanjer poort, is beter dan Pelé. Het is niet anders: dit is weer eens een fraaie Hard Gras.

Hoeveel ballen? Vier ballen.

Michiel de Hoog

Meer over