Niet tragisch genoeg voor de blues

De Nederlander Guido van Rijn werkt aan een grote geschiedschrijving van de VS, aan de hand van de teksten van bluessongs....

Het begon in 1997 met Roosevelt’s Blues, een muzikale geschiedschrijving van de zwarte bevolking van de Verenigde Staten aan de hand van de bluessongs die waren gewijd aan president Roosevelt. Daarna volgden The Truman and Eisenhower Blues (2004) en Kennedy’s Blues (2007). De beurt is nu aan president Lyndon B. Johnson, die in één adem wordt behandeld met Martin Luther King, Robert Kennedy en de oorlog in Vietnam.

De indrukwekkende reeks is het levenswerk van de Nederlandse muziekhistoricus Guido van Rijn. Het boek over Roosevelt (University Press of Mississippi, 1997) schreef hij bij wijze van promotie. De opzet – een geschiedkundig overzicht verteld vanuit het perspectief van de zwarte Amerikaan en met songteksten als primaire bron – bleek zo vruchtbaar, dat daaraan voor de volgende delen niets ingrijpend is veranderd.

Ook nu dook Van Rijn diep in de archieven, kwam met 191 songs boven, waarvan hij er 45 op twee bijbehorende cd’s verenigde. De een is hoofdzakelijk gewijd aan Johnson en de oorlog die hij voerde.

Muzikaal spannender is de cd met songs voor Martin Luther King. Tientallen zwarte muzikanten – van Nina Simone tot Otis Spann en van Big Joe Williams tot Ethel Davenport – schreven een eerbetoon aan hun in april 1968 vermoorde leider.

In muzikaal opzicht zijn de verschillen met de voorgangers groot. In de jaren zestig is de blues in de versukkeling. Voor de zwarte gemeenschap is het geen belangrijke uitingsvorm meer, blanken moeten de blues grotendeels nog ontdekken. In de arrangementen, zeker van de gospelartiesten, klinken popinvloeden door.

Toch heeft Van Rijn weer vitaal materiaal aangeboord, waarin de emotie over de moord op King en de woede en angst over geliefden en zoons die moeten dienen in Vietnam zijn vastgelegd – zie voor dat laatste alleen al Robert Pete Williams’ Trouble Way Over In Viet Nam, Junior Wells’ Vietnam Blues of Roscoe Robinsons Don’t Forget The Soldiers (Fighting In Viet Nam) en Everybody Is Crying About Vietnam van J.B. Lenoir.

Anders dan Franklin D. Roosevelt en John F. Kennedy was Lyndon B. Johnson geen president die de zwarten in het hart sloten. Hij was te Texaans daarvoor, te direct in zijn uitspraken, te weinig visionair in zijn redevoeringen. Om hem hing ook niet de tragiek die musici zou kunnen inspireren. De songs waarin hij wordt genoemd, zijn vooral oproepen om een eind te maken aan de uitzichtloze oorlog in Vietnam.

Hoe anders is dat met King, die wordt vergeleken met Kennedy en Gandhi, met Mozes, Jezus en Abraham Lincoln – Martin was a King like Joseph in the Bible days. Als zijn vrouw en kinderen kracht wordt gewenst na de begrafenis, lijken de woorden van de songs nog één keer namens de hele zwarte gemeenschap te klinken.

Twee maanden na King werd ook Robert Kennedy vermoord. Ook hij was geliefd bij de zwarte Amerikanen. Toch beperkt het gezongen eerbetoon zich tot één song: Senator Kennedy Believed In Justice van de Fabulous Soul Revivers.

Of de blues voor King het einde van een muzikaal tijdperk betekende, Van Rijn zal het ongetwijfeld in Nixon’s Blues analyseren.Ariejan Korteweg

Meer over