NIET MET DE BULLDOZER

Als NOS-directeur kwam hij eind 2004 in het nieuws toen hij de slag om de voetbalrechten aan Talpa moest laten....

Doorkachelen en nooit versagen. Altijd in de greep van het nieuwsbedrijf met zijn lange tentakels. Daarin kwam een voorzichtige verandering toen NOS-directeur Gerard Dielessen 50 werd. Hij heeft behoefte aan een zekere contemplatie op zijn bestaan.

‘Het wordt steeds leuker nu ik ouder ben. Ik ben al mijn langspeelplaten aan het digitaliseren. Dan komt er van alles boven en dat maalt door je hoofd. Binnenkort ga ik met mijn zoon Anders naar The Eagles. Halverwege de jaren zeventig zag ik ze voor het eerst in Nederland. Ze traden toen nog als onbekende band op in het Amsterdamse Concertgebouw. Anders is helemaal gek van The Eagles, dat vind ik prachtig.’

De midlifecrisis heeft hij overgeslagen, hij is al dertig jaar bij de liefde uit zijn jeugd. De scheidingsdrama’s die hij om zich heen voorbij ziet trekken op en rond de Gooise matras: ‘Ik moet er niet aan dénken.’

In God geloven doet hij niet, daar is hij te pragmatisch voor. Naarmate hij ouder wordt, verwacht Dielessen dat hij het spirituele en de zin wel meer zal gaan zoeken in gesprekken met vrienden. Zo pragmatisch is hij dan ook weer wel.

In drie decennia schiet hij bij het Utrechts Nieuwsblad omhoog van corrector, opmaker en verslaggever tot directeur bij de NOS. Het nieuwsbedrijf intrigeert hem mateloos. ‘Een latente nieuwsgierigheid zit mij in de genen. Als journalist had ik een alibi om overal binnen te komen.’

Al snel wordt hij het journalistieke management ingetrokken. Op zijn 27ste is hij chef van de nieuwsdienst van het UN.

Mensen die hem kennen, schetsen hem als een integere ziel die zich wonderwel staande houdt in de Hilversumse slangenkuil. Hij is een lobbyist geworden voor zijn nieuwsbedrijf in een hectische periode, waarin de politiek aanslagen doet op zijn budget. Dielessen heeft NOS-radio, televisie, internet en teletekst samengevoegd tot een grote nieuwsredactie; een operatie waarover veel wordt gemopperd.

Het grote publiek leerde hem kennen als de man met de moeizame blik, die in december 2004 namens het publieke bestel de slag van het grootkapitaal om de uitzending van de voetbalwedstrijden in de eredivisie had verloren.

U bent als directeur van de NOS een halve politicus geworden.

‘Dat is zo ja. Ik zit in een sterk verpolitiseerde omgeving. Niet alleen in Den Haag, maar ook in Hilversum. Daar lekt veel negatieve energie heen. Ik moest daar wel aan wennen. Vooral de weerbarstigheid was niet eenvoudig.’

U bedoelt dat een afspraak met een politicus over de NOS een scheet in een netje is?

‘Nee het is nog veel erger. Als ik een politicus spreek, begrijpen ze me en vinden het allemaal heel logisch. Ze beloven te zullen gaan werken aan mijn verzoek om nieuwe aanslagen op het NOS-budget te voorkomen, maar vervolgens gebeurt er niets. En áls er dan iets gebeurt, is het een budgettaire korting.

‘Daar word ik echt hartstikke gek van! Wij kunnen zo niet werken. Dagelijks laten Kamerleden ballonnetjes op. We springen van de ene ijsschots naar de andere de zomer tegemoet. Onze begroting was drie jaar geleden bij mijn aantreden 152 miljoen euro. Normaal gesproken groeit dat naar 160 miljoen, maar we zitten nu op 127 miljoen. En ik weet tot eind 2007 hoeveel geld we hebben als NOS. Dat is ridicuul. Als het zo doorgaat, raken we failliet.’

