InterviewNicolas Mansfield

Nicolas Mansfield, scheidend directeur van de Nederlandse Reisopera: ‘De creatieve sector blinkt over het algemeen niet uit in creativiteit’

Nicolas Mansfield is terug. De scheidend directeur van de Nederlandse Reisopera lag er een jaar uit na een hersenbloeding. Hij blikt terug op zijn herstel en kijkt vooruit naar een nieuwe toekomst in de culturele branche.

Nicolas Mansfield  Beeld Erik Smits
Nicolas MansfieldBeeld Erik Smits

Op zoek naar stilte wandelt Nicolas Mansfield weleens over de begraafplaats in zijn dorp in de Achterhoek. ‘De stilte van die plek is bijzonder. De tijd beweegt er niet, er heerst een soort eeuwig nu.’ Tijdens een van die wandelingen, eerder dit jaar, zag hij een oudere man in een scootmobiel die hartverscheurend huilde. ‘Ik ben naar hem toegegaan. De man was zeer ontdaan omdat hij zijn overleden vrouw zo miste. Ik had mijn koptelefoon bij me en vroeg of ik hem wat mocht laten horen. De Derde symfonie van Mahler, het langzame, zesde deel. Hij had nooit naar klassieke muziek geluisterd, maar hij vond het prachtig. Hij begon te vertellen dat hij maar geen afscheid kon nemen van zijn vrouw, dat hij niet kon loslaten. Ik zei: ‘loslaten bestaat eigenlijk niet, maar je kunt dingen wél anders vasthouden.’ Hoe je naar je toekomst kijkt, is afhankelijk van de mate waarin je de dingen op een andere manier kunt vasthouden.’

Het is een nieuw verworven inzicht voor Mansfield (54). Hij kijkt weer met vertrouwen naar de toekomst. Een jaar geleden was dat zo vanzelfsprekend niet. Op 5 juli 2019 viel de muziek stil: op de Oude Markt van Enschede zag zo’n duizend man publiek hoe de directeur van de Nederlandse Reisopera in elkaar zakte terwijl hij een zomerconcert aan elkaar praatte. In het ziekenhuis kreeg hij te horen dat hij een zware hersenbloeding had gehad en niet helemaal zou herstellen of zelfs de nacht niet zou halen.

Er volgde een jaar van intensieve revalidatie, waarna hij volledig genezen werd verklaard. Weer aan het werk kondigde hij drie maanden geleden zijn vertrek aan bij de Nederlandse Reisopera, het gezelschap dat onder zijn leiding een bloeiperiode doormaakte.

De in Reigate (in het zuidoosten van Engeland) opgegroeide Mansfield kwam in 1989 naar Nederland als klassiek koorzanger. Twintig jaar geleden trad hij in dienst bij het reizende operagezelschap in Enschede waar hij in 2013 directeur werd, een directeur die zich met genoegen ook vóór de schermen liet zien, bijvoorbeeld om duizend man te dirigeren in een massale meezing-Messiah, of om het hooggeëerd publiek persoonlijk toe te spreken. Zoals op de dag dat hij omviel.

Het lange proces van genezing gold zowel lichaam als geest. ‘Ik sliep heel veel, terwijl ik vroeger aan vijf uur per nacht genoeg had.’ Op doktersvoorschrift deed hij rustig aan, al moest het revalidatiecentrum hem voorzien van een elektronische polsband zodat ze niet lang zouden hoeven zoeken als hij buiten westen zou raken in de tuin van het instituut. Hij viel twintig kilo af, borg de asbakken op en houdt het tegenwoordig bij één glas rode wijn per week.

De psychologische gevolgen van de onverwachte plof in zijn hersenen vroegen minstens evenveel aandacht. ‘Eerst moest ik accepteren wat mij was overkomen, en dat was moeilijk. Dat heeft maanden geduurd.’ Hij ging filosofen lezen, versleet een paar psychologen, maar kwam er vooral weer bovenop door veel te praten met dierbaren, door te wandelen, te lezen, te schrijven en ‘te luisteren naar de vogels, ‘écht te luisteren’. Hij liet kortom rust en stilte toe in zijn voordien zo jachtige bestaan. ‘Ik heb geleerd om anders naar mezelf én naar de wereld te kijken.’

