Nooit in de hel geweest

Erich Maria Remarque, schrijver van de grote oorlogsroman 'Van het westelijk front geen nieuws', is in Duitsland nog altijd omstreden....

IN DE LOBBY van het pas geopende hotel Remarque in Osnabrück staat een netjes opgepoetste Lancia Dilambda uit de jaren twintig. Erich Maria Remarque, in 1929 op slag beroemd geworden door zijn oorlogsroman Im Westen nichts Neues, kreeg hem als voorschot voor zijn tweede boek. Hij noemde hem liefkozend 'de grijze poema'. In deze bolide verlieten Remarque en zijn hondje Duitsland, vlak voor Hitler de macht overnam en Remarques anti-oorlogsboeken werden verbrand. In ballingschap bracht hij er zijn minnares Marlene Dietrich mee naar Cap d'Antibes voor een vakantie aan zee.

Tussen hem en Duitsland, dat hem in 1938 het staatsburgerschap ontnam, zou het nooit meer helemaal goed komen. Maar in Osnabrück, Remarques geboortestad en het decor van enkele van zijn romans, spreekt men voorzichtig van een 'Remarque-renaissance'. In het keurig aangeharkte stadje wordt dezer dagen het Erich Maria Remarque-jaar gevierd: de schrijver is honderd jaar geleden geboren en wordt op passende wijze geëerd, al is het maar ter promotie van de naam Osnabrück.

Op het marktplein is de permanente tentoonstelling over zijn leven en werken zojuist geheel vernieuwd. Bij de opening spreekt Oberbürgemeister Fip in het oude raadhuis trots over de 'vredesstad Osnabrück', waar dit jaar ook de, deels hier gesloten, vrede van Münster wordt herdacht. De gemeente reikt tegenwoordig een Erich Maria Remarque-friedenspreis uit. Het manuscript van Im Westen nichts Neues ligt veilig in de kluis van de Sparkasse. Het Remarque-centrum heeft het in 1996 met steun van de lokale bank voor 650 duizend mark op een veiling van Sotheby's aangeschaft.

'Alles is nu koek en ei, maar vijftien jaar geleden was zo'n viering volkomen onmogelijk', zegt Tilman Westphalen, hoogleraar Engelse literatuur aan de plaatselijke universiteit. Het lijkt het lot van iedere Remarque-Forscher voortdurend bezig te zijn met de rechtvaardiging van deze populaire schrijver en zijn werk. Remarque is misschien geen Nestbeschmutzer meer, maar nu staat hij in Duitsland te boek als Trivialschriftsteller.

Na zijn dood in 1970 weigerden Duitse literatuurinstituten zich over Remarques literaire nalatenschap te ontfermen. Zijn laatste echtgenote, de Amerikaanse filmactrice Paulette Godard, schonk daarop alle documenten en manuscripten aan de New York University - inclusief de rechten van zijn romans.

In Osnabrück werd in 1983 de boekverbranding van vijftig jaar daarvoor herdacht, zonder dat Remarque zelfs maar genoemd werd. 'Das kann doch nicht sein', dacht Westphalen, een energieke vijftiger met baard, en zette zonder medewerking van zijn collega's germanistiek een Remarque-centrum op poten. Vijftien jaar later kan hij de vruchten van zijn inspanningen plukken. Op de tentoonstelling toont Westphalen het dodenmasker van de schrijver aan leerlingen van de Erich Maria Remarqueschule uit het oosten van Berlijn. De school dankt zijn naam aan de hoop dat de pacifistische geest van de schrijver het opkomende rechtsradicalisme onder de jeugd kan beteugelen, vertelt het schoolhoofd.