Als u lijdt onder de onbetrouwbaarheid van de politiek, treedt u toch uit het publieke bestel met de NOS?

‘Op vrijdagmiddag mijmeren we daarover weleens gekscherend. Dan reken je op de achterkant van een bierviltje uit wat je aan reclame-inkomsten hebt. Daar kun je één net van runnen, maar dat willen we niet. We zijn een publieke organisatie die is verankerd in de politiek en de samenleving. Maar sla dat anker niet steeds los en laat ons niet langer zomaar dobberen. Geef ons duidelijkheid. Zo is het niet werkbaar.’

Wat wilt u dan precies?

‘Ik wil dat de NOS een concessie krijgt voor tien jaar. Ik vind het prima om na vijf jaar te evalueren. Maar dan wil ik dat vastgelegd zien in het volgende regeerakkoord. Ik wil een betrouwbare werkgever zijn, dan kan ik beleid voor de lange termijn maken. Nu lukt me dat niet.’

En als Den Haag zijn schouders ophaalt? U zegt net dat u toch niet zelfstandig gaat.

‘Ik kijk er niet lethargisch naar. Als ik het zat word en het blijft nog een paar jaar zo, moet ik me afvragen of ik deze baan nog wel wil. Als de toestand alles aan elkaar te knopen te lang duurt en ik maar moet blijven knokken om de zaak overeind te houden, voel ik me gelegitimeerd te zeggen: zoek maar iemand anders.’

Vindt u dat de NOS ondergewaardeerd wordt?

‘De perceptie van iedereen is dat alles wat de NOS doet, als gewoon wordt beschouwd. Daar heb ik grote moeite mee. Wat we heel goed doen, en dat zeggen we nooit hardop, zijn sport en evenementen. Dat geldt voor de Winterspelen en straks voor het WK voetbal. Dat zul je door een ringetje kunnen halen, zowel op radio als televisie. Maar ook de bijzettingen van Claus, Juliana en Bernhard waren wereldtelevisie. Dat wordt met zo’n kennis van zaken gemaakt, dat zie je nergens in de wereld. Maar omdat de standaard zo hoog is, vindt iedereen het normaal!’

Dat is toch jullie eigen schuld? Jullie slaan jezelf nooit op de borst.

‘Nu de eredivisiewedstrijden bij Talpa zitten, krijgt de NOS waardering voor het feit dat Studio Sport het deed. Men ziet dat nu pas, nu we het kwijt zijn! Maar het is waar: vanuit onze historie zijn we veel te bescheiden. De NOS is altijd low profile en in deze tijd van enorme concurrentie met de commerciëlen, vraag ik me af of we ons dat nog kunnen permitteren. We moeten meer reclame maken voor onszelf, zonder dat de NOS zich overschreeuwt.’

Hoe omschrijft u uw stijl als directeur?

‘Initiërend, enthousiasmerend en coachend. Ik ga er niet met een bulldozer doorheen. Na een discussie de beslissing nemen. En als het debat er niet is, doe ik het zelf. Ik heb tijd nodig, ik ben een bouwer. In een creatieve omgeving moeten mensen gelegenheid krijgen te wennen aan veranderingen.’

Waar komt dat eeuwige bruggenbouwen vandaan?

‘Ik denk van mijn vader, hij heeft het ook heel erg. Hij kan zelfs nooit boos worden. Voor de goede orde: ik kan dat wel. Mijn vader verbindt mensen, dat heb ik vroeger van hem gezien en hij doet het nog. Ik neem hem geregeld mee naar een Champions-Leaguewedstrijd, hij is nu 83 jaar. Of hij nou met Richard Kraijcek of Fons van Westerloo lult, maakt hem niet uit. Dat heb ik ook van hem. Hij is veel extraverter, dat is bij mij minder ontwikkeld.

