Nieuwjaarsconcert

De vier winnaars van de compositiewedstrijd voor kinderen die het Nederlands Blazers Ensemble organiseert, spelen hun muziek samen met het NBE tijdens het Nieuwjaarsconcert in het Concertgebouw in Amsterdam.
Papa’s is het thema van de compositiewedstrijd: mini maestro’s over hun vader.


Het Nieuwjaarsconcert wordt op zondag 1 januari live uitgezonden op Ned. 3, Radio 4 en www.vara.nl van 13.25 uur tot 15.05 uur.

De meneer bij de ingang van Muziekcentrum Vredenburg dacht gewoon door te kunnen lopen. Maar de dame van de kassa heeft daar andere ideeën over. Verbazing. ‘Het was toch: Alle papa’s gratis?’

‘Jaaah, maar alleen op vertoon van twee kinderen.’ En laat hij er nou maar één bij zich hebben. Dat wordt een kaartje kopen voor het concert.

Frans Zoon uit Wageningen mag echter fluitend doorlopen. Die heeft zijn toegangsbewijzen in tweevoud en blakende gezondheid bij zich: zijn zonen Thijs en Pepijn.

En dan is er nog dochter Jet (17). Maar die bevindt zich ergens in de catacomben van het Utrechtse Muziekcentrum in nerveuze afwachting van de finale van de jaarlijkse kindercompositiewedstrijd van het Nederlands Blazers Ensemble. Een combinatie van jong compositietalent en de leden van het Jong NBE die een familieconcert geven. Het is de opmaat voor het nieuwjaarsconcert waar de winnaars hun compositie live op tv mogen laten horen met het reguliere NBE gezelschap. Jet is met elf anderen uitverkoren.

Na thema’s als Later (vorig jaar) en Mama’s, (het jaar daarvoor) wordt dit keer vaders lof bezongen en verklankt. Stof genoeg. Want vaders schitteren in een breed spectrum van held tot klootzak. Er is de vader die voetbalt, de vader die helpt met huiswerk, er is de vader die er helemaal niets van snapt, terwijl God de vader juist weer alles weet. Papa is universeel. ‘Habemus Papam’ zegt het programmaboekje, en zo is het maar net.

Jets papa zoekt intussen in Vredenburg een mooi plekje in de zaal. ‘Niet te dicht bij het podium want dat vindt Jet misschien niet leuk.’ En de muzikale familie Zoon vleit zich met gevolg over twee rijen in de grote zaal van Vredenburg. Vader Frans (trompet) en moeder (dwarsfluit en zang) en de broers Thijs (drums) en Pepijn (trombone).

Gefluister terzijde van de pater familias: ‘Pepijn is vorig jaar ook tot de finale gekomen hier in Utrecht. Jet heeft toen gezegd dat ze hem dit jaar een poepie zou laten ruiken.’ Puberzoon kijkt quasi verstoord om. De rest van de supportersgroep – schoolvriendinnen, een schoolmentor, een oma – vullen de rij. ‘En kijk daar, daar beneden zit haar muzieklerares.’ Vanuit de diepte zwaait een hand uitbundig naar vak Z.

Er heerst de spanning van een schooluitvoering in het kwadraat.

Want wat er straks op het podium zal staan, is de keur aan jong componerend Nederland. De uiteindelijke selectie uit zo’n honderd inzendingen die het blazersensemble aan het eind van de zomervakantie binnenkreeg. In de eerste ronde mocht de helft zijn stuk op een openbare uitvoering op een regionale muziekschool laten horen, waarna uiteindelijk weer de helft met een coach en een arrangeur aan de slag ging om alles voor het muziekgezelschap op papier te zetten. Het resulteerde uiteindelijk in 24 jonge talenten die op de familieconcerten/halve finales in Haarlem, Groningen, Enschede en Tilburg lieten horen hoe ze papa muzikaal verhapstukt hadden.

En er was nogal wat te verhapstukken aan Jets stuk. Ja, vlak voor het concert na de laatste repetities is ze tevreden over de uitvoering. Maar haar Zooi op zolder had nogal wat voeten in de aarde. Zonder dat ze zich daar bewust van was, had de componiste driekwartsmaten en achtstematen met elkaar afgewisseld. ‘Ik weet eigenlijk niets van muziektheorie en speel altijd op gevoel. Bij de eerste repetities met het ensemble zat ik nogal te modderen en liep het in de soep. Ik heb samen met componist Claudia Rumondor het arrangement aangepast en we hebben veel aan de overgangen gewerkt. Ritme en tempo en zo.’ Zenuwachtig? Tuurlijk zenuwachtig. ‘Maar ik ben al blij dat ik zover gekomen ben.’

Twaalf jaar lang wijdt het Nederlandse Blazers Ensemble vanaf de zomervakantie tot het eind van het jaar tijd aan schoolkinderen. Waarom? Artistiek leider/hoboïst/papa Bart Schneemann kijkt verbaasd. Het is niet meer dan vanzelfsprekend, toch. ‘Omdat klassieke muziek het hard nodig heeft om te worden verbreed. Het is goed om de ramen open te zetten.’