De controverse die Remarque is blijven aankleven, valt terug te voeren op de grote beroering die de publicatie van zijn boek in 1929 veroorzaakte. De realistische herinneringen uit de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog, van een volkomen onbekende auteur, verdeelden de Weimar-republiek. Sommige oorlogsveteranen waren Remarque dankbaar. Maar de nazi's betitelden het boek als een 'tweede dolkstoot', na de capitulatie, in de rug van de Duitse soldaat. Een 'vergoelijking van deserteurs en overlopers en lijkschennis van de gevallenen'. De communisten deden Remarques stellingname tegen de oorlog af als 'naïef pacifisme': hij had de klassenverhoudingen als oorzaak van de oorlog verdoezeld. In de Sovjet-Unie, waar dit kwalijke verschijnsel de naam 'Remarquisme' kreeg, zou het boek nog lang verboden blijven.

Terwijl Remarques uitgever oplage na oplage drukte, verschenen de eerste tegenboeken en satires met titels als Im Westen wohl was Neues, Im Osten nichts Neues en Hat Erich Maria Remarque wirklich gelebt? De laatste titel was een verwijzing naar de controverse over Remarques ware identiteit. Mensen die de naam Remarque dragen, krijgen nog steeds voor de voeten geworpen dat ze eigenlijk Kramer heten. Hun naam zou zijn omgedraaid, en interessant gemaakt met een Frans uiteinde.

Dit idee is afkomstig van nationaal-socialistische critici. Ze beschuldigden Remarque, auteur van een 'ongehoorde beschimping van het Duitse volk', ervan een joodse provocateur, een Franse spion of een creatie van gehaaide uitgevers te zijn. In Die Kommenden, blad voor de volksbewuste jeugd, werd 'onthuld' dat Erich Maria Remarque in het burgerlijk leven Kramer heette.

De suggestie was dat een dergelijk onbetrouwbaar sujet ook zijn frontervaringen uit zijn duim had gezogen: 'Das Kampferleben ist am Sergeant Kramer vorübergegangen.' In werkelijkheid had Remarque als jongeling wel degelijk aan het westelijke front gediend, in de buurt van Dixmuide, waar hij na zes weken zwaar gewond in het lazaret terechtkwam.

T OCH WAREN de speculaties over zijn identiteit niet uitsluitend aan nazi-propaganda te wijten. Remarque, die weigerde deel te nemen aan de debatten over zijn boek, had er ook zelf aanleiding toe gegeven. Zijn uitgeverij presenteerde hem als de 'onbekende soldaat', die uit wanhoop in enkele weken zijn frontherinneringen van tien jaar ervoor van zich af had geschreven. Remarque heeft die versie altijd volgehouden. In werkelijkheid had hij echter over een lange periode aan verschillende versies van zijn manuscript gewerkt. Al eerder had hij ook een romantisch boek over een kunstenaarscirkel in Osnabrück gepubliceerd, dat hij later als jeugdzonde afdeed. De reclameschrijver en sportredacteur met dichtersambities had zich in de jaren twintig een adelstitel en monocle aangemeten en zijn echte naam, Erich Paul Remark, veranderd.

Het 'Maria' was een verwijzing naar Rainer Maria Rilke, met 'Remarque' greep hij terug op voorvaderen die wel het achtervoegsel 'que' in hun naam droegen. Dat was verdwenen, vermoedelijk doordat sommige vroege Remarques het schrijven niet machtig waren en hun naam mondeling aan de ambtenaar van de burgerlijke stand moesten mededelen. (Zijn identiteit stond zo ter discussie, dat hij blij was de echtheid van zijn naam bevestigd te zien in brieven van een verre verwant in Amsterdam - mijn grootvader.)

De mythe heeft echter stand gehouden. De tentoonstelling in Osnabrück krijgt nog steeds opmerkingen van mensen die melden dat 'de schrijver eigenlijk Kramer heet'. De beheerders wijzen dan op de tentoongestelde geboorteakte en stamboom van Remark, maar dat helpt niet veel. 'Dat is een vervalsing', meende onlangs een oude dame.