‘Ik ben voorzichtiger geworden, naarmate ik banen met meer verantwoordelijkheden kreeg. Je kunt niet alles meer zeggen. En in mijn huidige functie stuif ik niet overal meer binnen. Daarop volgt dan het verwijt dat ze me veel te weinig op de werkvloer zien. Dat is niet helemaal waar, ik kom alleen op de werkvloer als ik daar legitiem ben. Niet om er even rond te lopen. Daar heb ik het soms wel moeilijk mee, want ik ken ze bijna allemaal. Hoe voorkom ik nu dat ze denken: daar heb je hem weer, wat komt hij hier doen?’

Wat John de Mol bij Talpa doet, overal binnenstuiven en met zijn vingers aan de knoppen zitten, dat werkt niet?

‘Zelf werd ik er nerveus van als ik op mijn vingers werd gekeken. Als ik het niet goed doe, zeg het dan achteraf. Maar niet van tevoren. Ik ga er nu ook niet bovenop zitten.

Zoals De Mol zou ik het nooit doen. Ik hoor uit de derde hand dat het tot frustraties en gedoe leidt. Ik kan het wel begrijpen, hij is eigenaar van de zender.’

Wat hebt u met de publieke zaak?

‘Als ik naar mijn jaren bij het krantenconcern Wegener kijk, had ik toch het gevoel: omzet min kosten is je winst. Dit is toch veel leuker. Ik heb wat met die publieke verantwoordelijkheid. Als je kijkt naar de maatschappelijke ontwikkelingen en het gebrek aan sociale cohesie, wil ik een bijdrage leveren dat te verbeteren. Die drive heb ik bijzonder sterk als het om sport gaat. Sport kan een enorm effect hebben op de onderlinge verbondenheid van mensen. Onderzoeken wijzen dat ook uit. Als je dat uitzendt als NOS, speel je daarin een belangrijke rol. Ik kan er buitengewoon chagrijnig van worden als ik dat uitdraag. Mensen kijken me dan raar aan, terwijl mijn teksten in het niets verdwijnen.’

Wat is dat dan, die samenbindende rol van sport?

‘Het verbroedert, zo simpel is het. Aan de vooravond van het WK voetbal weet ik wel dat het volk achter het Nederlands elftal gaat staan. Dwars door alle lagen van de sociale klassen heen.

‘Ik ben volslagen niet-godsdienstig opgevoed. Maar vroeger had je dus de parochie, de kerk, het verenigingsleven en de speeltuin. Voor veel mensen geldt dat niet meer. Het is een metafoor, maar ik beschouw sport als een van de nieuwe goden. En daar kan de NOS tegengif bieden met de publieke verantwoordelijkheid.

‘Het is een wereld van bits, bytes en rendementen geworden. De creativiteit en het spirituele komen onder druk te staan. De andere kant is dat men graag trots is op iets gezamenlijks. We zijn een volk van zeurpieten en cynici. Het zit in ons bloed, als het even niet goed gaat, komt dat heel snel omhoog. Dan zie je dat Nederland op dergelijke momenten uit elkaar dreigt te vallen.’

Hoe zit het met de sociale cohesie op microniveau? Bent u wel eens thuis?

‘Daar zeg je wat. Het is een ontwikkeling die op een gegeven moment zo is. Thuis is het allemaal stabiel. Ik heb een prachtvrouw en heerlijke kinderen. We zijn getrouwd toen ik 20 was. Mijn vrouw is er in meegegroeid. Ik wil niet zeggen dat er nooit gedoe is, maar ik ben gelukkig thuis. Er zitten ook voordelige kanten aan deze baan. Ik kan soms een dag wegblijven uit Hilversum.

‘Maar het werk is er altijd. Thuis kijken ze me weleens aan met een blik van: zet die blackberry toch uit. Dat doe ik dan soms, maar dan voel ik dat ik toch weer contact moet hebben.’

