Nieuwe polemiek? Zwagerman haalt weer uit naar Ramdas

Vandaag in de Volkskrant was het weer eens Raak: Joost Zwagerman haalt uit naar een collega-schrijver, Anil Ramdas. Het is niet de eerste keer- en vast ook niet de laatste, dat Zwagerman kritisch schrijft over andere auteurs. Hij is tenslotte een liefhebber van polemieken.

Joost Zwagerman Beeld
Joost Zwagerman

In de krant van vandaag beschrijft Zwagerman hoe collega Anil Ramdas in een interview met Vrij Nederland terugkomt op een eerdere column bij het Vlaamse platform De Buren. Ramdas had daar vorig jaar de anderhalf miljoen PVV-stemmers weggezet als 'primitieve types zonder moraal'. Geen fijnzinnige woorden, en een - destijds - door Zwagerman aangezwengelde discussie barstte los op het internetforum van De Buren.

Nu zegt Ramdas dat hij die column over de PVV-stemmers schreef in het kader van zijn voorbereiding op zijn nieuwe roman. Hij wilde weten hoe 'reaguurders' zouden reageren op zijn stelling. Dat zou hij gebruiken voor zijn volgende boek, waarin de hoofdpersoon Badal 'een belangrijk essay over white trash' schrijft. Zwagerman hierover: 'Alleen al dit voornemen tot het schrijven van 'een belangrijk essay' maakt Badal tot een potsierlijke hoofdfiguur - en Ramdas tot een schertsfiguur. Hij is hoe dan ook geen echte schrijver. Hij imitéért er hoogstens een.'

Volgens Zwagerman kreeg Ramdas nauwelijks tot geen reacties op zijn columns voor het internetplatform De Buren - wat zijn bewering dat het een test was hoe lezers op zijn stelling zouden reageren ongeloofwaardig maakt. 'Ramdas wordt hiermee een wandelende grap', aldus Zwagerman.

Schermutseling
2-0 voor Zwagerman, en nu maar wachten totdat Ramdas weer reageert. Een polemiek is tegenwoordig zo geboren. Zwagerman zelf wil deze schermutselingen geen polemiek noemen. 'Een klassieke polemiek is een pennenstrijd over ideeën, een debat met woorden over grote kwesties. Dat is dit zeker niet. Dit is een hopelijk geestig stuk waarin ik laat zien hoe inconsequent Ramdas is.'

Het is niet de eerste keer dat Zwagerman zich met het werk van anderen bemoeit. Zo verweet hij wijlen Jan Blokker 'intellectuele klassenjustitie', omdat hij vrijheid van meningsuiting van sommige intellectuelen wel verdedigde en van anderen niet.

Een beetje polemiek is leuk, maar volgens Zwagerman is de maatschappelijke betrokkenheid die erachter zit belangrijker. 'De Gouden Ganzeveer kreeg ik volgens het juryrapport, omdat in mijn artikelen een maatschappelijke betrokkenheid terugkomt. De jury schreef dat ik met mijn werk een brugfunctie vorm tussen verschillende maatschappelijke groepen in Nederland. Wat ik doe heeft dus wel effect.'

Donner

Zwagerman maakte aan het begin van zijn carrière vooral naam als romanschrijver, maar de laatste jaren legt hij zich ook toe op journalistiek werk en non-fictie. Vooral na de moord op Theo van Gogh roert hij zich ook in het publieke debat. 'Toen ik na de dood van Theo minister Donner hoorde zeggen dat hij het verbod op Godslastering wilde herformuleren dacht ik: nu moet ik wat doen. Vanaf toen heb ik met de pen scherp ingezet op de vrijheid van meningsuiting.'

Als die vrijheid in het geding komt-of volgens Zwagerman selectief gebruikt wordt dan klimt hij in de pen. In het polemische essay Hitler in de Polder bekritiseert hij bijvoorbeeld de Nederlandse elite omdat zij aanvallen op het christendom wel tolereren, maar kritiek op de islam niet. Afvallige Nederlandse moslims worden daarmee door de Nederlandse intellectuelen verraden, schreef Zwagerman.

Daarachter zit volgens de schrijver wel een eigen visie op Nederland. 'Ik heb altijd gezegd dat de multiculturele samenleving te belangrijk is om alleen aan Wilders over te laten. De linkse partijen moeten zelf een richting formuleren waarin emancipatie centraal staat. Het moet een Nederland zijn waar je van je geloof kunt afdwarrelen, zonder dat je het daardoor moeilijk krijgt.'

Een andere bekende 'echte' polemiek van Zwagerman is die over de Nederlandse poëzie. Eind jaren tachtig pleitte Zwagerman voor meer variatie in de Nederlandse poëzie. Volgens Zwagerman heeft dat mede bijgedragen aan het feit dat er nu veel meer verschillende Nederlandse dichters succesvol zijn.

Zijn persoonlijke favoriet onder de Nederlandse klassieke polemieken is van Harry Mulisch, die met het essay Het ironische van de ironie ageerde tegen Gerard Reve. Mulisch bekritiseerde hierin racistische passages in het werk van Reve. Volgens Mulisch waren deze wellicht ironisch bedoeld, maar werd deze ironie zo lang volgehouden dat ze eenvoudigweg Reves feitelijke mening werden.

undefined

Anil Ramdas Beeld
Anil Ramdas
Meer over