Architectuur

Nu ooggetuigen uitsterven, zijn nieuwe manieren nodig om gruwelijke gebeurtenissen te herdenken

Het nieuwe museum Nationaal Monument Kamp Amersfoort. Beeld Ossip van Duivenbode
Het nieuwe museum Nationaal Monument Kamp Amersfoort.Beeld Ossip van Duivenbode

Onder meer in Amersfoort, Loenen en Amsterdam zijn indrukwekkende herinneringscentra nieuwe stijl verrezen.

11 juli 2020, een stralende zomerdag. Op het Plein in Den Haag zijn na de eerste lockdown de terrassen weer open en genieten mensen van de herwonnen vrijheid: een biertje in de zon, mensen kijken. Maar vandaag kijken er mensen terug, vanaf levensgrote zwart-witportretfoto’s die in een cirkel midden op het plein staan opgesteld. Zelfbewust blikken ze de wereld in: 25 Bosnisch-Nederlandse jongeren die door hun dubbele nationaliteit de verbondenheid van de Nederlandse en Bosnische geschiedenis tonen.

Het is het tijdelijke monument waarmee de genocide in Srebrenica werd herdacht, precies 25 jaar nadat meer dan achtduizend Bosnische moslimmannen en -jongens zijn vermoord, terwijl het Nederlandse VN-bataljon Dutchbat ter plekke als vredesmacht aanwezig was. Het collectief Bosnian Girl wil hiermee ‘het bewustzijn en denken over deze geschiedenis in de Nederlandse samenleving verankeren’. Tegelijk is het project een onderzoek naar de mogelijkheden voor een permanent nationaal monument.

Het is er een in een reeks van opmerkelijke nieuwe herdenkingsplekken, van het Paviljoen op het Nationaal Ereveld in Loenen tot het Namenmonument in Amsterdam en het herinneringscentrum dat architect Jacques Prins heeft gebouwd bij Nationaal Monument Kamp Amersfoort.

‘De rol van herinneringscentra verandert’, schrijft Prins in zijn boek Architectuur en herinnering- Naoorlogse Europese herdenkingsplekken over deze internationale trend. Als vooronderzoek voor de opdracht in Amersfoort bracht hij het fenomeen in kaart. ‘Ze zijn niet meer alleen een plek om ervaringen en herinneringen te delen, maar krijgen er steeds meer een tweede functie bij: het spiegelen van het heden aan het verleden’, schrijft hij. Nu de generatie die de Tweede Wereldoorlog heeft meegemaakt, bijna niet meer bestaat, rijst de vraag hoe we hun verhalen kunnen overdragen.

Tegelijk ‘lijkt het of we als volk nu pas toe zijn aan de echte verwerking van de oorlog’, zegt Willemien Meershoek, directeur van Nationaal Monument Kamp Amersfoort. Voor veel oorlogsslachtoffers was het lange tijd te pijnlijk over hun trauma’s te spreken. ‘Nu komen mensen alsnog hun verhaal doen, of pakken kleinkinderen het onderwerp op.’ Daarbij zie je meer aandacht voor het grijze gebied tussen slachtoffer en dader, ‘goed’ en ‘fout’. Denk aan de toespraak van koning Willem-Alexander tijdens de Nationale Dodenherdenking, 4 mei 2020, waarin hij kritisch was over de rol van zijn overgrootmoeder, koningin Wilhelmina. Had zij vanuit Londen meer kunnen of moeten doen voor medeburgers in nood? ‘Het is iets wat me niet loslaat.’

Berichten over Oeigoerse dwangarbeiders in Chinese werkkampen en de winst van extreemrechts bij de landelijke verkiezingen tonen de urgentie van de opgave; wie het verleden vergeet, is gedoemd het te herhalen. Maar hoe ontwerp je een ‘spiegel’ die confronteert met minder mooie momenten uit de geschiedenis, opdat we ervan leren?

Een profiel van het nieuwe herdenken aan de hand van vier projecten.

Museum Nationaal Monument Kamp Amersfoort

Door Inbo, architect Jacques Prins

Het nieuwe museum Nationaal Monument Kamp Amersfoort. Beeld Mike Bink / Tinker imagineers
Het nieuwe museum Nationaal Monument Kamp Amersfoort.Beeld Mike Bink / Tinker imagineers

In het Museum Nationaal Kamp Amersfoort treed je in de voetsporen van de 45 duizend gevangenen die hier tussen 1941 en 1945 geïnterneerd zaten en van wie er meer dan zeshonderd omkwamen. Met de nieuwbouw wil directeur Willemien Meershoek ‘het monument bestendig maken voor komende generaties’. Het bestaande ontvangstpaviljoen was te krap voor de dertigduizend bezoekers die jaarlijks komen om zich een beeld te vormen van de geschiedenis van deze ‘plek van terreur’. De barakken zijn na de oorlog afgebroken; enkel een wachttoren en een muur uit het kantoor van de kampcommandant zijn bewaard gebleven. ‘Om het verhaal te vertellen, had je een gids nodig’, zegt Meershoek. ‘Maar omdat er steeds minder getuigen zijn, moeten we meer doen om de verhalen vast te houden.’