U begrijpt altijd iedereen. Is daar ook een grens aan?

‘Jazeker. Dat was zo met Charles Groenhuijsen. Emotie en ratio moet je scheiden. Die ratio moet wel domineren. Rancune komt niet voor in mijn woordenboek. Van anderen hoor ik soms dat ze het opmerkelijk vinden dat ik mensen geen kwaad hart toedraag. Ik kom er weleens even niet over de vloer, maar je moet toch verder.’

Als u heel close bent met zowel NOS-hoofdredacteur Hans Laroes als met Charles Groenhuijsen, hebt u toch gefaald als hun conflict tot ontslag leidt?

‘Ja, maar ik weet ook dat ik mijn stinkende best heb gedaan Groenhuijsen te behouden als de nieuwe presentator van het Achtuurjournaal. Vorig jaar zomer ben ik ontzettend ver gegaan om het te laten slagen. Intern heb ik mensen die hem al langer zat waren, moeten overreden. Ik twijfelde zelf of ik niet te ver was gegaan. Maar ik wilde het zo graag. Ik zei tegen Charles: joh, ga nou gewoon aan het werk, blijf eens even uit de publiciteit. Dat zal je geen windeieren leggen. Believe me.

‘Het zit in mijn karakter dat ik heel lang heel veel kan hebben. Maar hij bleef maar emmeren en etteren. Als uiteindelijk blijkt dat hij niet accepteert dat hij in een hiërarchie moet werken, moet je hem als organisatie ook niet willen. Ik heb samen met Hans Laroes besloten met hem te stoppen.

‘Er zit een heel verhaal aan zo’n relatie. Ik ken hem nog uit de tijd dat hij verslaggever was bij de Volkskrant. Als ik in de Verenigde Staten kwam, ging ik bij hem langs. Dat doe ik voorlopig niet. We mailen nu nog wat om de laatste dingen af te handelen en als ik hem tegen zou komen, drinken we een kop koffie.’

Is het uw nachtmerrie als Aldith Hunkar de Ophra Winfrey van Talpa wordt?

‘Door bezuinigingen maken wij niet meer van dat soort shows. Als Aldith of iemand anders die ambitie heeft, kan ik die niet vervullen. Als mensen weg willen, gaan ze weg. Jack van Gelder was vorig jaar in gesprek met John de Mol. Ik heb Jack gezegd: financieel kan ik dat niet matchen, maar we hebben wel wat te bieden: WK voetbal, Champions League, dat heb je niet bij Talpa.

‘Als hij dan uiteindelijk bij ons blijft, zijn we even goede vrienden. Zo werkt dat in de grotemensenwereld.’

Als NOS-journalisten ’s nachts worden wakker gemaakt met de vraag waarom ze bij de NOS werken, wat moeten ze dan zeggen?

‘Ik zou het mooi vinden als ze hun bed uitspringen en zeggen dat ze trots zijn bij de NOS te werken; de grootste professionele nieuwsorganisatie met een betrouwbare nieuwsstroom.

‘Het werkt, zo’n NOS Journaal is toch een begrip en bijzonder om voor te werken. We zijn gestegen naar bijna 2 miljoen kijkers. Ik weet niet hoe ik dat anders moet verklaren dan uit een reactie op Talpa en programma’s als NSE, maar ook Boulevard en Shownieuws. Men wil toch betrouwbaar en serieus nieuws.’

Toch leek het alsof de leugen regeerde toen Beatrix onlangs op staatsbezoek was in Argentinië. NOVA en het NOS Journaal suggereerden dagelijks dat het staatshoofd vrijwel niets aan mensenrechten deed.

‘Ik moet je eerlijk zeggen: toen ik dat mensenrechtenonderwerp over Argentinië voorbij zag komen, heb ik mijn wenkbrauwen gefronst. Maar daarbij heb ik het gelaten. Soms kom ik wel in actie als iets niet goed is en stap ik naar de hoofdredacteur.’

