TaalgebruikWoord van de Week

Neologisme van de week: geraniummoralisme

De geraniummoralist heft zijn vinger altijd naar de ánder.

Corto Blommaert

Uit de column van Sander Schimmelpenninck van 8 juni kun je de neologismen opscheppen als een sportvisser de 20-ponders in een karpervijver. De ene volvette term na de andere komt je spartelend tegemoet: emoterreur, spruitjeshetze, afgunstboertjes, regeltjesfetisjist, Kevinconservatisme en sneuneuzen.

De mooiste en scherpste is geraniummoralisme. ‘In een waar orgasme van geraniummoralisme stuwden de reactionaire krachten elkaar tot ongekende hoogte op’, schrijft Schimmelpenninck.

Laten we de samenstelling uit elkaar trekken.

Ten eerste de geraniums. Die lieflijke bloemetjes komen van de u bekende uitspraak ‘achter de geraniums zitten’. Een metafoor voor burgerlijkheid, braafheid en vooral nutteloosheid. Voltooid verleden tijd, dus. De combinatie met moralisme heeft nog een andere laag, door de vindplaats van de beroemdheid uit de Geraniaceae: vaak in potten op balkons, op veilige afstand van de straatnatuur. Een dungewortelde aandachtstrekker.

Ten tweede het moralisme, of de neiging om te moraliseren. De wereld opdelen in juist en onjuist, goed en kwaad. Eigenlijk dus wat je afdoet als onzinnig als je volwassen wordt. Dat je erachter komt dat dingen genuanceerder zijn dan je eigenlijk zou willen. Dat Luke Skywalker held én terrorist kan zijn.

Waar ik heen wil: de geraniummoralist heft zijn vinger altijd naar de ánder. Het zijn altijd de anderen die ernaast zitten, want jij hebt prachtige plantjes op je keurig aangeveegde plekje boven op de wereld. Jij hebt sowieso gelijk. Dat mag dan een heerlijk gevoel opleveren, lekker mokken vanaf het balkon, maar uiteindelijk zul je toch, al was het maar voor nieuwe potgrond, een keer de trap naar beneden moeten nemen.

Of zijn we te streng voor geraniummoralisten en zijn al die geheven vingertjes boven toetsenborden de eerste kiemen van pannekoekenplantmoralisme?

Meer over