Nog meer aandacht voor de vrouw achter de voetballer

Tijdens het wereldkampioenschap van 1974 beleefde Nederland zijn eerste echte eigen voetbalvrouwenrel: voorafgaand aan de finale tegen West-Duitsland werden spelers van het Nederlands elftal in het hotelzwembad gesignaleerd met aan hun zijde enkele dames met wie zij niet getrouwd waren....

Pas twintig jaar later leken de geesten rijp voor een toneelstuk over die cruciale gebeurtenis. En nog eens tien jaar later maakten Nada van Nie (de echtgenote van voormalig profspeler Bryan Roy) en Magali Gorré (de vrouw van oud-voetballer Dean Gorré) een tv-serie over vriendinnen die in hetzelfde schuitje zaten als zij: Voetbalvrouwen. Daarmee werd, voor zover dat nog nodig was, de expliciete boodschap afgeleverd dat het hier gaat om een speciale mensensoort die zich bezighoudt met speciale vraagstukken, zoals daar zijn: het winkelen in buitenlandse steden, het huishouden draaiende houden in buitenlandse steden, en het opvoeden van kinderen in buitenlandse steden.

Een programma als Voetbal op vrijdag, op RTL 7, met onder anderen René van der Gijp, gaat er tegenwoordig prat op aandacht te besteden aan de mens achter de voetballer, dus ook aan de vrouw achter de voetballer en aan de roddels achter de voetballer. In dat klimaat moet een comedy over voetbalvrouwen buitengewoon goed gedijen, en jawel – wie geregeld naar de zender Tien kijkt, zal niet zijn ontgaan dat daar aanstaande zondag zo’n serie begint.

Die kan natuurlijk alleen maar Voetbalvrouwen heten. De serie doet onvermijdelijk denken aan de Engelse reeks Noppen en naaldhakken, niet zo lang geleden uitgezonden door RTL, en toch ook een beetje aan Tiens eigen Gooische Vrouwen. De serie Voetbalvrouwen draait om drie spelersvrouwen en om de vrouw van de trainer; de spelers en de voetbalclub, die Heros heet, vormen in wezen het decor waarin hun beslommeringen zich afspelen. Uit het gebruikte voetbaljargon is af te leiden dat de serie ook geschikt is voor mensen die niet weten hoe de buitenspelval werkt; dat de zaken nogal dik worden aangezet, mag blijken uit de woorden van de trainer die zijn spelers krijsend oproept een ‘partijtje’ te spelen met de aansporing: ‘Kom aan, homo’s!’

Dan zal Louis van Gaal (of een van zijn vakgenoten) binnenkort wel weer met een uitgestreken gezicht vertellen dat zulke toestanden de branche in diskrediet brengen en dat het er in het echte profvoetbal heel anders aan toegaat.

Henrico Prins

Meer over