Boeken

Nico Dros kust de duistere Middeleeuwen tot leven ★★★★☆

Dros’ roman is een kolkende fantasie over ‘Madoc’, de raadselachtige naam uit Van den Vos Reynaerde.

Reinaart de vos biecht Grimbeert de das zijn misdaden op. Ets van Allart van Everdingen (1621-1675).  Beeld Sepia Times/Universal Images
Reinaart de vos biecht Grimbeert de das zijn misdaden op. Ets van Allart van Everdingen (1621-1675).Beeld Sepia Times/Universal Images

Als de bronnen zwijgen, dan moet de schrijver zijn verbeelding laten spreken. Dat zal Nico Dros, historicus én schrijver, hebben gedacht toen hij in de ban raakte van het mysterie in een aantal van de beroemdste regels uit de middeleeuwse Nederlandse letterkunde:

Willem die Madocke maecte

Daer hi dicken omme waecte

Zo opent Van den Vos Reynaerde, het magistrale dierenepos uit de dertiende eeuw: met de introductie van de schrijver en een verwijzing naar een eerder meesterwerk van zijn hand, dat in zijn eigen tijd bekend moest zijn geweest – waarom zou je er anders naar verwijzen. Maar wie was Willem? En wie of wat was Madoc? Een ridder, een graal, een imaginaire plek? We weten het niet. Talloze mediëvisten braken zich het hoofd over die vragen, maar een sluitend antwoord konden zij niet geven omdat het manuscript van Madoc nooit is gevonden.

In zijn nieuwe, kloeke roman Willem die Madoc maakte, heeft Dros de leemte van de geschiedenis gevuld met een verhaal. Of eigenlijk: met een verhaal in een verhaal. De gesjeesde mediëvist dr. Willem de Reuvere krijgt uit handen van een oude, stervende man drie onschatbaar waardevolle boeken. Twee middeleeuwse drukwerken en één convoluut, een verzamelhandschrift met onbekende teksten. Bij toeval ontdekt Willem dat onder het perkament om de platten van het convoluut een ‘kortschrift’ is verborgen. Zou hij hier te maken hebben met versleutelde aantekeningen voor Madoc?

Je hoort de geest van Umberto Eco grinniken.

In een koortsachtige droom opent zich voor Willem een geheimzinnige wereld. Hij besluit om zich niet als wetenschapper aan het transcriberen van de gevonden teksten te zetten, maar aan een visionaire roman. Willem laat een jongen geboren worden uit de ziedende zee. Na een storm in 1196 vergaat een schip in de branding voor de kust van Vlaanderen. Alle opvarenden verdrinken, op een kleuter na: hij wordt aan wal gebracht op de rug van een bruinvis.

Omdat wordt vermoed dat hij van adel is, wordt het jongetje godvruchtig opgevoed in een klooster nabij Brugge. De abt hoopt op een zak met geld als beloning, mocht de familie van de jongen opduiken. Maar niemand meldt zich. Beda, zoals de jongen wordt genoemd, wordt in het scriptorium opgeleid tot kopiist en raakt gefascineerd door de literatuur. In het klooster leert hij ook perversiteit en schijnheiligheid kennen. Nadat broeder Elmus hem heeft verkracht, neemt hij wraak. Hij geselt de knapenschender, laat hem bewusteloos achter en ontvlucht het klooster.

Het leven van Beda verandert in één lange vlucht als hij wordt beschuldigd van moord op zijn verkrachter. Na de tintelende beschrijving van zijn jeugd wijdt Dros twee dikke delen, ‘Lichaam’ en ‘Geest’ getiteld, aan het volwassen leven van zijn held. De man die zich óók Willem gaat noemen en later Madoc, ontdekt de zinnelijke liefde bij een ‘lel’ in een sloppenwijk, bij een gravin in geheime nachtelijke ontmoetingen en later bij Wijchje – een knipoog naar de devote dichteres Hadewijch. Hij wordt secretaris van de legendarische graaf Hincmar, en vecht als ridder een duel uit.

Madoc komt tot de ontdekking dat vechten niets voor hem is. Schrijven wel. Dat brengt hem opnieuw in het nauw, want hij heeft óók geen talent voor geloven, en zijn homerische dichtregels zijn ten diepste godslasterlijk. Hij wordt opgejaagd door de inquisitie. Zijn vlucht dendert af op een bloedstollende climax, die ik hier natuurlijk niet ga verraden.

Het moge duidelijk zijn: Nico Dros heeft zich bij het schrijven van deze onvervalste bibliothriller niet ingehouden. Hij laat zijn verbeelding stromen en kolken als een brede rivier waarin je je maar al te graag laat meeslepen. Hij kust de duistere Middeleeuwen tot leven, en zet, hoe fantastisch zijn verhaal ook is, toch een held van vlees en bloed neer. En eentje met gevoel en intelligentie. Zo slaagt Dros erin te voldoen aan de aristotelische eis die hij dr. Willem Dereuvere aan historische fictie laat stellen: ‘Hoezeer het genre zich ook van leugens en hersenspinsels bedient, het doel ervan is waarheden over het menselijk bestaan te onthullen.’

Nico Dros: Willem die Madoc maakte. Van Oorschot; 592 pagina’s; € 27,50.

Meer over