Wakkerlandsjan Kuitenbrouwer

Nine eleven heeft taalkundig veel meer opgeleverd dan alleen ‘9/11’

null Beeld

Meepraten voor beginners: Jan Kuitenbrouwer schrijft het woordenboek van de verbale burgeroorlog die we het ‘openbaar debat’ noemen. De aanslagen van 11 september 2001 hebben het gebruik van menig bestaand woord aangezwengeld.

De Amerikaanse taalkundige Geoff Nunberg schreef ooit dat ‘9/11’, nine eleven, het enige is dat we qua woordenschat hebben overgehouden aan de aanslagen van 11 september 2001, maar daar is Wakkerlands het niet helemaal mee eens. Zou het woord —> islamofobie zonder 9/11 tot ons taalgebruik zijn doorgedrongen? Het bestond al eerder, maar na 11 september 2001 explodeert het gebruik. We leerden weleens wat over de islam, er wonen tenslotte 850 duizend moslims in dit land, maar door 9/11 werd het een stoomcursus. De soennieten en de sjiieten, het wahabisme en het —> salafisme, de madrassa’s, de fatwa’s, het —> kalifaat, de —> sharia. De druzen in het Sjoefgebergte.

Dat jargon leerden we ook: bomvesten, bermbommen, pijpbommen, snelkookpanbommen, bommen van kunstmest, vuile bommen. De bunkerbusters, de daisy-cutters en de moab (moeder aller bommen), waarmee ze op Osama bin Laden joegen, de ‘gevaarlijkste man ter wereld’, die zich schuilhield in de Witte Bergen van Tora Bora.

Toen de jacht op Bin Laden niet vlotte, wees Bush een nieuwe zondebok aan: Saddam Hussein, de dictator van Irak, die het Midden-Oosten wilde overnemen met —> massavernietigingswapens, ook een woord dat we aan 9/11 danken. Tot dan toe ging het bij internationale bewapeningskwesties meestal over ‘kernwapens’, maar Amerika had behoefte aan een elastischere categorie. Dat elastiek hebben ze gebruikt ook: de pan vol spijkers, lagerkogels en buskruit die in 2013 ontplofte tijdens de marathon van Boston was ook een ‘massavernietigingswapen’, vond de FBI.

De termen ‘terreur’ en ‘terrorisme’ zijn eveneens rekbaar. In Turkije, Algerije, Iran, Rusland en China is ‘terrorisme’ een ander woord voor ‘oppositie’. Vladimir Poetin noemt Alexej Navalny een ‘terrorist’. De Palestijnse en Israëlische definities van ’terreur’ sluiten elkaar uit. De politicus noemt ‘terreur’ wat de tuinman onkruid noemt.

‘Het is moeilijk om een definitie van terreur te formuleren die uitsluitend van toepassing is op de terreur die zij tegen ons en onze cliëntstaten plegen, maar de (vaak veel ergere) terreur uitsluit die wij tegen hen plegen’, schreef Wakkerlands’ beroemde collega Noam Chomsky. ‘Het gangbare discours over terrorisme en agressie is geworteld in de stelselmatige overtreding van het elementaire morele beginsel dat je voor jezelf dezelfde, zo niet strengere normen stelt als voor de ander.’

Aanslagen zoals onlangs in Plymouth, door onvrijwillig celibataire mannen, de zogeheten —> incels, worden nu nog behandeld als geweldsmisdrijven, maar er wordt gepleit om ze voortaan te berechten als terroristische acties. Als seksuele frustratie een politiek probleem is, kun je het wreken van die frustratie ‘terreur’ noemen.

Ook vóór die verschrikkelijke ochtend in september 2001 vonden er terreuraanslagen plaats op Amerikaanse doelen, meestal in het buitenland, maar in 1995 ook in Oklahoma, waar een federaal kantoorgebouw tegen de vlakte ging en 186 onschuldige burgers stierven. In het Witte Huis sprak men weleens over the fight against terrorism, maar direct na 9/11, dezelfde week nog, maakte Bush jr. daar The War on Terror van. Een drievoudige versterking: strijd werd —> oorlog, terrorisme werd ‘terreur’ en het defensieve ‘tegen’ werd het het offensieve ‘aan’. Amerika trok ten oorlog tegen de doodsangst. Wij deden mee, ook wij werden belaagd door de —> As van het Kwaad.

Een onbeheerde rugzak: levensgevaarlijk. Meer dan 50 milliliter shampoo: kan een bom zijn. ‘If you see something, say something.’ De taal van de noodtoestand.

Misschien is dat wel het belangrijkste taaleffect van 9/11 geweest: verheviging. Niet alleen de grote bommen kwamen tevoorschijn, ook de grote woorden.

Meer over