TaalgebruikWoord van de Week

Neologisme van de week: grotemensen

Dialect, jeukend jargon, straattaal of neologisme – elke week ontwaart de Volkskrant een opvallend woord. Zoals dit neologisme: grotemensen...

Kinderen wordt al sinds mensenheugenis verteld dat ze bepaalde dingen niet mogen doen/aanraken/zien omdat die voor grote mensen zijn. Grotemensenfilm, grotemensenschaar, grotemensenkoek, grotemensenla in de slaapkamer.

Maar de laatste jaren wordt er steeds meer verwezen naar zaken die voor grote mensen zijn (en dus onbereikbaar) door mensen die welbeschouwd al grote mensen zijn. Twee recente artikelen als voorbeeld: ‘Zwangere Demelza ruilde haar flatje in voor een grotemensenhuis’ (AD) en ‘Zo schrijf je een cv als je nog nooit een grotemensenbaan hebt gehad’ (Vice). Omdat dingen als een vaste baan en een koophuis voor veel twintigers en dertigers niet vanzelfsprekend zijn, schuiven ze verder en verder op naar het mythische rijk van de grote mensen.

Het doet denken aan het relatief nieuwe Engelse werkwoord adulting, dat Urban Dictionary verklaart als: ‘Taken en verantwoordelijkheden uitvoeren die te verwachten zijn van volledig ontwikkelde individuen.’ Millennials strooien er kwistig mee op sociale media. Je belastingaangifte doen? Een zorgverzekering kiezen? Je was scheiden? OMG, adulting!

‘Grotemensen-’ heeft diezelfde functie. Het maakt alles wat met zekerheid en structuur te maken heeft bijzonder. Alsof je nog in een oefenperiode zit, wachtend tot je eindelijk bericht krijgt van de Vereniging van Boomers met Koophuizen en Pensioenen dat je je Grotemensendiploma mag komen ophalen.

Toch is het oneerlijk om te zeggen dat de jeugd van tegenwoordig maar langzaam volwassen wordt. Meer dan ooit worden heel jonge mensen geconfronteerd met enorme zorgen. Over klimaatverandering, ongelijkheid en pandemieën, bijvoorbeeld. Dat eerst maar eens aanpakken, dan komen bijzaken als huizen en banen later wel. Als we groot zijn. IS 

Meer over