Drama

Noah

In Noah heerst de mens als een barbaar over de wereld

Kevin Toma

Een boekverfilming. Zo zag Darren ­Aronofsky zijn bewerking van het Bijbelverhaal over Noach en de zondvloed. Een film dus, waarmee hij trouw aan dat verhaal probeerde te blijven, maar ook zijn eigen visie wilde geven.
Dat heeft Aronofsky (Black Swan, ­Requiem for a Dream) geweten. Vanuit christelijk-conservatieve hoek kreeg Noah het in Amerika zwaar te verduren. Aronofsky en co-scenarist Ari Handel zouden het Bijbelverhaal hebben gekaapt, met Noach als radicale milieu-activist en een darwinistisch sausje over het scheppingsverhaal.

In Noah heerst de mens inderdaad als een barbaar over de wereld. De natuurlijke energie- en voedselbronnen zijn uitgeput, de schepping is verworden tot een woestenij. Als God hem middels visioenen duidelijk maakt dat het eindpunt is bereikt, begrijpt Noach (Russell Crowe, met steeds wildere baard) dit maar al te goed.

Gehoorzaamt bouwt hij zijn ark, waar van elke diersoort enkele exemplaren zullen schuilen voor de zondvloed, maar buiten Noach en zijn gezin geen mensen thuishoren. Vrijwel iedereen zal verdrinken en ­Noachs familie mag zich niet voortplanten. De mens moet uitsterven, opdat de aarde ongemoeid haar balans hervindt.

Metaforisch maar helder commentaar op de huidige klimaatcrisis, waarbij Aronofsky en Handel het Woord naar hun hand zetten en aanvullen met zelfverzonnen subplots: een snode verstekeling (Ray Winstone) die zichzelf aan boord smokkelt, de zwangerschap van Noachs adoptiedochter Ila (Emma Watson), enzovoort. En ook het darwinistische sausje is aanwezig: in een schitterend uitgevoerde animatie, stiekem nog indrukwekkender dan de zondvloed zelf, wordt beeldje voor beeldje de transformatie van amoeben tot zoogdieren getoond ¿ alsof iemand (God?) op elk beslissend moment van de evolutie een foto maakte, en die foto¿s nu als filmpje afspeelt. Tegelijkertijd vertelt Noach er in de voice-over het bijbelse scheppingsverhaal bij. Als één scène uit Noah tot discussie uitnodigt en het genie van Aronofsky onderstreept, dan is het deze.

Als visueel kunstenaar bewijst Aronofsky met zijn eerste studio blockbuster regelmatig zijn meesterschap. Schitterend uitgevoerd, die wervelwind van vogels boven de ark; gaaf zijn ook de uit klei opgetrokken reuzen die Noach helpen en de close-up van een in het schip slapende vlinder, even te zien tijdens het tumult van de zondvloed. Beelden die het voor de Europese markt toegevoegde 3D helemaal niet nodig hebben.

Als acteursregisseur is Aronofsky minder succesvol. Crowe is erg sterk in de hoofdrol en maakt van Noach een even gepijnigde als vechtgrage profeet, maar vooral Jennifer Connelly (Noachs vrouw) speelt opvallend houterig. De film ademt niet echt: wanneer ­Noach zich in een smeekbede tot de Schepper richt en deze angstaanjagend stil blijft (Hij zegt de hele film sowieso niets), duren de symbolische shots van een onbewolkte, 'zwijgende¿ hemel te kort om dat zwijgen voelbaar te maken. Door zulke afgeraffelde momenten komt Noachs aan waanzin grenzende vastberadenheid, zo typisch voor Aronofsky¿s helden, niet genoeg uit de verf.

En dat is spijtig, voor een film die zo duidelijk uit liefde voor het oorspronkelijke verhaal is geboren. Noah intrigeert volop, is vaak ronduit betoverend, maar wordt net niet het meeslepende bijbelepos dat Aronofsky voor ogen stond.

Meer over