Nu heeft de architectuur de rol van verteller. Via de hoofdpoort kom je binnen op de appèlplaats, waar met betonnen voetafdrukken verbeeld is hoe gevangenen stonden opgesteld, tegenover de in brons gegoten laarzen van de kampcommandant. Rond de restanten van diens kantoor hebben de architecten een glazen ‘vitrine’ geplaatst. Vanuit deze ruimte daal je af naar het ondergrondse museum, een donkere betonnen ruimte waar aan de hand van interviews, film en foto’s verslag wordt gedaan van het zware bestaan in het kamp. Persoonlijke objecten als een afscheidsbrief die een schreef voor zijn executie, brengen het verleden dichtbij. Tegenover geweren in een vitrine staan de halfvergane schoenen van zes communisten; zo stonden ze hier 75 jaar geleden, klaar voor executie. De route eindigt met een trap omhoog, naar buiten, waar je recht in de schietbaan kijkt.

Paviljoen Erebegraafplaats Loenen

Door Kaan Architecten

Paviljoen Erebegraafplaats Loenen. Beeld Simone Bossi / Kaan architecten
Paviljoen Erebegraafplaats Loenen.Beeld Simone Bossi / Kaan architecten

‘Als herdenken niet meer is dan de herinnering levend houden, zal die uitdoven met de laatsten die zich nog herinneren’, zei Piet Hein Donner, president van de Oorlogsgravenstichting in zijn toespraak bij de 75-jarige herdenking van de slag om de Javazee, op het Nederlandse ereveld in Indonesie. Hij ziet de erebegraafplaatsen die de stichting beheert als ‘denkmalen’ maar vooral ook als ‘maanmalen’, ‘die ons stil doen staan bij het leed van oorlog, de prijs van vrijheid en de kosten van herstel daarvan als ze verloren gaan door zorgeloosheid en verwaarlozing’. Vanuit die gedachte bouwde de stichting een multifunctioneel paviljoen op de erebegraafplaats in Loenen.

Aanleiding was de vraag naar een plek waar oorlogsveteranen begraven kunnen worden, met daarbij een gebouw. Families, collega’s en vrienden komen er bij elkaar voor begrafenisceremonies. De verhalen achter de (bestaande) oorlogsgraven vormen de basis voor een vaste expositie met onderwijsprogramma.

Kaan Architecten ontwierp een eenvoudige open structuur van groengrijs natuursteen en beton, die de serene sfeer van de natuur binnenbrengt door verdiepingshoge vensters. Tegelijk sluit het gangloze gebouw, met schuifwanden tussen de aula, tentoonstellingsruimte en refter, aan bij de multifunctionele opzet. De zes spiegels in de expositieruimte maken het zelfs letterlijk een plek voor reflectie. Via de koptelefoons die ernaast hangen worden verhalen verteld over oorlogsslachtoffers – uit de Tweede Wereldoorlog, maar ook de Nederlandse missie in Afghanistan – terwijl hun foto’s in de spiegel verschijnen. Duidelijk wordt dat oorlog niet iets van vroeger en ver weg is.

Paviljoen Erebegraafplaats Loenen. Beeld Mike Bink / Tinker imagineers
Paviljoen Erebegraafplaats Loenen.Beeld Mike Bink / Tinker imagineers

Holocaust Namenmonument Amsterdam

Door Daniel Libeskind

Artist's impression van het Holocaust Namenmonument Nederland in Amsterdam. Beeld
Artist's impression van het Holocaust Namenmonument Nederland in Amsterdam.

Tot op de dag van vandaag is er controverse rond de bouw van herdenkingsplekken. Die is te begrijpen als je de Oostenrijkse architect Adolf Loos (1870–1933) leest, die stelde dat grafstenen en monumenten geen architectuur maar kunst zijn. Het verschil: architectuur moet comfort bieden, kunst ‘wil de mensen uit hun behaaglijke positie trekken’. Dat blijkt lastig; we tonen liever wat we goed deden, in plaats van onze fouten onder ogen te zien.

Direct na de Tweede Wereldoorlog probeerde men in Europa vooral te vergeten, en dat is wat de sobere herinneringscentra uit die periode uitstralen; ‘alsof ze niet te zeer aanwezig mogen zijn’, schrijft architect Jacques Prins. Die herdenkingsplekken waren vooral voor gevallen soldaten. Met de val van de muur in 1989 ontstond in Duitsland een nieuw schuldbesef en kreeg men weer aandacht voor de slachtoffers van het nationaal-socialisme. In Berlijn werd begonnen met de bouw van het Joods Museum, ontworpen door architect Daniel Libeskind, met daarnaast het door Peter Eisenman ontworpen Holocaustmonument. Projecten die de herdenkingsplaats opnieuw hebben gedefinieerd, door hun prominente plek in de binnenstad waar je niet omheen kunt, en door de confronterende vorm: een museum als een stalen bliksemschicht met gapende leegtes, die emoties oproepen.

