Nieuwe abdij: geen baken maar worsteling

Een stille weg door heuvelachtig landschap. Nergens een spoor van bebouwing te zien. En dan, na een bocht, doemt plotseling een klooster op, als eeuwenoud bastion van stilte. Zo staat Monte Oliveto Maggiore erbij – een 14de-eeuwse benedictijner abdij in de omgeving van de Italiaanse stad Siena. En zo moet ook ooit de gloednieuwe abdij Koningsoord opdoemen, die bij Arnhem is gerealiseerd.

Hilde de Haan

Nu nog is dit een bakstenen klont op een open veld. Maar straks, als tuin en bos zijn uitgebot en een nieuwe toegangsweg is aangelegd, zal dat anders zijn. Dan zal te zien zijn, zegt de architect die zijn schepping het afgelopen weekeinde eenmalig aan een groot publiek presenteerde, hoe het klooster in Siena hem tot dit bouwwerk inspireerde. Koningsoord moet dan een baken zijn in de natuur.

Een nieuwe abdij is groot nieuws in Nederland, waar vrijwel alle nog bestaande kloosters kampen met leegloop en vergrijzing. Met de trappistinnen, de toekomstige bewoonsters van Koningsoord, gaat het echter bijzonder goed. Zij zijn een levendige, nog altijd groeiende gemeenschap van nu 35 zusters.

Wat blijkbaar aanspreekt, is hun leefwijze die nog altijd strikt is gebaseerd op de regels van Benedictus (480-547). Elke dag begint om kwart voor vier, om acht uur ’s avonds gaat iedereen slapen. Zeven keer per dag wordt gezamenlijk in de kapel gezongen. Op vaste uren wordt arbeid verricht. Maar de zusters voelen zich wel betrokken bij de wereld. Het klooster kent daarom gastenverblijven.

Reden voor de nieuwbouw is dat het oude klooster in Berkel-Enschot werd bedreigd door oprukkend Tilburg. Verkoop van klooster en grond maakte een nieuw begin in de Veluwe mogelijk. Hier konden voldoende landerijen worden aangekocht, plus een passende plek om te bouwen. Rondom een voormalige modelboerderij was daar eind jaren veertig een klooster gesticht door de missionarisbroeders van Mill-Hill. De vereiste religieuze bestemming had de locatie al.

Een opmerkelijke eis die de zusters stelden aan de architect was om niet de vormgeving te hanteren van de benedictijner monnik Hans van der Laan (1904-1990). Deze monnik-architect heeft zijn leven gewijd aan het zoeken naar richtlijnen voor architectuur die niet alleen beschutting geeft maar ook weldadig is voor de menselijk geest. Wat zijn richtlijnen vermogen, is bij uitstek te zien in de kloosters die hij zelf ontwierp, waaronder zijn eigen kloosterkerk in Vaals. De zusters kenden zijn werk maar wilden er niet van weten; ze vonden het te rechthoekig en te ruw.

Het voorbeeld van Monte Oliveto Maggiore heeft in zekere zin uitkomst geboden. Het heeft duidelijk geïnspireerd tot het maken van één kloek, compact complex. Zo is het eigenlijke klooster een carrévormig bouwblok dat de contouren volgt van de oude boerderij.

Maar de vorm van dit blok is minder helder. Dat komt vooral doordat hierbinnen, in de vorm van een rechthoek, twee binnentuinen zijn gesitueerd met als bijzonderheid dat deze rechthoek scheef in het hoofdblok is geplaatst. De keuze voor deze vreemde bouwvorm berust op functionele gronden: er zijn nu smalle bouwdelen, naast hele brede; zelf zo breed dat de kerk in het hoofdvolume kon worden opgenomen.

Een nadeel is de vreemde hoofdvorm die van ver doet denken aan een scheefgetrokken, overmaatse boerderij. Jammer is ook dat de kerk nu niet herkenbaar is; je kunt hem slechts vermoeden door de klokkentoren.

Naast dit hoofdblok staan nog wat bijgebouwen, soms resterende fragmenten van de vroegere boerderij. Een oude graansilo wordt omgetoverd tot kloosterwinkel; een deel van de vroegere koestal is herbouwd en aan het grote kloostervolume vastgezet. Dat brengt variatie in het geheel, maar doet wel afbreuk aan de eenheid. Dat geldt ook voor de binnenhoven – een combinatie van pleisterwerk en baksteen, waarvoor een Grieks-orthodox klooster model heeft gestaan.

De zusters zullen trouwens vast tevreden zijn: zij kregen wat ze vroegen. Maar in het landschap voel je het teveel aan inspiratiebronnen, aan probeersels wel. Dit complex straalt te weinig rust uit, is geen vanzelfsprekende compositie. Het toont veeleer een worsteling. Dit is geen bastion maar een wat onduidelijk gebouw.

Meer over