Empathisch vermogen

Hij leeft veel meer in het hier en nu, zegt hij. Op zo’n verdrietige arme drommel in een scootmobiel zou hij vroeger niet zijn afgestapt. ‘Ik heb een nieuwe laag ontdekt in mijn empathisch vermogen.’ De verwondering van vroeger is terug; er hoeft niet meer over álles te worden geoordeeld en een mening gevormd. ‘Ik zou op de bank met mijn echtgenoot een halve avond kunnen praten over wat een mafkees die Thierry Baudet is, maar ik kan me er nu gewoon over verwonderen. De dingen zijn zoals ze zijn.’

Wat hij vooral óók achterliet: die overvolle werkagenda. Voorgoed, zegt hij vastberaden. ‘Ik heb heel, heel hard gewerkt. Als ik alles mocht overdoen, zou ik het rustiger aan doen. Sommige mensen identificeren zich met hun ziekte, dat doe ik niet. Anderen identificeren zich met hun werk. Dat deed ik vroeger.’ De discipline blijft, maar een boek lezen en wandelen staan tegenwoordig ook ingeroosterd. De operadirecteur die wekelijks dik 1.000 kilometer achter het stuur zat voor ‘de zaak’, wandelt nu in zo’n week 100 kilometer.

De dag van zijn beroerte zat hij ’s ochtends om half 6 al in zijn Mercedes naar Hilversum voor een interview op Radio 1. ‘En dat om één keer de naam Nederlandse Reisopera te kunnen laten vallen. Vond ik prachtig.’ Altijd de spin in het web, aanwezig bij vrijwel elke voorstelling van zijn gezelschap, van Groningen tot Amsterdam. Geen cultuurpoliticus op gemeentelijk, provinciaal of landelijk niveau die niet wist wie Nicolas Mansfield was. ‘Het was nodig, om de Reisopera zichtbaar te maken.’

Nicolas Mansfield: ‘Sommigen hebben tegen me gezegd: die hersenbloeding is een goede waarschuwing geweest.’ Beeld Erik Smits
Nicolas Mansfield: ‘Sommigen hebben tegen me gezegd: die hersenbloeding is een goede waarschuwing geweest.’Beeld Erik Smits

Hij begon dan ook aan een kolossale taak toen hij in 2013 aantrad als directeur, nadat hij enkele jaren had kunnen warmlopen naast zijn voorganger Guus Mostart. Halbe Zijlstra, toenmalig staatssecretaris van Cultuur, had net 60 procent uit het budget van de Reisopera gesneden. Van de 75 personeelsleden van het gezelschap bleef een productiekern van 15 mensen over.

Mansfield opende zijn eerste seizoen met een opvallende zet: niets kleine productie, hij begon met Tristan und Isolde, een van Wagners megawerken, een zit van vijf uur. Zeer de moeite waard, volgens de Volkskrant-recensent, dankzij de ‘voortreffelijke cast en subtiele regie’. Mansfield nam bewust risico’s door naast klassiekers als Madame Butterfly enTosca onbekend werk uit de opera-archieven te plukken, zoals het nooit in Nederland opgevoerde Siroe re di Persia van de Duitse componist Johann Adolf Hasse. Met de Sondheim-musicals Sweeney Todd en A Little Night Music haalde hij nieuw publiek de zalen in, en hij toonde artistiek lef door het halfvergeten werk Die tote Stadt van Korngold te programmeren.

Met succes: sinds 2013 stegen de bezoekersaantallen met een paar honderd procent. Mansfield was het vliegwiel tussen regisseurs, musici, zangers, ontwerpers, technici, theaterdirecteuren, programmeurs en subsidieverschaffers. ‘Veel praten, veel luisteren’, zegt hij over die rol, ‘en niet té veel nadenken, want dan loop je klem in je eigen gedachten. Het is meestal: hoofd naar beneden en doorgaan.’