Ik heb me laten vertellen dat NOVA en het NOS Journaal er extra hard in knalden, om zich te profileren ten opzichte van de rustig getoonzette verslaggeving van Maartje van Weegen.

‘Dat weet ik niet. Ik denk dat het te maken heeft met het engagement van journalisten. Ik wil het iets algemener maken. De NOS-verslaggeving moet echt onafhankelijk en onbevooroordeeld zijn. Bij het nieuws uit Argentinië had ik dat niet. Ik dacht: waarop is dit gebaseerd? Ik vind het te weinig onderbouwd.

‘Dit soort verschijnselen moet worden uitgebannen. Onze legitimiteit komt daardoor onder druk te staan. Ik hoor nog steeds te veel verslaggevers de vraag stellen: vindt u ook niet dat? Maar dat is de verkeerde vraag. Je moet gewoon benieuwd zijn naar het antwoord.’

Na de Fortuyn-revolutie was de man in de straat ineens op het Journaal. Waar is die man gebleven?

‘Het is de evolutie van het Journaal. Kort na de moord op Fortuyn is er een zekere overacting geweest van de straat. Die onrust hadden we gemist. Het gevoel dat het establishment te veel aan het woord was geweest, domineerde. We zijn daarin wat doorgeschoten, er is nu meer evenwicht. In de onderwerpen zit meer de reflex: what’s in it for me?’

Hoe hebt u de dreun verwerkt dat het eredivisievoetbal door Talpa uit uw handen werd geslagen?

‘Op het moment dat John de Mol mij vertelde dat hij een eigen zender wilde beginnen en het voetbal wilde hebben, wist ik meteen dat we niet veel kans zouden maken. Het is niet zo dat ik die avond van de 22ste december 2004 vaststelde dat we het kwijt waren. Natuurlijk had ik een shitweek. Maar de reactie van Van Praag: jullie hebben met 18-0 verloren, vond ik nog erger dan het kwijtraken van het eredivisievoetbal.

‘Hebben we het daar veertig jaar voor uitgezonden? Dat deed me veel pijn, daar ben ik nou net een te goed mens voor. Dan denk ik: sodemieter op, wij hebben het voetbal ook groot gemaakt.’

Hebt u iets geleerd van die verloren slag, bijvoorbeeld bij de oorlog om de uitzendrechten van de Champions League?

‘Ik kan me goed verplaatsen in de rol van de tegenstander. Ik ben nauw betrokken geweest, zeker bij de eindonderhandelingen, maar het was de verdienste van anderen. We wisten: na het verlies van de eredivisie is de Champions League een must have.

‘Het moest zich nu wel buiten de publiciteit afspelen. We hebben er alles aan gedaan dat stil te houden. Aan de onderhandelingstafel probeer je een bepaalde strategie te hebben. We wisten wie wat dacht, hebben het spel uiteengerafeld om het zo goed mogelijk te spelen. Dat was heel leuk, het was een soort Risk.’

U bent auteur van Het land van de zon in de nacht.

‘Het is een journalistieke gids over Noorwegen, waarin ik dertig jaar lang eigen ervaringen en foto’s heb verwerkt. Binnenkort komt de vierde druk uit. Ik heb zomers lang door het land gezworven. Onlangs heb ik alle dia’s gedigitaliseerd voor het nieuwe boek. Ik beleefde alles opnieuw, wist precies wanneer ik er was en wat er gebeurde.’

Beschrijft u eens het geluid van de stilte.

‘Het mooiste wat ik in Noorwegen heb meegemaakt is dat je jezelf hoort ademen tijdens een steile klim van honderden meters. Je gaat helemaal dood en hoort alleen het kraken van de sneeuw en de eigen ademhaling.

‘Ik vind dat geweldig. Helemaal niets om je heen, het hele hoofd leeg.’

Meer over