Toen direct na de oorlog kunstenaar Jaap Kaas op verzoek van de Joodse gemeenschap een kunstwerk ontwierp waarin de weggevoerde Joden werden herdacht, werd dat afgewezen omdat het omstreden was. Koningin Wilhelmina vond dat de Joodse gemeenschap dankjewel moest zeggen, en dus kwam er in plaats daarvan een Monument van de Joodse Erkentelijkheid, uit ‘dankbaarheid’ voor de Nederlandse ‘bescherming’. Nu wordt na jaren van discussie het oorspronkelijke idee alsnog gerealiseerd met het Holocaust Namenmonument, waarvoor architect Libeskind werd aangetrokken. Buurtbewoners maakten bezwaar tegen de plek, de kap van een aantal bomen en de omvang van het bouwwerk. Het is opgebouwd uit 102 duizend bakstenen, met daarop de namen van de gedeporteerde en vermoorde Joden, Sinti en Roma. De stenen vormen een labyrintische structuur, en van bovenaf vier Hebreeuwse letters: ‘in herinnering aan’.

Artist's impression van het Holocaust Namenmonument Nederland in Amsterdam. Beeld
Artist's impression van het Holocaust Namenmonument Nederland in Amsterdam.

Tijdelijk Monument Srebrenica

Door collectief Bosnian Girl

Tijdelijk Monument Srebrenica Beeld
Tijdelijk Monument Srebrenica

‘Leren van het verleden doe je door de volgende generatie erbij te betrekken’, zegt de Bosnisch-Nederlandse architect Arna Mačkić van collectief Bosnian Girl over het ontwerp voor het Tijdelijk Monument. ‘Bij het herdenken van Srebrenica lieten de media tot nu toe altijd vrouwen zien in hun grootste lijden. Maar de genocide heeft ook het leven beïnvloed van bijvoorbeeld Bosnisch-Nederlandse jongeren. Zij kunnen de brug naar een nieuwe generatie slaan, een opening bieden naar gesprekken over de families die als slachtoffers zijn achtergebleven, maar ook over de Dutchbatter die met zijn herinneringen aan de oorlog worstelt. Maar ze werden niet getoond.’ Tot nu.

De installatie, die momenteel rondreist, bestaat uit 25 enorme portretten van 25-jarige Bosnisch-Nederlandse jongeren. Onder de foto’s lees je waarom zij het belangrijk vinden om deze gebeurtenis te herdenken. Een van hen is geschiedenisleraar in Rotterdam-Zuid, en heeft het tot zijn taak gemaakt om in zijn klassen erover te vertellen. Een ander werkt bij Defensie en neemt de lessen van Srebrenica daarbij mee. Bij de opening zag Mačkić hoe een geportretteerde in gesprek raakte met een Dutchbatter. ‘Daarmee was de cirkel rond, dat is wat je wil bereiken.’

De gemeente Den Haag heeft inmiddels besloten dat er een permanent monument komt; als de locatie en de financiering rond zijn, zal een ontwerpprijsvraag worden uitgeschreven. Welke lessen reikt dit project daarvoor aan? Mačkić is ‘meer gaan geloven in tijdelijkheid’. ‘Wat als het monument steeds iets nieuws in gang zet, een volgende generatie een gezicht geeft?’ Niet voor niets hebben de 25 geportretteerde jongeren het collectief inmiddels overgenomen; zij gaan vorm geven aan de volgende herdenking.

Op het Plein in Den Haag staan diverse foto's van Robin de Puy, die samen het Tijdelijk Monument Srebrenica vormen. Beeld Hollandse Hoogte / Remco Koers
Op het Plein in Den Haag staan diverse foto's van Robin de Puy, die samen het Tijdelijk Monument Srebrenica vormen.Beeld Hollandse Hoogte / Remco Koers

Bouwgolf

Het voormalige Kamp Amersfoort, waar op 19 april 2021 het nieuwe herinneringscentrum opende, is pas tot monument verklaard in 2000. In dat jaar werd de Stockholm Declaration ondertekend, waarin 35 deelnemende landen, waaronder Nederland, zich hebben uitgesproken voor een International Holocaust Remembrance Day op 27 januari, de datum van de bevrijding van vernietigingskamp Auschwitz. Dit verdrag, waarmee ook fondsen beschikbaar kwamen voor de bouw van herinneringscentra, was het startpunt voor de huidige bouwgolf.

Dit is een ingekorte en bewerkte versie van het essay dat Kirsten Hannema schreef voor het Jaarboek Architectuur in Nederland, dat 26 mei verschijnt.

Meer over