Toen hij in september zijn vertrek bij de Reisopera aankondigde, was voor velen de link met zijn ziekte snel gelegd. Niet terecht, zegt hij. ‘Ik vond het tijd om te gaan. De gedachte was er al vóór mijn ziekte: wat zal mijn volgende stap zijn? Je moet als directeur van een culturele instelling niet te lang blijven zitten, je moet vernieuwing een kans geven. Toen ik was hersteld, ben ik gaan praten met de Raad van Toezicht en samen hebben we het besluit genomen.’ Bovendien: hij had de Reisopera in 2013 opnieuw uitgevonden, het is nu tijd dat iemand anders aantreedt om het gezelschap naar een post-coronatijdperk te leiden.

Lossere hand

Maar cultureel Nederland is nog niet van hem af. Hij wil graag bij een ander instituut zijn favoriete rol van verbindingsofficier vervullen. En mag het met wat minder bemoeienis van buiten? ‘Beleidsmakers gaan met cultuur om zoals Staatsbosbeheer met de bossen: elke vierkante meter bos in Nederland wordt beheerd.’ De cultuursector zou gebaat zijn bij wat onbeheerde percelen en een lossere hand. Alle lof voor de cultuurminister Van Engelshoven, zegt hij, daar niet van, hoe zij de politieke ruimte heeft gecreëerd voor zoveel geld voor een cultureel noodplan. ‘En natuurlijk moet er beleid worden gemaakt, maar je moet kunst en cultuur ook de kans geven om kunst en cultuur te zijn.’

Hij bedoelt: zonder een waslijst aan voorwaarden. In het afgelopen decennium werden harde eisen gesteld aan culturele instituten en gezelschappen: er moesten cijfers op tafel komen over het genereren van eigen inkomsten en bezoekersaantallen. ‘Daar zijn zogeheten zachte eisen bijgekomen: diversiteit, inclusiviteit. Alsof die niet hard zijn.’ Kan nog knap lastig worden, meent hij, omdat het in Nederland, in tegenstelling tot zijn geboorteland, niet is toegestaan om afkomst en seksuele voorkeur te registreren. ‘Je moet het dus als het ware aanvoelen.’

Aan de andere kant mogen de kunstinstituten zelf wel wat actiever worden, zegt hij. ‘De creatieve sector blinkt over het algemeen niet uit in creativiteit.’ Voorbeeld: ‘Het zou zomaar kunnen dat de tijd van grote podiumproducties voorlopig voorbij is, maar daar wordt veel te weinig op ingespeeld. Als je nu een voorstelling voor 2023 op de agenda hebt, zou je drie scenario’s moeten maken: voor een grote versie met alles erop en eraan, een middenversie en een kleine versie. Dat is best ingewikkeld, maar het kán.’

Terwijl hij rondkijkt naar een nieuwe functie in de cultuursector werkt hij aan een boek. ‘De buitenwereld heeft snel een oordeel klaar over mensen met niet-aangeboren hersenletsel. Er rust een taboe op. Mensen gaan anders naar je kijken: o, hij kijkt een beetje boos, het zal wel komen doordat hij ziek is geweest. Ik ben een paar keer gecontacteerd door directeuren uit het bedrijfsleven die zich onbegrepen voelden na een hersenbloeding. Of ik niet wat tips had. In het boek beschrijf ik hoe ik mijn herstel heb beleefd en hoe ik nu tegen dingen aankijk.

‘Sommigen hebben tegen me gezegd: die hersenbloeding is een goede waarschuwing geweest. Maar een waarschuwing heb ik liever schriftelijk en drie maanden vooraf. Het klinkt raar, maar eigenlijk was het een cadeau, omdat het me in staat stelde anders over mijn leven te denken. Hoe wordt het ook alweer verwoord in de musical Candide van Leonard Bernstein? Life is neither good nor bad, life is life and all we know.’

Brexit

‘Ik ben Europeaan in hart en nieren’, zegt de in Zuid-Engeland geboren Nicolas Mansfield. Daags na het Britse referendum over uittreding uit de EU in juni 2016 vroeg hij het Nederlanderschap aan; hij heeft een Nederlandse partner. Het was een statement. ‘Ik weiger twee of drie jaar door te gaan in onzekerheid over wat er met me gebeurt’, zei hij tegen RTV Oost. ‘Het is wanstaltig dat iemand dit heeft bedacht en dat zo veel mensen erachteraan zijn gelopen.’

Meer over