Niet het lied, maar het land oogst punten

Dat het Eurovisie Songfestival de deelnemende landen verbroedert, mag een goedbedoelde gotspe heten, betoogt Ron Hillebrand. Bij de beoordeling van de liedjes geven jury's blijk van culturele vooringenomenheid, en laten zij zich volop leiden door nationale sym- en antipathieën....

IN 1956 werd het eerste Eurovisie Songfestival georganiseerd. Al snel groeide het evenement uit tot een buitengewoon populair televisieprogramma, en werd het een van de voornaamste bronnen van culturele uitwisseling tussen de volkeren van West-Europa.

Ondanks de Koude Oorlog werd het festival eind jaren zestig zelfs uitgezonden in diverse landen achter het IJzeren Gordijn, inclusief de Sovjet-Unie. Daarmee was het meer geworden dan alleen maar een liedjeswedstrijd. Het festival zou tevens moeten bijdragen aan wederzijds begrip en toenadering tussen de volkeren van het politiek zo sterk verdeelde Europa.

Dankzij de grote publieke uitstraling bood het festival in de loop der jaren echter ook de gelegenheid om maatschappelijke of politieke conflicten onder de aandacht te brengen. Zo wist de IRA in 1971 met tal van dreigementen de aandacht van de media op het Noord-Ierse vraagstuk te richten. Het festival van 1979 plaatste de schijnwerper op het Palestijnse vraagstuk, en het festival van 1993 stond in het teken van de deelnemers uit Bosnië en Kroatië, die hun verscheurde land maar met moeite hadden kunnen verlaten. Het meest opmerkelijke is misschien nog wel het festival van 1974. De aanvang van het Portugese lied gaf het afgesproken startsein voor de staatsgreep in dat land.

Subtielere vormen van politieke en culturele tegenstellingen worden gevonden in het festival zelf, en dan doel ik niet zozeer op politiek getinte nummers (zoals 'Keine Mauern mehr') waarvan het festival van 1990 bol stond, maar op de puntentelling. Een van de doelstellingen van de Europese omroeporganisatie is dat landen op het festival hun eigen cultuur uitdragen. De verplichting om in de eigen taal te zingen draagt daartoe bij. Niettemin zijn nog steeds grote culturele verschillen op het festival zichtbaar. De puntentelling maakt het daardoor mogelijk om enig inzicht te krijgen in culturele tegenstellingen en scheidslijnen tussen de volkeren van Europa.

Over de vraag welke landen elkaar op het festival goed of juist slecht gezind zijn bestaan veel meningen, maar evenzoveel misvattingen als gevolg van stereotype beelden en selectieve herinnering. Een treffend voorbeeld daarvan vormt het Nederlandse tv-commentaar dat Willem van Beusekom vorig jaar verzorgde. Hij toonde verbazing over het grote aantal punten dat de Nederlandse inzending van Frankrijk kreeg, en stelde dat Oostenrijk ons land in de geschiedenis de meeste punten had toegekend.

Liet hij zich meeslepen door de wrijving tussen Nederland en Frankrijk als gevolg van de Franse kernproeven en de daaruit voortvloeiende boycot van Franse wijn? Dacht hij wellicht aan het feit dat Willeke Alberti in 1994 alleen van de Oostenrijkse jury punten had gekregen? Het is niet te zeggen, maar hij zat ernaast. Nederlandse liedjes kregen in de geschiedenis in absolute zin juist de meeste punten (109) uit Frankrijk!

Voor de vergelijkende waarderingsscore wordt gebruik gemaakt van alle punten vanaf 1975, omdat sinds dat jaar eenzelfde puntentelling is gehanteerd. Alleen landen die meer dan vijf keer hebben meegedaan zijn in de analyse betrokken.

Om goed te kunnen vergelijken, is voor elk liedje berekend hoeveel het aantal punten dat een bepaalde jury daaraan toekende, afwijkt van het gemiddeld aantal punten dat het lied van de overige jury's kreeg (zie grafiek elders op deze pagina). Nederland en Israël blijken elkaar ruim te 'belonen'. Dit kan alleen worden verklaard uit de hechte vriendschapsband tussen beide landen. Nederlandse liedjes krijgen van Israël gemiddeld twee punten meer dan van andere landen. Dat verschil is zeer groot, aangezien Nederlandse liedjes gemiddeld drie punten per jury in de wacht wisten te slepen. Nederland geeft Israël ruim één bonuspunt.

De voorkeur van Frankrijk voor het Nederlandse lied blijkt wederkerig te zijn. Verder heeft Turkije ons in de loop der jaren goed bedeeld, hetgeen wellicht verband houdt met het relatief grote aantal Turken in ons land.

