NET ALS IN DE FILM

In de verhalenbundel What’s on a Man’s Mind van Jan Eilander speelt film een grote rol. Als gids in het leven, als inspiratiebron, als liefdestest....

De nervositeit giert door zijn lijf. Dit is een kwestie van erop of eronder. Begrijpt de grote liefde de ik-figuur? Of begint de verbintenis hier al scheuren te vertonen?

In de verhalenbundel What’s on a Man’s Mind, die vrijdag wordt gepresenteerd, beschrijft Jan Eilander (1959) hoe hij de kwaliteit van zijn kersverse relatie test. Voor zijn verovering Mijke organiseert hij een video-avond. Op het programma: Diner (Barry Levinstone, 1982), een topfavoriet van Eilander omdat die film ‘de sublimatie vormt van het verlengde jongensleven’. De grote vraag: zou Mijke het geouwehoer van de vijf jonge mannen over seks, muziek en liefde kunnen waarderen? Ziet zij in dat de oeverloze dialogen eigenlijk over alles gaan wat een man bezighoudt? Zo ja: dan is zij de ideale vrouw. Zo nee: dan wordt het nog veel uitleggen, de komende jaren.

Film loopt als een rode draad door What’s on a Man’s Mind. Sterker: voor de ik-figuur functioneert film als een wegwijzer door het leven. Of het nu over jeugdhelden gaat, bierzucht, of de hel van de gezinscamping – altijd is er een verwijzing naar film te vinden. Eilander – maker van de Herman Brood-documentaire Rock ’n Roll-junkie, en verantwoordelijk voor de scenario’s van onder meer Hartverscheurend en de tv-serie Ik ben Willem – heeft een hoofd vol celluloid.

Als hij met zijn Amsterdamse groep Trio Bier in Rotterdam optreedt, in een zaaltje in stadion De Kuip nog wel, waant hij zich Woody Allen, die in Everything You Always Wanted to Know About Sex * But Were Afraid to Ask in de Bronx tussen een groep homeboys staat en dan plotseling hard ‘niggers’ roept. Wanneer de naam Isabelle Huppert valt, volgt bij Eilander meteen de herinnering aan een diepgravende verliefdheid.

‘Ik weet nog precies hoe dat voelde’, vertelt hij in een Amsterdams café. ‘Hoe die vriend haar in La dentellière op schandelijke wijze verwaarloost. Daar kon ik als puber razend over worden. En dan die onbaatzuchtige liefde van haar. Dat stemde me dan weer mild. Dat zoiets bestond.’ Eilander werd volwassen in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw. Een oude kraker, noemt hij zichzelf, een jongen van eenvoudige komaf die opgroeide met popliedjes en speelfilms.

Toen hij Andy, bloed en blond haar zag (Frank Wiering, 1979), identificeerde hij zich ‘vol overtuiging’ met de hoofdpersoon. Een plattelandsknul, die in de stad zijn dromen probeerde te verwezenlijken. ‘Ik kwam al snel als journalist bij Haagse Post terecht – méér grachtengordel bestond er niet. Vaak dacht ik op de redactie: hoe zou Andy op deze situatie reageren?’

De basis van Eilanders filmliefde werd in Dronten gelegd, waar hij in de buurt opgroeide als een van de vroege bewoners van de Flevopolder. In De Meerpaal, bakermat van tv-shows als Zevensprong en Toi Toi Toi bij Ted, zag Eilander oorlogsfilms, zoenfilms, actiefilms en met Pasen steeds opnieuw Jesus Christ Superstar. ‘Rocken dat Jezus kon! En die neger-Judas had meer soul dan James Brown en Diana Ross bij elkaar. Dankzij Jesus Christ Superstar zit het Paasverhaal in mijn genen. Als kind droomde ik ’s nachts van Maria Magdalena die mijn voeten en nog wat meer masseerde en hees fluisterde: Try not to get worried, try not to turn onto, problems will upset you . . . ’

Zo werkt dat bij film, stelt Eilander. Het is vermaak, maar het kruipt ook in het hoofd. En daar klonteren scènes dan samen tot een bron van kennis, inzichten en breinbrekers. ‘Zo denk ik nog vaak aan Total Recall. Dat Arnold Schwarzenegger op een gegeven moment zijn geheugen kan terugkopen. Een angstaanjagend en tegelijk behoorlijk realistisch idee. Toen ik dat zag, besefte ik: die kant gaan we op. Dat je dadelijk eigenlijk je leven bij elkaar kan kopen.’

In zijn boek probeert Eilander al die informatie in het hoofd op orde te brengen. De bundel is een zoektocht naar de onbezonnenheid van de jeugd, toen werkdruk, ouderavonden, buikspieroefeningen en zorgen om het bootje in de gracht nog ver weg waren.

Tijdens het schrijven van de verhalen merkte Eilander dat zijn stijl door zijn werk als scenarioschrijver is beïnvloed. Hij houdt van dialogen die een gevoel uitdrukken, zonder dat daar verder concreet over wordt gesproken. ‘Zoals in Diner. Als Shrevie tegen zijn vrouw begint te tieren omdat zij een plaat op de verkeerde plek in de collectie heeft gezet. Een James Brown-plaat bij de J. In die dialoog borrelt van alles. Er wordt over platen en muziekstijlen getwist, maar eigenlijk gaat het over een man die bang is dat het huwelijk zijn jongensdromen smoort.’

Er zijn momenten waarop de verhalen in What’s on a Man’s Mind bijna tastbaar worden – zo nauwgezet zet Eilander de stemming dan vast. In New York wordt er Chinees gegeten uit kartonnen dozen en Budweiser gedronken uit flesjes met een schroefdop, en tijdens een optreden met Trio Bier ziet Eilander na het opgaan van het doek op rij drie, helemaal aan de zijkant, zijn zwager Erik zitten; verder is de zaal nagenoeg leeg. Eilander: ‘Ik heb geprobeerd een gevoel te scheppen alsof je er bij bent. Een bioscoopgevoel, inderdaad. Alsof je in de bioscoop zit, en onderdeel wordt van de illusie op het doek.’

O ja – hoe liep die avond met Diner en zijn grote liefde nu eigenlijk af? De ik-figuur zit na afloop met natte ogen op de bank. ‘Snap je het?’, vraagt hij zijn meisje. Snappen? Een film met Steve Guttenberg, die dweil uit Police Academy 1 tot en met 6? Nou nee. Maar ze waardeerde zijn eerlijkheid en viel voor zijn gevoeligheid. Opdat ook deze heldenavond door Eilander met een happy end kon worden afgesloten.

Meer over