Puur idealisme is het. Net zoals die stukken die het ensemble gaat spelen met musicerende vluchtelingenvaders. Willen ze het mensonterende asielzoekersbeleid mee belichten. Let wel, dat soort dingen doen ze al lang voordat hogere idealen per decreet door voormalig staatssecretaris Van der Ploeg – allochtonen en kinderen eerst – werden afgekondigd.

Het werd trouwens ook hoog tijd dat dat cerebrale sfeertje rond het componeren er aan moest geloven. Schneemann: ‘Pas in de 20ste eeuw heeft het die elitaire pretentieuze vorm gekregen. Vanaf de 18de tot ver in de 19de eeuw maakte componeren gewoon onderdeel uit van de algemene opvoeding.’ En ach, het hoeven geen huzarenstukjes te zijn. ‘Componeren is ook dit’, en Schneemann improviseert ter plekke een percussiestuk voor tien vingers en foyertafel.

Dat de wedstrijd in de loop der jaren een bescheiden kweekvijver is gebleken, is mooi meegenomen. Schneemann somt even op. Er was destijds een Joey Roukens wiens stukken al door diverse gezelschappen zijn uitgevoerd, een Claudia Rumondor die in 2001 de eerste prijs voor compositie bij het Prinses Christina Concours won en dan het enorme talent Peter Vigh dat nu bij componist Theo Loevendie aan het Amsterdamse conservatorium studeert. ‘Als er dit jaar weer zo’n groot musicus uit voorkomt, prima. Maar het primaire doel is altijd het eigene van het kind in zijn muziek te ontdekken.’

Dat leidt in Vredenburg tot hip hop van W-Dre (13), die al rapt sinds groep zes van de basisschool en de hele zaal weet mee te krijgen. De iets te uitbundig meezwaaiende armen van een vader in het publiek worden getemperd door een waakzame puberdochter. Monique Verhoef (14) levert een staaltje eigenzinnig expressionisme. Een meisje met wild haar laat leden van het Jong NBE blazen en sissen als katten, laat een hobo een sirene nabootsen en meandert daar zelf met haar sopraanblokfluit doorheen.

Microfoons moeten worden verlaagd of pianokrukken verhoogd. Er is een gevoelig pianoliedje, een briljante 17-jarige pianist die Chopin als papa heeft geadopteerd, jazz en nog meer rap. In de compositie van Mathieu Bakker (17) en Myr Diepstraten (17) wordt zoete papa nu eens niet bewierookt maar krijgt hij bijtend realisme op een beat geserveerd: ‘Dat je alles voor me betaalt wil nog niet zeggen dat je van me houdt.’ En alle vaders zeggen yo.

Als Jet aan de beurt is met haar Zooi op zolder – ‘omdat mijn vaders hoofd vol zit met werk, muziek en klusjes’ – leunt Frans Zoon naar voren. Zonnige folkfusion op harmonica ontvouwt zich waarin het thema steeds in een andere gedaante terug komt. Het ritme verschuift voortdurend maar desondanks blijft het zwieren en meeslepen.

In de foyer van Vredenburg gaat na afloop opluchting vergezeld van fris met een rietje. Of ze een kans maakt? Jet glimlacht bescheiden. ‘Misschien omdat de jury een harmonica wel een apart instrument vindt.’

Frans Zoon die op genereuze afstand Jet en haar vriendinnen beziet, merkt op dat ze een beetje losser was gekomen. ‘Alleen verzoop het geluid van de harmonica zo nu en dan. Dat kan wel wat beter.’ En Schneemann vindt ze allemaal geweldig. Concurrentiedrift? Is er niet. Jaloezie? Ben je gek.

Wat er wel is: een enorme push voor kinderen die vaak niet eens overwegen zelf muziek te maken. ‘Het is toch raar. We geven ze klei, kleurpotloden en vingerverf maar geen instrumenten. Dat onderdeel van creativiteit is verdwenen.’

Ook vaak aanwezig: ouders wier liefde overstroomt in bemoeizucht. Vorig jaar nog heeft hij een onmogelijke moeder onder valse voorwendselen uit winkelen gestuurd.

Maar als de chemie er is, bloeien er mooie dingen. Elk jaar zijn er wel een paar die uiteindelijk compositie kiezen op het conservatorium. En Schneemann weet dat dit jaar een pianojongen en pianomeisje elkaar hebben gevonden in een romance voor quatre mains. Er is al een schnabbel op komst.

Als Schneemann uiteindelijk in de foyer de winnaars bekend maakt, komen eerst nog wat appels en peren voorbij, de verzuchting dat eigenlijk iedereen op het nieuwjaarsconcert zou moeten spelen en dan de namen van de winnaars. Jet behoort tot de gelukkigen.

Oma Lies moet worden gebeld en wangen moeten bezoend. Op de vraag hoe ze dit glorieuze moment ondergaat, geeft de jonge componiste het standaardantwoord uit het puberhandboek voor verlegenmakende situaties: ze glimlacht en haalt haar schouders op. Vader Zoon is trots en bescheiden als hij vertelt over Jets optredens: elke eerste zondag in café de Zaaier. Maar dan wint de zorg het weer. ‘We moeten nog wel iets aan de versterking doen.’

Meer over