De Nederlandse jury blijkt opvallend genoeg een voorkeur te hebben voor inzendingen uit andere kleine Europese landen, terwijl de Engelstalige liedjes uit Groot-Brittannië en Malta, en ook de Italiaanse en Spaanse inzendingen minder gewaardeerd worden.

Gelet op de verwantschap tussen het Duits en het Nederlands zou een innige relatie met onze oosterburen verwacht mogen worden. Duitsland geeft ons veel punten, maar wij doen hen tekort. Dit komt volledig overeen met de uitkomsten van onderzoek naar het beeld dat Nederlanders en Duitsers van elkaar hebben.

In onze relatie met de zuiderburen is het omgekeerde het geval. De Belgen kunnen ons product maar weinig waarderen, terwijl de Belgische inzendingen doorgaans op een welwillend onthaal kunnen rekenen. Hierin lijkt de taalstrijd overigens ook een rol te spelen. In de jaren waarin België een Vlaamse jury heeft, scoren onze liedjes een half punt onder het gemiddelde, maar wanneer er een Waalse jury is, gaat ook daar nog eens een vol punt van af!

Ten slotte valt op dat Nederland naar verhouding weinig punten krijgt van de Scandinavische jury's, en van veel landen rond de Middellandse Zee. Om dit te kunnen verklaren, moeten ook de gegevens voor alle andere combinaties van landen worden beschouwd. Uit deze cijfers springt in de eerste plaats het Cypriotische conflict in het oog. Griekenland noch Cyprus gaf ooit een punt aan Turkije. Turkije deed dat evenmin aan Cyprus, en gaf Griekenland in het verleden slechts 13 punten. Cyprus gaf Griekenland daarentegen in meer dan de helft van de gevallen de maximale 12 punten, terwijl in omgekeerde richting ook meestal 10 of 12 punten werden toegekend.

Nog opmerkelijker is dat een analyse van alle gegevens met behulp van meer geavanceerde statistische technieken aantoont dat er drie vrij hechte blokken van landen blijken te bestaan. Daarbij is er sprake van een duidelijke noord-zuid-tegenstelling. Het eerste blok bestaat uit de Scandinavische landen plus Duitsland. Finland past niet in dit blok, hetgeen mede verklaard kan worden uit het feit dat het Fins geen Germaanse taal is.

Het tweede blok bestaat uit diverse landen in het westen van Europa, inclusief Nederland. Ook Israël behoort tot dit blok, hetgeen niet op geografische nabijheid, maar op culturele verwantschap duidt. Het derde blok bestaat uit vrijwel alle landen rond de Middellandse Zee. Niet goed verklaarbaar is dat ook Luxemburg goed bij dit blok past.

Voor elke van de drie groepen landen geldt dat de liedjes uit het eigen blok gemiddeld overgewaardeerd worden, en de liedjes uit de andere blokken ondergewaardeerd. Bovendien valt op dat de blik het sterkst naar binnen is gericht in het Noord-Europese blok, terwijl dit in iets mindere mate geldt voor het zuiden. De noordelijke landen kennen elkaar gemiddeld meer dan een vol extra punt toe. De grote geografische en culturele afstand tussen noord en zuid vertaalt zich in een relatief beperkte uitwisseling van punten tussen deze blokken. Onbekend maakt klaarblijkelijk onbemind.

Het West-Europese blok neemt een duidelijke middenpositie in tussen de andere twee. Het geeft de meeste punten aan het eigen blok en wisselt daarnaast de nodige punten uit met de andere. Dit heeft er stellig toe bijgedragen dat de landen uit het westerse blok vanaf 1975 14 van de 22 overwinningen wisten op te eisen.

Samenvattend kan worden geconcludeerd dat het in het Eurovisie Songfestival gaat om de kwaliteit van de liedjes, maar dat politieke conflicten, onderlinge verhoudingen en culturele scheidslijnen een niet onbelangrijke rol spelen in de beoordeling. Terwijl de jury's toch wordt voorgehouden dat louter kwaliteit beoordeeld moet worden.

Bovendien bestaat elke jury voor precies de helft uit professionals op het terrein van de lichte muziek. De Europese omroepunie experimenteert momenteel met telefoonstemmingen waaraan 'gewone' burgers kunnen deelnemen. Zodra dit systeem de huidige jurering heeft vervangen, zullen de tegenstellingen tussen de volkeren in Europa waarschijnlijk alleen nog maar scherper aan het licht treden.

De auteur is verbonden aan de vakgroep Politieke Wetenschappen van de Rijksuniversiteit Leiden.

Meer over