Nieuwe versie Canto Ostinato voor het Residentieorkest

Minimalistisch meesterwerk voor piano van Simeon ten Holt wordt opnieuw gearrangeerd door Anthony Fiumara.

Het Residentieorkest.Beeld Julie Algra

Componist Simeon ten Holt gaf musici de vrijheid hun eigen versie te bouwen van zijn internationale meesterwerk Canto Ostinato (1979). Het voor piano's geschreven stuk is in veel varianten uitgevoerd over de hele wereld, maar een orkestversie was er nog niet. In opdracht van het Residentieorkest maakte de Nederlandse componist Anthony Fiumara een arrangement voor orkest. Fiumara (1968) vertelt over de eigenaardigheden die hij onderweg tegenkwam.

Beschrijf Canto Ostinato eens voor mensen die het stuk niet kennen.

'Denk aan minimale muziek, maar dan in de meest sensuele vorm die je ooit hebt gehoord. Het is muziek van een constant verlangen, alsof je naar een horizon loopt die zich van je af beweegt. Je komt er dus nooit. Totdat de grote lijn erin komt. De muziek heeft een bijna lijfelijke sensualiteit.'

Waar moeten we het plaatsen in het landschap van modern-klassiek?

'Canto is een uniek stuk. Noch ervoor noch erna is iets soortgelijks geschreven. Ik vind dat het kan wedijveren met wereldwijde topstukken als Music for 18 Musicians van Steve Reich of met Koyaanisqatsi van Philip Glass.'

Het is geschreven voor enkel piano's. Wat kwam je zoal tegen bij je orkestbewerking?

'Toen ik de opdracht een jaar geleden kreeg, wist ik: dit wordt geen rechttoe-rechtaan klusje. Als je onder de motorkap kijkt, zie je dat Ten Holt veel vrijheden heeft ingebouwd. De musici mogen zelf beslissen hoe vaak ze een bepaald deel herhalen. Er is een hoofdlijn, maar er zijn ook alternatieven. Het oorspronkelijke stuk is voor vier piano's. Tijdens een tafelgesprek met vier personen kun je elkaar nog wel onderbreken, maar met zestig man heb je echt een gespreksleider nodig. Deels is dat de dirigent en deels ben ik dat als arrangeur.'

Hoe vul je de muzikale kleuren in?

'Een piano is een zwart-wit instrument: je kunt hard of zacht spelen, de klank blijft hetzelfde. Canto Ostinato gaat dus niet over verschillende aspecten van klankkleur, maar je wilt die kleurmogelijkheden van een orkest toch benutten. De basis heb ik gelegd met de strijkers. Dat kleur ik bij met de houtsectie, en als ik stemmen specifiek wil laten uitkomen, zet ik koperblazers in. In de percussie gebruik ik belletjesachtige klanken van vibrafoon, celesta en klokkenspel. Ik wilde een echte concertklank neerzetten. Ten Holt heeft namelijk weleens gezegd dat hij zich meer verwant voelde met de romantische Schumann dan met de minimalist Philip Glass.'

Canto Ostinato, 13, 14 en 15/5 in respectievelijk Rotterdam, Den Haag en Zwolle.

Meer over