Bij de Berlijnse première van de Hollywoodverfilming All quiet on the western front in 1930 wierpen nazi-demonstranten onder leiding van Joseph Goebbels stinkbommen in de zaal en lieten witte muizen los, die, zo meldde de Lokalanzeiger, 'ganz munter im Parkett herumsprangen'. De film werd na debatten in de Pruisische landdag verboden. 'We hebben het klaargespeeld', schreef 'dr. G.' aan een 'Frontschwester'. De nazi's vierden het verbod als een eerste overwinning van het 'leger van wilsbewuste en radicale jonge Duitsers' op de democratische regering. Drie jaar later hadden ze de macht veroverd en verbrandden ze Remarques boeken op de Opernplatz in Berlijn, onder het motto: 'Tegen het literair verraad aan de soldaten van de wereldoorlog, voor de opvoeding van het volk in de geest van weerbaarheid.'

R EMARQUE VLUCHTTE naar zijn villa aan het Lago Maggiore in Zwitserland en later, op de laatste passagiersboot voor het uitbreken van de oorlog, naar de Verenigde Staten. In 1943 onthoofdden de nazi's zijn achtergebleven zus Elfriede. Ze had na een geallieerd bombardement op Osnabrück tegen een buurvrouw gezegd dat de oorlog, wat haar betreft, afgelopen mocht zijn. Rechter Freisler zei tijdens het proces: 'Uw broer is ons ontkomen, u zult ons niet ontlopen.'

Zijn ballingschap werd het tweede grote thema in Remarques boeken. Zijn publiek had de 'wereldburger tegen wil en dank' niet verloren. Hij wordt tot op heden over de hele wereld gelezen. Het 'Remarque-gesellschaft' bezit een actieve sectie in Rusland en zelfs twee leden in China.

Het Remarque-jaar wordt gevierd met filmprogramma's, voordrachten en tentoonstellingen. Ook kwamen voor het eerst Remarqueologen uit vele landen bijeen op twee wetenschappelijke congressen. Remarque, zijn beroemdste boek (onder wetenschappers aangeduid als 'IWnN'), en de maatschappelijke reacties werden in Osnabrück nauwkeurig ontleed. De toonaangevende Remarque-onderzoeker dr Thomas Schneider waarschuwde niettemin dat 'de intensieve Remarque-Forschung een jong, nauwelijks vijftien jaar oud plantje is, dat verzorgd moet worden'.

Van Im Westen nichts Neues zijn vijftien miljoen exemplaren verkocht, in minstens vijftig talen. Het boek heeft lezers over de hele wereld een onuitwisbare indruk gegeven van het frontleven in de Eerste Wereldoorlog, de afslachting van miljoenen jonge mannen waarmee deze eeuw is begonnen. Bij herlezing blijken de simpele waarnemingen en ingehouden emoties van de jonge frontsoldaat Paul Bäumer nog even aangrijpend. Hij ziet zijn kameraden op gruwelijke wijze omkomen, maar kan slechts zwijgen als hij, tijdens zijn verlof, zijn doodzieke moeder bezoekt.

Thomas Schneider vertelt dat er alleen in Duitsland nog twintig- tot veertigduizend exemplaren per jaar worden verkocht. 'Welke andere auteur uit die tijd kan daar op bogen?' Volgens Schneider dankt het boek zijn betekenis aan het feit dat alle naties en generaties zich er in kunnen vinden. 'Remarque heeft zonder tijds-en plaatsaanduiding de standaardelementen van oorlog beschreven: het verlies van menselijke waarden, de kameraadschap aan het front en de terugkeer naar het vaderland, waar de soldaat niet wordt begrepen.'

Waarom is Remarque dan toch nooit opgenomen in de canon van de Duitse literatuur? Schneider wijst er op dat buitenlandse germanisten de schrijver wel serieus nemen. In Oost-Europa behoort hij tot de verplichte literatuur. Ligt het wellicht aan de smalle scheidslijn tussen ontroering en sentiment in zijn werk? 'We waren achttien jaar oud en begonnen net van de wereld en van ons leven te houden; toen moesten we op dat zelfde leven schieten. De eerste granaat die doel trof, raakte ons in ons eigen hart', overpeinst soldaat Bäumer aan het westelijke front.

