100 jaar volkskrant

Nederlandse VN-militairen in Bosnië: ‘Als schapen onder de wolven’

De voorpagina van 10 juli 1995. Beeld
De voorpagina van 10 juli 1995.

Met de inname door Bosnisch-Servische troepen van de Nederlandse observatiepost Foxtrot, op zaterdag 8 juli 1995, begon de slotakte van wat inmiddels het drama Srebrenica wordt genoemd. Destijds werd het voorval nog ingeschaald als een ‘schermutseling’. Zij het dat bij deze schermutseling een Nederlandse VN-militair, soldaat eerste klasse Raviv Renssen, om het leven was gekomen. Niet door toedoen van de Serviërs overigens. Renssen was door een Bosnische moslim door het hoofd geschoten, uit woede over het feit dat de Nederlanders zich door de (zwaarder bewapende) Serviërs hadden laten verdrijven.

In Nederland werd gebelgd op het voorval gereageerd. ‘Straks denken de Serviërs nog dat we alles klakkeloos accepteren’, fulmineerde het Kamerlid Jan Hoekema (D66) in de Volkskrant. ‘We moeten onze kracht tonen. Misschien moeten we luchtwapens inzetten.’

Verenigde Naties

Het probleem was echter dat Nederland niet op eigen houtje F16’s op de Servische belegeraars kon afsturen. Daarvoor was toestemming van de VN vereist. En de VN toonde zich juist op dat moment niet zo schietgraag omdat ze was verwikkeld in onderhandelingen over de toelating van VN-konvooien tot de Bosnische hoofdstad Sarajevo – het strijdtoneel dat de internationale gemeenschap de meeste zorgen baarde – en omdat de Serviërs meerdere VN-militairen (onder wie dertig Nederlanders) in gijzeling hielden. ‘We spelen een schaakspel zonder zwarte en witte vakjes’, zei een VN-officier. In dat schaakspel speelde Srebrenica vooralsnog een ondergeschikte rol. En voor de Tweede Kamer woog de veiligheid van Dutchbat, het Nederlandse VN-contingent in Bosnië, zwaarder dan dat van de ongeveer 40 duizend Bosniërs die in de enclave Srebrenica een veilig heenkomen hadden gezocht.

Wellicht tegen beter weten in suggereerden waarnemers ter plaatse dat de inzet van de luchtmacht boven Srebrenica ook helemaal niet nodig was. De Bosnische Serviërs zouden niet van plan zijn om de enclave in te nemen: zij zouden slechts langzaam de strop willen aantrekken – evenmin een aangenaam vooruitzicht. Een Nederlandse overste stelde vast dat de gevechten na de overrompeling van observatiepost Foxtrot al weer waren geluwd, ‘dus houden we het voorlopig op een schermutseling’.

Orwelliaanse associaties

De commentator van de Volkskrant kon daar geen hoop uit putten. Van enige vredeswil bij de Serviërs was niets gebleken. Integendeel: het begrip ‘veilige gebieden’ wekte bij hem (of haar) Orwelliaanse associaties. En de Servische president Slobodan Milošević probeerde zijn innige contacten met de Bosnische Serviërs niet eens meer te verheimelijken. Daar stelden de VN en de EU bitter weinig tegenover: een ‘ongetwijfeld goed bedoelende Zweedse diplomaat’, Carl Bildt, die genadebrood van de Serviërs moest eten, en een tandeloze interventiemacht die vergeefs wachtte op instructies.

De westerse krachteloosheid werd, zo schreef de commentator, onbedoeld geïllustreerd door de Franse president Jacques Chirac, die Bildt had aangeraden om toch maar weer met de Bosnisch-Servische leider Radovan Karadzic te gaan praten, terwijl de bemiddelende Contactgroep Karadzic juist in de ban had gedaan.

In dit licht achtte correspondent Bart Rijs het betekenisvol dat de legeraalmoezenier op 9 juli tijdens zijn wekelijkse bezinningsdienst uitgerekend Mattheus 10:16 had geciteerd: ‘Zie, ik zend u als schapen midden onder wolven.’ De dag erna viel de enclave Srebrenica.

In een wekelijkse serie kijken we terug op hoe de Volkskrant de afgelopen 100 jaar verslag deed van historische gebeurtenissen. Reageren? 100jaar@volkskrant.nl

Meer over