Boekrecensie

Niels Posthumus drapeert een sluier van schuld en boete over zijn portret van Zuid-Afrika ★★☆☆☆

Journalist Niels Posthumus uit in zijn zedenschets Zuid-Afrika iets te vaak en iets te nadrukkelijk zijn schuldgevoel over wat dit land door ons, Nederlanders, is aangedaan.

null Beeld Floor Rieder
Beeld Floor Rieder

Het vermogen om je schuldig te voelen is een mooie, bij uitstek menselijke eigenschap. Misschien zou het zelfs als deugd aangemerkt kunnen worden. Maar schuldgevoel kan de auteurs van boeken over beladen historische thema’s ook in de weg zitten. Alle problemen begonnen bij Van Riebeeck, een zedenschets van Zuid-Afrika door journalist Niels Posthumus, wordt er op momenten zelfs een beetje vervelend door.

De titel, niet voorzien van aanhalings- of vraagtekens, doet al het ergste vrezen. Want natuurlijk is het ongeluk van een natie met vele volkeren niet toe te schrijven aan één historische passant. De suggestie dat de ellende voor Zuid-Afrika op 6 april 1652 begon met de landing bij de Tafelbaai van VOC-commandeur Jan van Riebeeck (1619-1677) is bovendien afkomstig van Jacob Zuma, de omstreden oud-president van Zuid-Afrika, en zou alleen om die reden al tot enige terughoudendheid moeten uitnodigen.

Maar Posthumus – oud-correspondent in Zuid-Afrika voor Trouw en Het Financieele Dagblad – lijkt zich niet ten doel te hebben gesteld om de these van Zuma te nuanceren, of kritisch tegen het licht te houden, maar wekt de indruk haar slechts te hebben willen onderbouwen. Of het nu gaat om hedendaagse problemen als de werkloosheid onder de zwarte bevolking, de armoede, het alcoholisme, de criminaliteit, de corruptie, of om historische dwalingen als landonteigeningen, de inzet van slaven of – last but not least – de apartheid: alles is op enigerlei wijze terug te voeren op het bewind van de VOC op de Kaapkolonie (van 1652 tot 1797).

Vereenvoudiging

Natuurlijk heeft de vestiging van een verversingsstation op de zuidpunt van Afrika verstrekkende gevolgen gehad voor de oorspronkelijke bewoners, de Khoikhoi en de San, en voor de slaven die uit andere delen van het continent werden overgebracht om het in cultuur te brengen. Maar Posthumus vereenvoudigt de geschiedenis van Zuid-Afrika wel erg drastisch. En hij uit zijn schuldgevoel over het Nederlandse aandeel in het ongeluk van Zuid-Afrika wel erg frequent en nadrukkelijk.

Dat begint op bladzij 14 met de verzekering dat hij ‘in gesprekken met donkere Zuid-Afrikanen’ een zo groot mogelijke afstand schept ‘tussen Van Riebeeck en mijzelf’, en het eindigt op bladzij 321 als Posthumus er zijn verbazing over uitspreekt dat witte noch zwarte Zuid-Afrikanen belang lijken te hechten aan Nederlandse excuses ‘voor de VOC-kolonisatie van de Kaap’ – en alles wat daaruit is voortgevloeid. Tussendoor herinnert hij de lezer er menigmaal aan dat de slavernij in Zuid-Afrika door de VOC is ingevoerd, dat het calvinisme er heel onprettige neveneffecten heeft gehad, dat de Khoikhoi – een oeroud en hoogstaand volk – door toedoen van onze voorzaten een ‘uiterst langzaam, maar daardoor niet minder effectief’ proces van uitroeiing hebben ondergaan, dat Afrikaners er nogal onsmakelijke idolen op nahouden en dat apartheid het vanzelfsprekende gevolg was van ‘de koloniale agressie’ van de VOC.

Even veelvuldig komt hij terug op het ongemak dat hij als drager van een Nederlandse achternaam heeft gevoeld in het land van de apartheid. Dat niet alleen: al eeuwenlang wonen mensen met zíjn achternaam in Zuid-Afrika. Om zichzelf dat in te peperen, vraagt hij zich bij de behandeling van elke duistere episode af welke rol zijn naamgenoten daarbij gespeeld zouden kunnen hebben. Altijd moet hij, bij gebrek aan documentatie, het antwoord op die vraag schuldig blijven. Maar intussen laat Posthumus er geen misverstand over bestaan dat hij zich bijna persoonlijk schuldig voelt over alles wat de gekleurde Zuid-Afrikanen in de loop der eeuwen is aangedaan. ‘Die historische misdaad kleeft (…) dus ook aan de naam Posthumus.’

In de overdrive

Zeker: hij is zeer begaan met het land waar hij bijna tien jaar heeft gewoond en gewerkt, en hij is er bijzonder goed over geïnformeerd. Maar soms zet hij de Nederlanders wat al te gretig weg als tegenvoeters van de ‘nobele wilden’. Zo lijkt hij racisme als hoofdbestanddeel van een nationale erfzonde te beschouwen. Zelfs de dekolonisatieoorlog in Indonesië werd, aldus Posthumus, ‘met raciale argumenten verdedigd’. Daarmee schiet hij met zijn boetedoening in de overdrive: de oorlog werd op twijfelachtige gronden verdedigd, maar níét met ‘raciale argumenten’. Even twijfelachtig is zijn vaststelling dat slaven de kern vormden van het verdienmodel van de VOC.

‘Wat Nederlanders niet weten over hun rol in Zuid-Afrika’, luidt de ondertitel van Posthumus’ boek. Er zijn inderdaad veel dingen die Nederlanders niet weten over dat land. En Posthumus levert met zijn boek zeker een bijdrage aan het wegwerken van dit deficit – met historische vergezichten, maar ook met veelzeggende petites histoires. Hij schrijft beeldend over de eerste jaren van de Kaapkolonie, het gemarchandeer van Van Riebeeck, de lotgevallen van de Khoikhoi en de San – die door een zoöloog (!) samen onder de ‘soortnaam’ Khoisan werden geschaard –, het Afrikaner sentiment, de eerste diamantvondst en zijn gevolgen, de plotselinge bloei van diamantstad Kimberley – waar nog vóór Londen elektrische straatlantaarns brandden –, de armoede die de Afrikaners in de jaren dertig van de vorige eeuw trof, de knipperlichtrelatie tussen de Boeren en de ‘stamverwante’ Nederlanders, de aanloop naar de apartheid.

Het interessantst zijn de passages over de weerslag van de koloniale periode en de apartheid op het zelfbeeld van gekleurde Zuid-Afrikanen en – met name – de tekortkomingen van de Waarheids- en Verzoeningscommissie, die kennisvergaring boven bestraffing liet prevaleren, en die het welslagen van de overgang naar het nieuwe Zuid-Afrika afhankelijk maakte van de vergevingsgezindheid van de slachtoffers van apartheid. Zo hadden al diegenen buiten Zuid-Afrika die het verzoeningsproces bejubelden het nog niet bekeken.

Maar over alles drapeert Posthumus een sluier van schuld en boete. Daardoor is hij nogal nadrukkelijk aanwezig in een boek dat niet over hém handelt. Als lezer krijg je na verloop van tijd de indruk dat hij iets te graag heeft willen laten zien dat hij aan de goede kant van de geschiedenis staat.

null Beeld Podium
Beeld Podium

Niels Posthumus: Alle problemen begonnen met Van Riebeeck – Wat Nederlanders niet weten over hun rol in Zuid-Afrika. Podium; 349 pagina’s; € 22,50.

Meer over