Westphalen geeft toe dat Remarque een ouderwetse stijl heeft. 'Hij schreef zijn laatste boek precies zo als hij in de jaren dertig schreef.' Zijn boeken bevatten onmiskenbare elementen uit de triviaalliteratuur: ze gaan over oorlog en ballingschap, maar een liefdesgeschiedenis ontbreekt vrijwel nooit. In interviews klaagde de schrijver dat grote populariteit in Duitsland, anders dan in Amerika, automatisch betekent dat een werk slecht is. De literatuurcriticus Heinz Ludwig Arnold, die een toespraak hield bij de opening van de Remarque-expositie, beaamt dit: 'In Duitsland wordt nu eenmaal een groot onderscheid gemaakt tussen E en U, Ernsthaft en Unterhaltung.'

V AN DE TIEN boeken die Remarque na zijn debuut schreef, werd alleen Arc de triomphe (1945) een groot succes. Remarque en Marlene Dietrich stonden volgens sommigen model voor de hoofdpersonen in deze roman over ontwortelde vluchtelingen. Na verschijning steeg de verkoop van calvados in de Verenigde Staten enorm; slijters legden het boek naast de flessen, bij wijze van reclame. De helden drinken in Parijse cafeetjes en op troosteloze hotelkamers grote hoeveelheden van de appelbrandewijn, door Remarque gekozen wegens de elegante klank van de naam.

Remarque was door het succes van IWnN rijk geworden en gaf in de Verenigde Staten financiële steun aan andere ballingen. Maar hij werd wegens zijn a-politieke houding gewantrouwd door lotgenoten als Brecht en Thomas Mann. Voor het grote publiek was hij in de eerste plaats een society-figuur, die in het gezelschap van beeldschone actrices en danseressen werd gezien. Bij zijn zeventigste verjaardag publiceerde de Telegraaf een gesprek van een Duitse journaliste 'met een heer, die haar hart sneller doet slaan'.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog maakte Remarque zich druk over de heropvoeding van het Duitse volk. Na de oorlog schreef hij boeken over concentratiekampen (Der Funke Leben) en Duitse oorlogsmisdaden aan het oostfront (Zeit zu leben und Zeit zu sterben). Opnieuw kreeg hij het aan de stok met de Duitsers. Van zijn uitgever moest hij de navrantste passages schrappen. Critici verweten hem dat hij niet kon schrijven over de verschrikkingen van de oorlog; hij had tijdens die oorlog immers een rijk emigrantenleven geleid. 'Dante is ook niet in de hel geweest', riposteerde Remarque.

Thomas Schneider denkt dat Remarque ook vandaag nog een beetje wordt gezien als 'nestbevuiler'. Het Duitse oorlogsverleden is immers nog steeds een omstreden zaak. Hij vindt dat Remarque moet worden beoordeeld naar zijn pretentie. 'Hij had nooit de bedoeling een Zauberberg te schrijven. Met zijn anti-oorlogsboodschap wilde hij een breed publiek bereiken. Dat vereist een bepaalde stijl. Miljoenen mensen die zelden een boek in handen houden, hebben zijn oorlogsverhalen gelezen.'

De humanistische boodschap van de 'militante pacifist' Remarque, die de Duitsers consequent als dader en slachtoffer heeft beschreven, is overgekomen.

Expositie en archief in het Erich Maria Remarque-Zentrum, Markt 6, Osnabrück.

Im Westen nichts Neues. Uitgeverij Kiepenheuer & Witsch, * 11,50 (pocket). ISBN 3 462 02731 X

Van het westelijk front geen nieuws. Uit het Duits vertaald door Ronald Jonkers. Uitgeverij Bijleveld, * 29,90.

ISBN 90 61318 90 4

Meer over