ColumnBor Beekman

Niets wakkert het verlangen naar de filmzaal aan als een online festival

null Beeld

Wekelijks neemt Bor Beekman, Robert van Gijssel, Merlijn Kerkhof, Anna van Leeuwen of Herien Wensink stelling in de wereld van film, ­muziek, theater of beeldende kunst.

Je moet iets verzinnen, als filmfestival in lockdowntijd. Berlijn schuift door op de kalender, presenteert nu in maart een uitgeklede digitale editie. Cannes – vorig jaar al afgeblazen – wil in 2021 wél uitpakken, inclusief rode loper, en verkast daartoe naar juli.

In Göteborg doen ze het anders; de aanstaande editie van het grootste Scandinavische festival is slechts toegankelijk voor één bezoeker. Die wordt met een pakket films en voldoende voedsel opgesloten op het eilandje Pater Noster, met enkel een vuurtoren als gezelschap. 12 duizend filmfans boden zich aan, waarna de festivalleiding de gelukkige bekendmaakte: de Zweedse verpleegkundige Lisa Enroth. Zij was na maandenlang coronapatiënten verzorgen wel even toe aan iets anders.

Dat had hier ook gekund, bij het International Film Festival Rotterdam. Een vermoeide verpleegkundige met zestien speelfilms uit de Tiger-competitie voor beginnende filmmakers opsluiten in de cabine van een havenkraan. En dan zien wat er gebeurt.

Maar IFFR-directeur Vanja Kaludjercic trok een ander plan: ze hakte de vijftigste editie in tweeën. Nu de films en competities die niet kunnen wachten, straks in juni een jubileumfeest – hopelijk met heuse zalen.

Een meesterzet. Er zíjn goede thuis te bekijken films en aansprekende digitale gasten. Een ster zelfs: acteur Mads Mikkelsen, die z’n laptopje openklapte om tekst en uitleg te bieden bij de heerlijke openingsfilm Riders of Justice. Maar wie zo thuis wat titels kijkt en grasduint door het immense aanbod aan voor- en nagesprekken, bekruipt onvermijdelijk een gevoel van weemoed.

Niets, helemaal niets, doet je het normale festival zozeer waarderen als deze digitale editie. Om weer daar te zijn, in Rotterdam. Zélfs in de Jurriaanse zaal, in de nok van festivalcentrum De Doelen, waar de steile stoeltjes de rug martelen. Een verlangen dat de IFFR-programmeurs stuwen met de filmpjes die voorafgaan aan de vertoningen. Vignetten waarin de festivalgeschiedenis van 1972 tot nu wordt verteld door middel van een schat aan festivalfotografie.

Hoe de pas vrijgelaten grootmeester Sergej Paradzjanov wat kleding aanschaft in een winkel aan de Lijnbaan, voor het eerst buiten het IJzeren Gordijn. En cineast Jafar Panahi, vóór z’n nog altijd voortdurende Iraanse huisarrest, vrolijk bezig met het coachen van een voetbalteam in de Schouwburg. Of de 17-jarige Kate Winslet, dromerig starend in de camera. De Japanner Miike Takashi, bezig met een forse, bloederige vis in de keuken van het Hilton-hotel.

Ook die ene onweerstaanbare anekdote en foto komt voorbij. Hoe de piepjonge Jim Jarmusch het eerste contact legt met de door hem bewonderde Robby Müller, de Nederlandse cameraman die altijd op z’n vaste festivalstek aan de bar zat, naast de pinda-automaat.

En dan is er dat eresaluut aan premièregast Ruud Lubbers, die begin jaren negentig enkel oog (en wenkbrauw) had voor de beeldschone Chinese steractrice Gong Li. ‘Lubbers was een enthousiast supporter van de Aziatische golf’, leest het begeleidende IFFR-tekstje.

Geef de oud-premier eens ongelijk.

Straks mag IFFR van het online-infuus, voor de tweede ronde. Dan is het feest.

Meer over